|
| |
|
GESCHIEDENIS VAN HET GROOTSEMINARIE
VAN DE PRIESTERS VAN HET H. HART
TE LIESBOSCH-PRINCENHAGE
1912-1970
p. Guus Driedonkx scj
Nijmegen 2008
1.- STICHTING VAN HET GROOTSEMINARIE LIESBOSCH, 1912.
Op 8 april 1911 werd de Nederlandse Provincie opgericht van
de Congregatie van de Priesters van het H. Hart. Zij omvatte
slechts de opleidingshuizen van het kleinseminarie te Bergen
op Zoom (1900) en het noviciaat te Asten (1908). De hogere
studie werd gemaakt te Leuven, waar de scholastieken van de
tot dan toe zogenoemde West-Provincie verbleven.
Voorgeschiedenis van de stichting van Liesbosch
Het verblijf van de Nederlandse fraters te Leuven is de
oorzaak geweest van veel onaangenaamheden tussen Leuven en
de Nederlandse Provincie. Uit de brieven van Pater Dehon en
de eerste Nederlandse Provinciaal, Pater van Halbeek, blijkt
dat P. Dehon aan de zijde van Leuven stond, vooral met
betrekking tot deze twee punten: de Nederlanders behoren
voor elke Nederlandse frater een passend pensiongeld te
betalen en vervolgens een aantal professoren naar dat
scholastikaat te zenden.
De kwestie van het pensiongeld.
Het scholastikaat te Leuven was door Pater M. Kusters
gebouwd, maar toen hij in 1911 zijn ambt als Rector
neerlegde liet hij een huis achter dat diep in de schulden
stak. Leuven meende toch wel voor elke frater 400 francs per
jaar te mogen vragen, maar drie jaar lang was er geen
centiem betaald, zodat de Nederlandse Provincie een schuld
had van enkele tienduizenden francs. De Provincie beriep
zich echter op onmacht. Die onmacht kwam ook grotendeels
voort vanwege de schulden die P. Kusters had gemaakt voor de
bouw van een kerk in Maastricht. De Provinciale Raad van 19
mei 1912 verklaarde dat de Provincie niet de nodige middelen
bezat en vervolgens dat Leuven van zijn inkomsten kon
bestaan, zeker indien men de goede wil en de werkkracht van
sommige Nederlandse fraters zou benutten. Men meende dat de
Nederlanders reeds genoeg voor het scholastikaat hadden
gedaan door het bouwen en jarenlang aan de instandhouding
mee te werken.
Dit was echter niet de mening van Pater Dehon en de
Leuvenaars. Rector van Leuven was toen P. A. Guillaume. P.
Dehon schreef 30 december 1911 aan Pater van Halbeek: Zalig
Nieuwjaar. U toont dat u van goede wil bent. Dat doet me
goed. Ik zelf ben wat angstig. Ik kan Pater Guillaume geen
last opleggen die hij niet kan dragen. Zeg dus aan uw
jongeren in Leuven dat ze zich moeten wenden tot hun ouders
en kennissen om hun klein pension te betalen in Leuven. Ze
zullen begrijpen dat hun jonge Provincie nog geen inkomsten
heeft en niet voor alles kan opkomen....Er is een vlaag van
slechte geest en modernisme over uw Provincie gegaan. Ik
hoop dat dit gaat veranderen. Uw jonge paters vergeten dat
Onze Lieve Heer alle fouten van respect en volgzaamheid aan
Pater Generaal en zijn Raad beschouwt als aan zich zelf
gedaan.
Dit voorstel om financiële steun te zoeken bij de ouders en
kennissen van de fraters werd in de Provinciale Raad van 7
januari 1912 goedgekeurd, nadat gebleken was dat het
Juvenaat te Bergen op Zoom geen steun zou kunnen
verschaffen. Pater Andreas Prévot, als Provinciaal van de
West-Provincie en daarna van de Frans-Belgische Provincie,
bemoeide zich ook al met deze zaak. Hij had enige honderden
francs bespaard en naar Leuven gezonden. Nu vroeg hij Pater
Trines , Rector van Bergen op Zoom, om het scholastikaat
eveneens te steunen. Pater Trines wende zich tot Pater van
Halbeek, maar deze verzette zich: Geef je ze de hand, dan
nemen ze de hele arm.
Pater Dehon was hierover erg ontstemd geweest. Daarbij kwam
nog dat de Nederlanders, nadat ze eigen Provincie waren
geworden, meenden recht te hebben op een deel van het
Leuvense scholastikaat en zijn bezittingen en nu dit deel
wilden verkopen aan de Frans-Belgische Provincie die het
niet nodig had. Als ze dit niet zouden krijgen dreigden ze
zelf de zaak aanhangig te maken in Rome.
Om een oplossing te vinden schreef P. Dehon 2 december 1911
aan P. van Halbeek:
Mijn beste Provinciaal. We bevinden ons op een gevaarlijk
ogenblik voor de eer en het welzijn van de Congregatie.
Laten we al het mogelijke doen om de zaken op een
vriendelijke wijze te regelen. Een apostolische visitator
aan te vragen is een grote vernedering en zal als een vlek
blijven in de geschiedenis van de Congregatie.
Op de eerste plaats moet er gebeden worden en van beide
kanten de geest beleefd worden van rechtvaardigheid en
liefde…Jullie zijn niet rijk, wij evenmin. Laat je goede wil
zien. De Generale Raad vraagt slechts dat je 200 francs
betaalt voor iedere frater. Waar zul je een seminarie vinden
dat zich hiermee tevreden stelt? Jullie vragen dat de
Frans-Belgische Provincie jullie deel koopt van Leuven, maar
ze heeft dit niet nodig. Ze heeft genoeg aan de helft.
Bovendien had Leuven volgens de akten van de Generale Raad
van 19 december 1911 op dat ogenblik een schuld van 334.000
francs en was niet in staat nieuwe verplichtingen op zich te
nemen.
Op 2 december 1911 schreef P. Dehon nog een tweede brief
hierover aan P. Kusters:
Mijn beste vriend, ik doe een beroep op je goed hart. Kostte
wat het kost is het nodig dit probleem tussen de Provincies
te beeindigen. Zo niet dan maken we alles stuk...De geest
van de Congregatie is geen geest van scheidingen en oorlog.
Ik zou liever sterven dan de onderlinge vrede zien te
verliezen.
In november 1911 schreef P. Dehon in zijn dagbek: De
moeilijkheden in Nederland doen me veel verdriet. Ook
uitstekende mensen kunnen een crisis doormaken van een
slechte geest.
We kunnen de handelwijze van de Nederlandse Provincie enkel
een beetje begrijpen als we er aan denken dat wat ze zochten
met dit alles, was een eigen grootseminarie te hebben en
geld om gemaakte schulden te kunnen aflossen, vooral het
project dat P. Kusters begonnen was in Maastricht.
Dan was er nog de kwestie van de personeelsbezetting.
Als de Nederlandse fraters in Leuven zouden blijven, dan
moest men ook enkele Nederlandse profesoren geven. Pater
Dehon drong er op aan dat Pater Schulte dogma, Pater K.
Hermans moraal, Pater Veerkamp exegese zouden geven. Maar de
Provinciale Raad herbenoemde 30 juli 1911 Pater Schulte tot
Rector van Asten. Wat Pater Dehon deed opmerken:
Wij hebben Pater Schulte voor Leuven benoemd en U stuurt mij
een benoeming voor drie jaar te Asten. Dit is niet correct.
Wij handhaven de benoeming voor Leuven . En in een volgend
schrijven: Pater Schulte moet naar Leuven. U mag de
benoeming van de Generale Raad zo maar niet langs u
neerleggen. U hebt een grote fout begaan.
Maar het liep zo af dat Pater Schulte zou blijven waar hij
was, namenlijk in Asten en dat P. Luyten naar Leuven zou
gaan als profesor in de Kerkgeschiedenis en in het Kerkelijk
Recht.
Verdere onderhandelingen.
Met dit alles was de financiële kwestie om Leuven nog
geenszins geregeld. Pater Dehon bleef bij zijn eis
betreffende het pensiongeld en de Nederlandse Provincie
hield vol aan deze eis niet te kunnen voldoen. Daarom doet
P. Dehon ten slotte het voorstel om een eigen scholastikaat
in te richten, te Maastricht of elders. De Provinciaal van
de Frans-Belgische Provincie kan dan misschien een kleine
som geven om te bouwen, mogelijk 80.000 francs, 40.000
dadelijk en de rest binnen twee jaar in termijnen.
P. Dehon heeft het in deze brief over Maastricht als
mogelijke plaats voor een Nederlands scholastikaat omdat de
Bisschop van Roermond 13 december 1910 aan P. Kusters verlof
had gegeven voor de stichting van een opvanghuis voor
verwaarloosde jeugd en de bouw van een scholastikaat met een
publieke kapel in Zuid-Limburg.
Pater van Halbeek schijnt 100.000 francs geëist te hebben,
want P. Dehon schrijft hem dat dit niet ineens kan, maar wel
50.000 francs dadelijk en de rest in maandelijkse bijdragen
van b.v. 2000 francs.
In principe was de Nederlandse Provincie hiertoe wel
genegen, maar aanstonds rees de vraag, waar al die fraters
te huisvesten en hoe in hun onderhoud te voorzien. Volgens
de Elenchus 1911-1912 telde de Nederlandse Provincie 29
scholastieken.
Spoedig loste de Generale Raad deze netelige kwestie op door
te bepalen dat Leuven bij eventuele scheiding 110.000 francs
moest uitkeren en dat de Nederlanders een geschikt huis
zouden zoeken. Op 21 juli 1912 benoemde de Provinciale Raad
Pater Schulte tot Rector van het op te richten huis voor
filosofen en theologanten.
Hiermee was de scheiding een feit; de Nederlanders zouden
Leuven verlaten. Maar waar het scholastikaat te vestigen?
Men dacht aan een voorlopige scheiding van theologanten en
filosofen, de eersten in Maastricht, de anderen te Bergen op
Zoom of elders. Pater Dehon schijnt het met dit voorlopige
plan eens te zijn geweest, want hij schreef aan Pater van
Halbeek, dat voor de filosofen geen Rector nodig was. Pater
Trines kon dit wel zijn voor het hele huis. Bovendien moet
er een klein contract gemaakt worden over de eigendom van
Leuven.
Pater Trines was toen pas een jaar Rector van het Juvenaat
en met de filosofen zou hij voor twee communiteiten komen
staan. Hij legde aan zijn Provinciaal zijn bezwaren bloot.
Deze antwoordde dat hij dan maar een andere oplossing moest
zoeken.
P. Trines vond te Breda een grote villa aan de kant van
Teteringen. Ze was vrij geschikt, maar lag toch te dicht bij
de spoorwegovergang en de grote weg (in de nabijheid van de
Hero-fabriek).
“Kasteel: Huize ten Bosch”
Ondertussen ging Pater van Gijsel, die missionaris geweest
was in Finland en nu in Zweden, naar zijn zus te Etten op
vakantie en sprak daar terloops de kwestie aan. Ze wees hem
toen op het klooster te Liesbosch dat door de
Benedictinessen van het H. Sacrament van Rouaan was
verlaten. Het klooster lag aan de straatweg Breda-Roosendaal,
juist op de grens van de gemeenten Princenhage en Etten, aan
de rand van het Liesbosch. Oorspronkelijk was het een
herenhuis geweest. De officiële naam was “Kasteel: Huize ten
Bosch”
Een nieuwe bestemming kreeg het herenhuis toen het omstreeks
1879 werd aangekocht door een exploitant van de
suikerfabriek Zwartenberg onder Leur. Deze richtte het
“Kasteel” in tot hotel en sindsdien werd het “Huize ten
Bosch” een der bekendste familiehotels uit de omtrek van
Breda. Een nieuwe eigenaar liet daarna nog veel
verbeteringen aanbrengen. Het hotel had in die tijd ongeveer
drie hectaren bos en tuin. Daar bevonden zich ook de
beroemde goudvisvijvers
Op 8 november 1904 werd de bezitting aangekocht door het
kerkbestuur van de parochiekerk van de H. Martinus te
Princenhage, waarna het eigendom werd van de genoemde
Zusters die het tengevolge van de Franse vervolgingswetten
nog in het zelfde jaar betrokken. Zij voegden er een vleugel
met een rectoraat aan toe en vervingen de houten keuken door
een stenen. Daar deze Zusters door bijzondere protectie in
hun vaderland konden blijven, kwamen er slechts enkelen naar
Liesbosch met enkele pensionaires.
Na een inbraak in dit klooster riep de generale overste de
Zusters met hun pensionaires weer naar Frankrijk terug. Zo
kwam het klooster leeg te staan. Twee jaar later maakte
Pater van Gijsel Pater Trines er opmerkzaam op. Al spoedig
ging de laatste nu het gebouw bezichtigen. Maar de bewaker
van het huis wilde hem niet binnenlaten zonder schriftelijke
toestemming van de Deken van Etten.
De volgende dag ging Pater Trines naar de Bisschop van Breda
om toestemming voor de vestiging van een scholastikaat. Deze
wees hem eveneens op het klooster te Liesbosch. Hij verwees
hem ook naar de Deken van Etten om het gebouw te kunnen
bezichtigen.
Nadat Pater Trines huis en tuin in ogenschouw had genomen en
geschikt bevonden, spoedde hij zich met frater Telgman naar
Rouaan om daar van het bestuur van de Benedictinessen zo
mogelijk het klooster te huren. Men kwam overeen tegen f
300.- per jaar. Alles wat zich nog in het huis bevond en aan
de Zusters als roerend goed toebehoorde, zou in gesloten
kasten worden bewaard. In de loop der jaren evenwel hebben
de latere bewoners, die van deze bepalingen niet op de
hoogte waren, veel gebruikt en ongebruikt. Bij de aankoop
van het gebouw is deze zaak in der minne geregeld.
We mogen zeker niet nalaten de Hoogeerwaarde Heer F. P. L.
Flooren, in die tijd Deken van Breda en Pastoor te
Princenhage, te vermelden, aan wiens vriendelijke
bemiddeling het voor een groot deel te danken is dat de
onderhandelingen zo spoedig het gewenste gevolg hadden.
Zo had de Nederlandse Provincie een eigen scholastikaat voor
filosofen en theologanten. Het kreeg de naam van
“Grootseminarie Liesbosch”. Zo als we al zagen werd 21 juli
1912 Pater J. Schulte als eerste rector benoemd.
Pater Dehon had voorgesteld Pater K. Hermans als
novicemeester aan te stellen in plaats van P. Schulte. Maar
deze was na het aftreden van P.Kusters lid van het Generaal
Bestuur geworden en kon beide functies bezwaarlijk tegelijk
uitoefenen. Daarom moest hij maar Rector van het
scholastikaat worden en kon men Pater Schulte bij zijn
novicen laten.
Ten slotte liep alles toch weer anders en bleef Pater
Schulte benoemd tot Rector van het grootseminarie, terwijl
P. K. Hermans lid bleef van het Generaal Bestuur en te
Liesbosch moraal zou doceren. Pater Trines zou Bergen op
Zoom verlaten en novicemeester te Asten worden.
Pater P. van Hommerich, een nieuw gewijd priester, die
prefect was te Bergen op Zoom, werd daar nu Rector.
Na moeizame onderhandelingen met Leuven werd op 14 september
1912 de scheiding voltrokken. Leuven zou aan de Nederlandse
Provincie 110.000 francs uitkeren, aanstonds 50.000 en de
rest bij gedeelten van 10.000 francs.
“Het Rijk van het H. Hart van Jezus”, tijdschrift van de
Priesters van het H. Hart te Bergen op Zoom plaatste uit
dankbaarheid aan de Zusters Benedictinessen van het H.
Sacrament in 1912 een artikel over de heldhaftige dood van
veel van deze Zusters in Rouaan gedurende de Franse
Revolutie in 1793.
2. DE EERSTE JAREN VAN HET GROOTSEMINARIE LIESBOSCH.
Het allereerste begin.
In het nieuwe scholastikaat moest men zich zo goed mogelijk
aanpassen aan de omstandigheden. Pater J. Slangen,
oud-Congomissionaris, werd benoemd als eerste econoom of
provisor. Samen met enkele fraters heeft hij het huis
gemeubileerd. We laten hierover hem zelf aan het woord:
8 September kreeg ik mijn benoeming als econoom en tevens de
opdracht om te zorgen dat het huis na afloop van de retraite
te Bergen op Zoom betrokken kon worden. Ofschoon ik juist
voor enige dagen bij mijn familie was, pakte ik toch reeds
de volgende morgen mijn biezen om me naar Bergen op Zoom te
begeven en vandaar naar Liesbosch.
Te Bergen op Zoom wilde ik Pater Provinciaal spreken, die
daar was om de retraite mee te maken. Uiterst vriendelijk
werd ik ontvangen, maar toen ik hem over de “kas” sprak,
bleek spoedi dat ik daarmee niet vandoor kon gaan, daar ze
niet bestond. Zo moest ik 9 september naar Liesbosch
vertrekken met circa 10 gulden in mijn zak. En daar ging nog
heel wat van af. Want P. Provinciaal gaf me vier
scholastieken mee om me te helpen het huis op te knappen en
van hen moest ik nog de reis betalen. Zo kan men zonder
overdrijving zeggen, dat het grootseminarie te Liesbosch
begonnen is met één rijksdaalder in kas.
Tegen het vallen van de avond kwam ik dan 9 september te
Liesbosch aan. Daar ik die avond nog met de fraters het
gemeenschappelijk avondgebed verrichtte, kan men zeggen dat
9 september 1912 het klooster te Liesbosch door ons werd
betrokken. Ook kan men daar echter 16 september voor nemen,
toen de hele communiteit arriveerde, en tenslotte nog 24
september, de dag dat de eerste Rector aankwam: Pater Jos.
Schulte.
Maar voordat het zover was, moest er nog heel wat gebeuren.
Eerst moest er een grote opruiming gehouden worden. Bij mijn
aankomst waren in het rectoraat en in de beide vertrekken
van het eigenlijk klooster, die later als spreekkamers
dienden, twee families gehuisvest. Deze moesten zoals te
begrijpen het veld ruimen voor de nieuwe bezetting. Dan
stonden er overal meubels van de Zusters: o.a. loodzware
eiken kasten. Ook die moesten op zij gezet worden. En toen
dat alles, wat ons niet toebehoorde, overgebracht was naar
de zolder, of zover het tot de kostbare oudheden behoorde,
geborgen was in mijn kamer, toen pas merkten we echt, in
welke mate we van alles verstoken waren en hoeveel er in de
haast zou moeten worden aangeschaft. Refter leeg, klassen
leeg, kamers leeg, keuken zonder gerief, kapel zonder
stoelen of banken, en slechts één altaar zonder
expositietroon.
Met zakboekje en potlood in de hand en een joligheidje van
“houdt er de moed maar in” op de lippen, trok ik met mijn
staf door het huis aan elk vertrek een bestemming gevend en
ernstig overwegend wat er zich zou moeten bevinden. En toen
het tot mij was doorgedrongen dat er van alles niets was,
trok ik er op uit om het ontbrekende aan te schaffen of te
laten maken. Enkele dagen later betreurde de directie van de
tram het dat er te Liesbosch geen groot spoorwegnet bestond,
zoveel hadden ze te lossen.
Op de vastgestelde dag was het huis gereed om door
professoren en seminaristen te kunnen worden betrokken.
Vooral de kapel zag er keurig uit met zijn nieuwe stoelen,
zijn opgeknapt hoogaltaar en zijn nieuwe zijaltaren.
Toen de nieuwe Rector gearriveerd was, begon onmiddellijk
het schooljaar en wel met de volgende professoren: P. J.
Schulte, dogma; P. Th. Luyten, moraal; P. Hermans,
filosofie; P. Th. van der Peet, H. Schrift en liturgie; P.
J. Slangen, kerkgeschiedenis, patrologie, fysiologie en
tevens econoom.
Ik zou me aan een grote overdrijving schuldig maken, indien
ik beweerde dat er in het begin en zelfs onder heel het
rectoraat van P. Schulte geen zware offers waren gebracht,
vooral door de fraters, die uit het “weeldepaleis” van
Leuven kwamen met zijn ruime zalen, elektrische verlichting
en centrale verwarming. Want ondanks de goede wil om er iets
gerieflijks van te maken bleef het seminarie te Liesbosch
erg primitief. Eigenlijke recreatiezalen waren er niet. De
paters waren gedwongen hun ontspanning te nemen op mijn
kamer; de fraters en de broeders in de twee kamers die op
het binnenhof uitzicht gaven. Verder was er geen elektrisch
licht. Al had ik ook voor mooie koperen staande lampen
gezorgd, die heel wat petroleum konden bevatten, dat
herhaald gesjouw naar de houten loods in de tuin om olie te
halen, viel de jongelui, die aan meer comfort gewend waren,
erg tegen. Vervolgens was er niet alleen geen centrale
verwarming, maar ontbraken zelfs de schoorstenen in de
vleugel van de fraters om er in de kamers kacheltjes te
plaatsen. Men was gedwongen zich te vergenoegen met de
warmte, welke twee grote kachels verspreidden, die ik in de
gang van elke verdieping had laten plaatsen na de
trappenhuizen met een dunne wand te hebben afgesloten.
Langzamerhand kwam men echter wel over dat alles heen en
begon men dat primitief gedoe zelfs prettig te vinden.
Men kan zich misschien afvragen waarom moest men zo
primitief beginnen als Leuven toch een som geld had gegeven
om te investeren in een op te richten scholastikaat. Het
schijnt dat dit geld in de bouw van Heer en Maastricht werd
gestoken om Pater van Halbeek en vooral Pater Kusters voort
te helpen.
De jaren 1913-1918 (Rectoraat P. J. Schulte).
Het grootseminarie begon in 1912 met een dertigtal studenten
en het eerste studiejaar 1912-1913 verliep goed. Het schijnt
dat reeds in september 1912 Mgr. Albertus Bitter,
Apostolisch Vicaris in Zweden, een bezoek heeft gebracht aan
ons huis in Liesbosch. Hij was naar Nederland en België
gekomen om een contract te tekenen in verband met het
overnemen van het missiewerk van de PP. Jezuïeten in Zweden
door onze Congregatie.
17 Mei 1913 werden te Hoeven de fraters J. Hermans , F.
Koolen en P. Wijtenburg te Hoeven priester gewijd.
16 Juli 1913 was een bijzondere dag. Die dag bracht
Kardinaal van Rossum een kort bezoek aan het Groot-Seminarie
toen hij op doortocht was van Roosendaal naar Breda.
Het nieuwe studiejaar 1913-1914 begon met een veertigtal
fraters. 25 Juli 1914 werden te Bergen op Zoom de fraters
Telgman , Verheul
en Busscher priester gewijd en 7 fraters ontvingen het
subdiaconaat. De wijdingen werden gedaan door Mgr. J. C.
Meeuwissen, daar de Bisschop van Breda, Mgr. Leyten
gestorven was.
Begin augustus 1914 begon de mobilisatie. Veel kloosters
kregen inkwartiering. Ook het Juvenaat te Bergen op Zoom,
maar ons klooster in Liesbosch niet.
In oktober belegerden de Duitsers Antwerpen. Een grote
stroom vluchtelingen zocht hun toevlucht in Liesbosch dat
slechts twee uur te voet vanaf de Belgische grens te
bereiken is. Hier bevonden zich ook twee vakantiekolonies
voor kinderen, die reeds bij het begin van de mobilisatie
waren verlaten. De paters vroegen en verkregen van de
respectievelijke directies ook de beschikking over deze
gebouwen, zodat ze nu als verblijfplaats voor de
vluchtelingen konden worden ingericht. Ook veel Eerwaarde.
Zusters uit Schooten bij Antwerpen en uit Waasmunster vonden
hier gastvrijheid. Toen na enkele weken Antwerpen was
gevallen, gingen verschillende huisgezinnen naar België
terug; ook de Zusters, toen Kardinaal Mercier bevel gaf de
scholen weer te openen. De overige vluchtelingen werden in
een bijgebouw van het seminarie ondergebracht en verder over
de genoemde kolonies verdeeld. Ook kwamen er daarna
Oostenrijkse en Hongaarse vluchtelingen.
Gedurende de oorlogsjaren had het seminarie dikwijls tekort
aan levensmiddelen en het was voor de econoom een zware taak
om al die jonge mensen tevreden te stellen, die zich met hun
twintig jaar zo karig gedistribueerd voelden.
Op Quatertemper- zaterdag, 27 februari 1915 ontvingen 7
fraters het diaconaat te Liesbosch uit handen van Mgr. P.
Hopmans, de nieuwe bisschop van Breda: B. Meyer , J. van der
Sangen, G. Kuipers , Th. van de Wijs , P. Overschie , W.
Trimbosch
en A. Wijtenburg . Frater L. Smeets ontving het
subdiaconaat.
De 7 diakens werden 4 juli 1915 te Liesbosch priester gewijd
en frater L. Smeets 25 december.
23 Juli 1916 werden priester gewijd: de fraters W. Govaart ,
A. Marrevee ,
Ph. Collignon , alle drie geboren in Schiedam, C. van
Stekelenburg en P. Verwer . Bovendien ontvingen 3 fraters
het subdiaconaat.
8 Juli 1917 werden te Liesbosch priester gewijd de fraters
H. Finke , L. Jeukens , G. Hegener , H. van der Horst en S.
van der Lans.
Om de financiële problemen wat lichter te maken werd er in
1917 een “bureau” opgericht dat onder leiding van P. Finke
kwam te staan.
De wijdingen in Liesbosch in 1918 waren vroeger dan normaal.
Op 18.05. 1918 werden
priester gewijd: de fraters H. Reese ; A. in ´t Groen en J.
A. van ´t Westende .
Nieuwe bouwplannen.
Ondanks alle moeilijkheden en zorgen gedurende de
oorlogsjaren groeide steeds het aantal bewoners. Van 1913
tot en met 1917 werden er in Asten 40 fraters geprofest en
die kwamen allemaal naar Liesbosch. Het gehuurde klooster
van de Franse Zusters begon te klein te worden. In het begin
behielp men zich nog zo veel mogelijk, maar er kwam een
ogenblik dat men niet meer verder kon. Uitbreiding was
beslist noodzakelijk. Het oorspronkelijke plan van P.
Kusters om het seminarie met het voogdijgesticht te Heer te
verbinden bleek praktisch onuitvoerbaar.
Omdat het klooster echter slechts gehuurd was, werden
pogingen aangewend om het van de Zusters te Rouaan te kopen.
De politieke hemel in Frankrijk van de Zusters te Rouaan was
op dat ogenblik voor hen tamelijk helder en er werden dan
ook geen bezwaren geopperd om het klooster te kopen. Dit
gebeurde in de lente van 1918. De uitbreiding was nu
mogelijk, maar niet zonder zeer veel financiële zorgen met
zich mee te brengen. Drie jaar zou het nog duren, voordat
men kon beginnen te bouwen.
Contacten met P. Dehon.
In juni 1913 tekent P. Dehon aan in zijn dagboek: Bezoek aan
de huizen in Luxemburg en Nederland. Er zijn vorderingen en
troostende feiten. Maar er zijn ook enkele personen die
kwijnen in lauwheid, vergetelheid, eigen liefde,
verdeeldheid en gebrek aan naastenliefde.
Na zijn bezoek in juni aan Liesbosch schreef P. Dehon 13
juli 1913 aan P. Schulte:
Ik ben erg tevreden over mijn bezoek aan Liesbosch. Bewaar
goed de vurigheid in de jongeren, vermeerder die nog voor
zover mogelijk. Geef me een van uw jonge priesters voor
Congo. Er zijn daar volksstreken die roepen om een priester
en om het evangelie: “parvuli petierunt panem et non erat
qui frangeret eis” ( Lam. 4.4)( kinderen vroegen om brood en
er was niemand om ze het te geven).
U hebt daar P. Wijtenburg die altijd er al aangedacht heeft
om naar de Congo te gaan. Zeg hem dat ik op hem reken. Pater
Provinciaal heeft er niets op tegen. Hij kan in september of
oktober vertrekken.
Hij kreeg deze mooie roeping en mag die niet verliezen.
In een andere brief van 30 december 1913 schreef hij hem:
Ik bedank u voor uw vrome wensen voor het nieuwe jaar. Dat
God u beware in goede gezondheid, opdat u door kunt gaan met
het vormen van onze jonge mensen in vroomheid en werklust.
Uw jonge Provincie heeft de hulp van Gods voorzienigheid erg
nodig! Wees vurig. Volg de deugden na van onze Pater Andreas.
Zijn geest van armoede riep Gods zegen af over de huizen
waar hij verbleef. Hoe vurig bad hij! Wat een bescheidenheid
in de kapel! Herinner veelvuldig zijn deugden aan onze
jongeren. Het H. Hart heeft niet een zo grote heilige
gemaakt zonder bijzondere intenties. Hij moet het model zijn
voor de Congregatie. De H. Andreas was een van de geliefde
apostelen van de Heer, een eerhersteller. Volgen we de
getrouwheid en de edelmoedigheid na van deze grote modellen:
Sint Jan, Sint Petrus, Sint Andreas. Ik reken erg op uw
volhardende ijver.
Verenigd in het Hart van Jezus.
In mei 1914 P.nodigde P. Dehon P. Schulte uit voor de
wijdingen, maar hij verontschuldigde zich en gaf tegelijk
enkele raadgevingen:
Als ik kan dan zal ik komen naar uw feesten in juli, maar ik
geloof dat de wijding in Leuven op de zelfde dag is en hoe
allen content te maken? Ook de wijding in Luxemburg is
geloof ik op de 25ste.
Bid goed, het gaat er niet om priesters te wijden, het
moeten goede priesters zijn. Ik bid voor u. De Nederlandse
Provincie heeft zijn moeilijkheden. Er zijn gebed en offers
nodig om alles in goede banen te brengen.
25 Mei 1917 stuurt hij hem een postkaart:
Beste zoon, hoe gaat het? En uw bemind klooster? Gaan we
veel jonge priesters hebben? Stuur Joos naar Tervuren. Ik
denk dat hij niet veel moeilijkheden zal hebben voor de
getuigschriften en de wijdingen. Geduld. Na de vrede gaan al
onze werken weer opbloeien.
22 Juli antwoordt hij de groeten van de neomisten met een
andere briefkaart:
Ik ontving een mooie kaart van uw jonge priesters. Zeg hen
dat ik sinds enkele weken aan hen gedacht heb en voor hen
heb gebeden. Met Maria Magdalena, die we vandaag gedenken,
hebben ze het beste deel genomen: zijn ze de beminde
leerlingen geworden van het H. Hart.
3 Januari 1918 schreef hij P. Schulte vanuit Rome, waar hij
31 december aangekomen was dank zij de tussenkomst van de
Paus, die hem geroepen had via diplomatieke weg.
Het schijnt in deze brief dat frater Joos terug is in
Liesbosch, misschien vanwege de oorlog, want P. Dehon zegt
hem:
Zeg aan frater Joos dat zijn Provinciaal meent hem geen
toestemming te kunnen geven voor de wijdingen vanwege zijn
ogen.
Daarna vervolgt hij:
Aanstaande zondag zal ik aanwezig zijn bij de afkondiging
van de wonderen voor de heilig verklaring van de Zalige
Margaretha Maria… Uw Provincie vertroost ons. De andere
hebben veel geleden, maar hun beproevingen tellen ook voor
het Rijk van het H. Hart. Zalig Nieuwjaar aan allen.
14 Februari 1918 komt hij o.a. weer tussenbeide voor frater
Joos. Het schijnt dat P. Dehon medelijden met hem heeft,
maar kan niets doen zonder het verlof van de Provinciaal:
Uw geliefd klooster is erg levendig. Ik dank God daarvoor.
Ik ben bezig een missie voor te bereiden voor uw Provincie
in Indonesië, als het ogenblik daarvoor is gekomen. U weet
dat gedurende de oorlog alles langzaam gaat, maar met der
tijd krijgen we alles klaar.
Joos heeft me opnieuw geschreven. Enkel zijn Provinciaal,
Pater Bertrand , kan hem verlof geven. Ik ben goed op de
hoogte van het probleem met zijn ogen om een gevormde mening
te hebben. Behalve het probleem van zijn ogen, denk ik dat
hij geen goede geest heeft. Als u denkt dat hij gewijd kan
worden, regel het dan met P. Bertrand. Schijf hem. Ik kan
niets beslissen zonder P. Provinciaal. Als P. Bertrand het
goed vindt, ga ik daarmee akkoord. Als Joos nederig is, kan
hij ook wachten tot na de oorlog. De heiligen hebben nooit
het priesterschap geëist. Hij zegt dat hij verontwaardigd is
omdat men hem geen verlof heeft gegeven voor de wijding. Dat
toont geen goede geest. Vraag aan P. Bertrand of hij dit
geval wil voorleggen aan zijn huisraad. Bid opdat er een
eind komt aan de grote problemen.
Op een papiertje apart schrijft hij: Zeg aan P. Bertrand dat
ik me niet verzet tegen de wijding van Joos, want hij heeft
eeuwige geloften.
3. DE JAREN 1918-1924 (Rectoraat P. P. Neyzen).
10 Juli 1918 volgde P. P. Neyzen P. Schulte op als Rector
van Liesbosch. Toen er 8 september 1919 15 fraters geprofest
werden in Asten, werd het klooster veel te klein en moest er
een tijdelijke verblijfplaats gevonden worden. Ook hier
bracht de voorzienigheid uitkomst. In Heer bij Maastricht
had P. Kusters een prachtig sanatorium gebouwd voor
drankzuchtigen, “Huize St. Gerlach”, waarvan het bestuur aan
onze paters was toevertrouwd. Juist in die tijd was de
inrichting opgeheven, zodat het leegstaande gebouw een
prachtige mogelijkheid vormde om een aantal studenten van
Liesbosch tijdelijk te herbergen. Zo is “Huize St. Gerlach”
van september 1919 tot september 1922 het filosoficum van de
Nederlandse Provincie geweest onder leiding van P. Collignon.
Volgens de Elenchus van december 1919 waren er op dat
ogenblik te Liesbosch de PP. Neyzen, Schulte, Buckx , van
der Peet, Kerpen, en Finke , 27 theologanten en de Brs.
Willibrordus, Dionysius , Albertus .
In Heer “Huize St. Gerlach”waren de PP. Collignon, Kusters,
Meyer, in ´t Groen, 21 fraters filosofen en de Brs.
Stanislaus en Venantius .
Intussen werd er druk naar middelen gezocht om aan de
primitieve toestanden en het nijpend plaatsgebrek een einde
te maken. In de zomer van 1921 waren die voorbereidingen
zover gevorderd, dat men tot de bouw van een flinke nieuwe
vleugel kon overgaan. De constructie werd uitgevoerd door
architect Groenendaal van Breda, die reeds talrijke
kloosters gebouwd had, wat aanleiding werd dat men de
vleugel in de wandeling de naam “Groenendaal” gaf. Aannemer
was de firma Raaymakers uit Wouw.De nieuwe vleugel omvatte
naast een ruime zaal voor ontspanning en drie leslokalen een
40 tal kamertjes voor de studenten,zodat de fraters
filosofen in Heer in september 1922 weer in hun eigen huis
konden worden opgenomen. De filosofische en theologische
cursus was weer tezamen en ´n groot aantal studenten
bevolkte het complex gebouwen, waaronder het oude “Kasteel”,
het eigenlijke “Huize ten Bosch”, nog steeds als hoofdgebouw
het geheel beheerste.
Volgens de Elenchus van december 1922 waren op dat ogenblik
in Liesbosch de PP. Neyzen, G. Richters , P. Slangen, J.
Schulte (Provinciaal), Th. Scholten , W. van der Peet, H.
Heuvels , Ph. Collignon, Finke, I. Bloemsaat , 40 fraters en
de Brs. Willibrordus, Laurentius , Dionysius, Pancratius ,
Albertus, Majella en Gabriel .
2 Fraters studeerden er in Rome en 17 in Insbrück.
Het ziekteverschijnsel van plaatsgebrek, waarvan de jonge
stichting nu door de nieuwe vleugel was genezen, bleek
echter chronisch te zijn en begon zich onder de zelfde
Rector al weer te vertonen. Toch moest het als een
verheugend verschijnsel worden beschouwd dat het aantal
roepingen steeds groeide.
Daar kwam nog bij dat de oude gedeelten van het
gebouwencomplex serieuze tekenen van verval begonnen te
tonen. Het beste zou zijn dus alles af te breken en door
nieuwbouw te vervangen. Daaraan kon men voorlopig echter
niet denken, omdat de nieuwe vleugel van 1921 een geweldige
financiële last op “Liesbosch” had gelegd. Een voorlopige
oplossing werd toen gevonden door de aankoop van een houten
loods, gewoonlijk kortweg “keet” genoemd.
In 1923 werd de boerderij met landerijen, “De Buynster”, die
vroeger tot het “Kasteel” had behoord, het eigendom van het
seminarie.
In dit zelfde jaar werden ook 8 fraters priester gewijd. En
eind 1923 waren er 69 fraters scholastieken
29 Juli 1924 werd P. Neyzen opgevolgd door P. B. Daemen.
Contacten met P. Dehon.
28 Oktober 1918 vroeg P. Dehon aan P. Neyzen zich de grote
tradities in herinnering te brengen van Dr. Didiot: het werk
en de godsvrucht. Hij voorziet het einde van de oorlog en
rekent op Nederland om alle verlies in de andere Provincies
te boven te komen en voor de missie in Congo.
Het Generaal Kapittel zal nodig zijn om alles weer in orde
te brengen. Over enkele dagen wil hij naar Italië gaan en
ook wil hij naar St. Quentin om te zien wat het geleden
heeft. Hij denkt dat het Moederhuis niet veel schade heeft
ondervonden, maar vergist zich.
Twee maanden later, 31 december 1918 schreef hij hem:
Met blijdschap heb ik uw mooie kaart ontvangen. Ik houd heel
erg van uw communiteit en in het bijzonder van u, een van de
langer geprofesten in de Congregatie. Beveel de godsvrucht
aan aan al onze jongeren. Ik heb de Paus gezien en is erg
welwillend voor ons. Als herinnering heeft hij me een grote
gouden medaille gegeven. Maar spontaan vroeg hij zelf me:
Wordt de eerherstellende aanbidding goed gedaan in al uw
huizen? Doet men regelmatig de uitstelling van het
Allerheiligste? Hij weet dat dit onze zending is, en als wij
daaraan niet trouw zijn, zal God ons verwerpen. Bid goed
voor de Congregatie en voor de roepingen. Ik hoop het
Generaal Kapittel eind juli te kunnen houden in Maastricht.
Ik ben al oud, maar moet nog een beetje blijven leven. Ik
zeg met de H. Martinus: “Non recuso laborem” ( Ik weiger
niet te werken). Ik vraag het H. Hart u allen te zegenen en
beveel aan de beminde jongeren de vroomheid en de studie
aan.
26 December 1921 beantwoordt hij aan P. Neyzen een brief die
de fraters hem hadden geschreven in Latijn:
Uw jonge fraters hebben me geschreven in de mooie taal van
Rome. Ik antwoord hen met Sint Paulus: “Dilectis filiis,
gratia, misericordia et pax a Deo Patri et Christo Jesu” (2
Tim. 1-2). “Attendite lectioni et doctrinae. Nolite
negligere gratiam quae est vobis” ( 1 Tim. 4, 13-14). “Laborate
sicut boni milites Christi Jesu” ( 1. Tim. 2,3). “ In
omnibus vosmetipsos probate exempla bonorum operum, in
doctrina, in integritate, in gravitate” (1 Tit. 2,7).
Zorg dat ze het H. Hart kennen en beminnen. Daarvoor is het
nodig een speciale bibliotheek te hebben met de werken van
de H. Gertrudis en de H. Margareta Maria. Heb iedere dag de
verzameling bij de hand van de gebeden en de geestelijke
oefeningen van de H. Gertrudis. Onze roeping is heel
duidelijk. We moeten de aanbidders, de leerlingen en zoveel
als het mogelijk is, de vrienden zijn van het H. Hart.
26 December 1923 wenst hij een Zalig Nieuwjaar aan P. Neyzen
en aan alle fraters die hem schreven en zegt hen:
Ik wens dat u goed studeert en goede kloosterlingen bent. Uw
mooie Provincie heeft mooie missies in Brazilië, in
Transvaal en in Noord-Amerika.
Vormen we veel goede priesters. Kardinaal van Rossum wenst
dat u zelfs een missie hebt in China. Bid veel voor al deze
een beetje moeilijke missies.
1 Januari 1924 hernieuwt hij zijn Nieuwjaarswensen:
Ik hernieuw u mijn goede wensen. Uw scholastieken schreven
me een mooie kaart. Zeg hen dat ik op hen reken. Ik bid en
zegen hen. De goddelijke Voorzienigheid zegent duidelijk uw
Provincie. Dat allen trouw blijven. We kunnen ons niet
tevreden stellen met een wankelend geloof in de Congregatie.
De Kerk heeft ons goedgekeurd. We hebben in de Kerk een zeer
duidelijke taak en we moeten haar goed helpen. Zo verdienen
we Gods zegen door de weg van liefde en eerherstel die Hij
ons vraagt. We zijn een speciale divisie in het leger van de
Kerk. Als we tekort schieten dan benadelen we de hele Kerk.
Heb goede moed!
Heiligen we ons door middel van de nederigheid en de
vurigheid. Ik zegen heel uw geliefd huis, zijn leraren en de
leerlingen.
P. Dehon doelt hier op de definitieve goedkeuring van de
Constituties van 12 december 1923.
Er is ook nog een brief zonder datum geschreven door P.
Dehon aan P. Neyzen:
Ik bedank u voor uw goede wensen. Zalig Nieuwjaar. U hebt
een grote taak, de toekomst van de Nederlandse Provincie en
van de Congregatie hangt veel van u af. Wees vurig en doe de
vurigheid ook regeren in uw groot gezin. Waak over de goede
geest. Laat de echte geest van de Congregatie heersen door
middel van het gebed en de lectuur. Dat men langzaam en
vroom bidt. Bid voor al onze werken en onze missies. Ik geef
u mijn vaderlijke zegen.
P. Dehon heeft ook verschillende brieven geschreven aan de
fraters scholastieken van Liesbosch. Begin 1918 schreef hij
hen:
Hartelijk dank voor uw mooie kaart en uw vrome wensen. Werk
goed en bid goed, maar altijd in de geest van onze roeping.
Het is nodig dat ieder huis minstens twee uur aanbidding
heeft iedere dag. Vlucht de kwade geest en de kritiek als de
pest. Bemint elkaar, we zijn de leerlingen van St. Jan
Evangelist.
De H. Vader bemint ons, houdt veel van onze Congregatie, hij
wil de Paus zijn van het H. Hart. Het is een grote genade
voor ons te weten dat we zo verbonden zijn met de opvolger
van Petrus. Hij is bezig de heiligverklaring voor te
bereiden van de Zalige Margareta Maria. 6 Januari, toen hij
het decreet afkondigde van de wonderen van de Zalige, hield
hij een vurige rede over de uitbreiding van de devotie van
het H. Hart, dat het gevolg zal zijn van de
heiligverklaring. Omdat ik zelf aanwezig was, gaf hij me een
heel bijzondere zegen vanwege onze zending.
Bid dat het Generaal Kapittel na de oorlog onze Congregatie
bevestigt in de vurigheid, de eenheid en de liefde. Ik geef
u mijn vaderlijke zegen.
29 December 1921 legt hij hen de goddelijke oorsprong uit
van de Congregatie:
Ik antwoord op uw wensen op zo´n beminnelijk wijze
uitgedrukt. Ik wens u grote vorderingen in de vroomheid, in
de wetenschap en vooral in de geest van de Congregatie.
Onze Congregatie is geen mensenwerk. Ik heb haar gesticht
met alle garanties van de wil van God. Ik heb mijn
geestelijke leidsmannen geraadpleegd, mijn oversten en
heilige mensen van die tijd. Het hoofd van de kerk heeft me
zijn officiële goedkeuring gegeven met een mooi Decreet van
1888. Lees het opnieuw, het is het mooiste dat de Kerk sinds
een eeuw heeft gegeven. We hebben dus een goddelijke
zending: werken voor het Rijk van het H. Hart, hem beminnen
en doen beminnen, leven in eenheid met hem en hem eerherstel
brengen. Denk hier steeds aan. Leef dit leven, wat ook het
leven was van de apostel Sint Jan. God bemint u, bemin hem
ook van ganser harte. Ik geef u mijn vaderlijke zegen.
1 Januari 1924 bedankt hij hun Nieuwjaarswensen en nodigt
hen uit de geschiedenis te bestuderen van de Congregatie en
vraagt hen voor haar te bidden:
Ik dank u voor uw goede wensen met liefde uitgesproken. Bid
goed, studeer goed om nuttige priesters te worden in onze
beminde Congregatie. Het is het H. Hart, dat alles gedaan
heeft in ons Instituut. Hij heeft onze Congregatie gewild,
haar gevormd en de beproevingen, die ze moest ondergaan zijn
een kostbaar gelijkenis geweest met het lijden van de
Verlosser.
Bestudeer graag de geschiedenis van de Congregatie. Lees
mijn “Souvenirs” en de levens van P. Rasset en P. Andreas.
Ook het leven van Zuster Maria Jezus kan u informatie geven
en het zo juist verschenen boek van P. Jeanroy over de
Missie in Congo.
Geen enkele andere Congregatie heeft sinds een halve eeuw
meer tekens ontvangen van Gods bescherming. Bid veel voor
onze werken. Onze stichting in Rome gaat langzaam en onze
missies,die spoedig zullen worden verdubbeld, hebben veel
gebed nodig. Het is nodig die te gedenken in uw openbare en
private gebeden. Ik houd van uw mooie Provincie en ik wens
dat ze nog steeds vuriger wordt. Ik geef u mijn vaderlijke
zegen.
Ook hebben we nog een brief van Pater Dehon zonder datum
geschreven aan de fraters in Liesbosch, waarin hij hen
vraagt de aanbidding niet achterwegen te laten ondanks hun
vele studies:
Ik dank u voor uw goede wensen en uw getuigenissen van
kinderlijke liefde. Ik bid voor u. Uw huis is er een van de
Congregatie die me het meest vertroosten. U bent gezegend
door het H. Hart. Om deze zegen de bewaren en te verrijken
is het nodig dat u allen nederig bent, vurig en de Regel
goed onderhoudt… Het H. Hart heeft zijn zegen beloofd aan de
huizen, waarin men goed zijn geest beleeft van liefde en
eerherstel. Bemin de ogenblikken van aanbidding die u zijn
aangewezen ondanks uw grote bezigheden. Het H. Hart zal u
daarna helpen bij uw studies.
Tenslotte willen we nog vermelden dat, toen P. Slangen
hoogstwaarschijnlijk in mei 1921 aan P. Dehon de eerste
nummers van het tijdschrift “Missiestemmen” , uitgave van
het grootseminarie Liesbosch, op gestuurd had, deze hem
antwoordde:
Hartelijk dank voor het tijdschrift. Ik zie dat u veel en
goed werkt. Maak veel propaganda voor onze missies. Bereid
ons jonge missionarissen voor in Liesbosch. We hebben deze
jaren maar weinig wijdingen. Als er vurigheid is in onze
huizen, dan komen de jongeren van zelf. Bid goed voor de
Congregatie en laat de mensen bidden. Spoor ze daartoe aan
in uw tijdschrift.
4. DE JAREN 1924-1927 ( Rectoraat P. Daemen).
Van deze jaren hebben we weinig gegevens.
In juni 1926 bezocht P. Philippe, de nieuwe Generaal
Overste, het grootseminarie te Liesbosch.
Toen P. Daemen 25 augustus 1951 stierf schreef men in
Annalen over zijn rectoraat:
“ In 1924 werd hij benoemd als Rector van Liesbosch. Hij
bleef dat tot 1927. Dit moet voor hem een zware tijd geweest
zijn; en zeker was het een tijd van veel moeilijkheden,
omdat hij vaak niet begrepen werd. Stipt als hij zelf was,
eiste hij de zelfde stiptheid ook van anderen. Bekend is
bijvoorbeeld, dat hij onverbiddelijk vasthield aan de tijd
van het avondgebed. Zijn grote liefde voor de armoede en de
eenvoud uitte zich soms op een wijze, die door anderen niet
gemakkelijk aanvaard werd. Maar allen waren overtuigd dat
hij met ernst en groot verantwoordelijkheidsbesef zijn taak
als Rector opvatte en vervulde.
Van deze periode zal bij de fraters van die jaren nog wel
het vermakelijke voorval van de blauwe handdoeken in
herinnering gebleven zijn. Om een of andere reden, misschien
omdat het op het platteland gebruikelijk was, werden de
gewone witte handdoeken vervangen door blauwe. Maar die
nieuwe blauwe handdoeken gaven zo af, dat op de eerste
morgen de gehele communiteit met blauwe (en misschien ook
wel met lange) gezichten liep.
5. DE JAREN 1927-1930 ( Rectoraat P. J. Jak).
Van augustus 1927 tot augustus 1930 was Pater J. Jak Rector
van Liesbosch. Het aantal bewoners was zodanig uitgegroeid,
dat men zich nauwelijks meer kon behelpen. Bovendien kon men
verwachten, dat het aantal studenten nog steeds groter zou
worden, zodat men stond voor het onontkoombaar feit:
uitbreiding.
Intussen had de Provincie in Nijmegen een klein huis
gehuurd, dat onderdak moest verschaffen aan haar studenten,
die aan de sinds 1923 aldaar opgerichte R.K. Universiteit
colleges volgden. Gezien het grote nut, dat er voor een
seminarie aan verbonden is zich in een universiteitsstad te
bevinden, besloot men van de nood een deugd te maken en de
noodzakelijke uitbreiding niet te laten bestaan in een
nieuwbouw aan het bestaande seminarie, maar in de vestiging
van een nieuw studiehuis in de nabijheid van de
Universiteit.
Zo werd in 1929 begonnen met de bouw van het Studiehuis “St.
Jozef” te Hees-Nijmegen, dat in oktober 1930 gereed was. Dat
bracht een diep ingrijpende verandering met zich mee, die
als een definitieve oplossing bedoeld en gedacht werd.
Liesbosch zag nu alle theologanten met hun professoren
vertrekken.
Grote sommen heeft Liesbosch hiervoor geofferd. De grond met
de villa kostte alleen reeds f 72.500 gulden.
P. Jak was erg studieus en enorm geïnteresseerd in de
geschiedenis van de Congregatie. In het centraal archief
vinden we nog veel handschriften van hem over de
geschiedenis van de Nederlandse Provincie, het leven van
Pater Kusters, de geschiedenis van verschillende
huizen, etc. Hij had ook een “Congregatiebibliotheek”
opgericht. Toen hij naar Nijmegen vertrok nam hij deze mee.
Ze is daarna de oorsprong geworden van het “Archivio
Dehoniano” in Rome.
Maar voor we met onze geschiedenis verder willen gaan,
willen we eerst nog het “Corpus Doctum” geven van de
professoren voor de theologische en filosofische cursus
1929-1930.
P. Jak, Rector. Kerkgeschiedenis (1e en 2e jaar filosofie,
1e en 2e jaar theologie).
P. Collignon. Moraal; Jus (1e , 2e en 3e jaar theologie).
P. Slangen. Liturgie (1e en 2e jaar theologie); Patrologie
(1e en 2e jaar filosofie); Fysiologie ( 1e jaar filosofie).
P. Schulte. Dogma; Ethica (2e jaar filosofie).
P. Barth. Psychologie en Criteriologie (2e jaar filosofie);
Cosmologie (1e jaar filosofie).
P. v. d. Kooy Sr . Exegese van het Nieuwe Testament ( alle
theologanten en 2e jaar filosofie); Exegese van het Oude
Testament (allen).
P. v. d. Kooy Jr . Logica en Ontologie (1e en 2e jaar
filosofie); Theodicee (2e jaar filosofie); Geschiedenis van
de Filosofie (1e en 2e jaar filosofie).
P. L. Hovers . Introductie op de H. Schrift (1e jaar
filosofie).
Aan de filosofen van het 1e jaar zal bovendien nog Hebreeuws
gegeven worden door P. Collignon.
Dan waren er:
3 Paters studenten 4e jaar Theologie
8 Fraters studenten 3e jaar Theologie.
10 Fraters studenten 2e jaar Theologie.
15 Fraters studenten 1e jaar Theologie.
15 Fraters studenten 2e jaar Filosofie.
17 Fraters studenten 1e jaar Filosofie. In totaal 68
studenten.
Econoom was P. G. Knirim en op het bureau werkte P. v. d.
Lans.
Volgens Cor Unum, januari 1930 waren ook de volgende
Broeders in Liesbosch werkzaam:
Laurentius Kamerbeek, Willibrordus v. d. Knaap, Jacobus Oonk
, Gerardus Cortselius , Eduardus Veehof , Mathias Bailet ,
Angelus Bakker , Suitbertus de Wolf , Bernardinus Hüften ,
Paschalis Hoogeboom
en Amandus van Hevelingen.
6. DE JAREN 1930-1936 (Rectoraat van P. J. Hovers)
Enkele gegevens over de jaren 1930-1933.
Het bos werd in 1931 door de fraters flink onder handen
genomen en de scholastieken zelf legden een tennisbaan aan.
“Eigen Reeks” 1932 gaf dit overzicht van het jaar 1931 van
het grootseminarie Liesbosch:
Communiteitsleden: 62.
Paters: Pater v. d. Lans zagen we vertrekken naar Rotterdam,
om daar zijn vroegere werkzaamheden weer te hervatten. Hier
werd hij vervangen door Pater Smeehuyzen, die tevens de
Liturgie en de zang verzorgt. Met het nieuwe schooljaar
begon ook Pater van Rixtel zijn lessen in Ethica. Het aantal
Paters is nu 8.
Fraters: We tellen er 42, waarvan 2 op het bureau, 20 2e
jaars en 20 1e jaars filosofen. Dit is een tiental studenten
minder dan het vorig jaar.
Broeders: In de loop van het jaar werden er nogal enkele
verplaatst (Br. Gerardus, Br. Bernardinus, Br. Amandus, Br.
Joachim). De opengevallen plaatsen zijn hoofdzakelijk
aangevuld door broeders-postulanten. Er zijn nu 8 geprofeste
broeders en 3 postulanten.
Assistentie en bijkomende werkzaamheden:
Geregelde assistentie: Zusters Liesbosch, Kweekschool Breda
en Kinderwerk Breda. De assistentie in de kerk van Liesbosch
is wel niet regelmatig, maar daarom niet minder druk.
Integendeel. Verder de hulp verleend aan de buurtparochies
en gestichten in de omgeving.
Bovendien werden nog op een plaats de vastenpreken gehouden,
triduüm voor het feest van de H. Gerardus gepreekt te
Maastricht en retraites gegeven aan onze Broeders te Heer en
Nijmegen en aan de jongens te Bergen op Zoom.
Een overzicht van 1932 vinden we in “Eigen Reeks” V:
Personeel en werkzaamheden.
- P. J. Hovers werd in juli voor een tweede triënnium
benoemd als Rector.
- P. J. v. d. Kooy, conrector en professor in Logica,
Ontologie en Theodicee, terwijl hij naast P. Rector de
geschiedenis van de wijsbegeerte doceert
- P. A. Barth, tweede raadslid, nestor van het collegium
doctum, neemt als professor de Psychologie, Cosmologie en
Critica voor zijn rekening, terwijl hij vanaf september -ad
interim- de Ethiek doceert.
- P. G. Knirim, professor in de Exegese en econoom.
- P. M. Mortiers, professor in Kerkgeschiedenis en
Eloquentia Sacra.
- P. J. Smeehuyzen, hoofd van het bureau, professor in de
Liturgie en directeur van de Gregoriaanse Zang.
- P. A. Coendermans, provisor, die zeer waardevolle relaties
schept en onderhoudt; en bovendien met veel enthousiasme
Dogmatiek doceert aan de Broeders.
-P. A. van Rixtel, doceerde tot het einde van het vorig
schooljaar Ethica en wacht nu sinds 4 maanden op een nieuwe
benoeming.
Naast deze gewone werkzaamheden van de Paters is er nog een
hele lijst van buitengewone werkzaamheden:
- P. v. d. Kooy heeft het “Kinderwerk” sinds september
overgenomen en geeft zich met groot enthousiasme voor de
verwaarloosde meisjes uit de achterbuurten van Breda.
- P. Barth zong nagenoeg iedere Zondag de Hoogmis bij de
Broeders van de Kweekschool te Breda.
- P. Smeehuyzen gaf vastenmeditaties in Etten, preekte mee
de Missie in Amsterdam, leidde een Triduüm in Bakhuizen en
verrichtte bovendien een groot aantal assistenties in de
buurtparochies, vooral hier in Liesbosch, waar hij feitelijk
een onbenoemde Kapelaan is.
- P. Coenderman had tot voor enkele maanden elke Zondag zijn
assistentie in de nieuwe parochie van Pastoor Dekkers en
hielp vaak in Schoorl.
- P. van Rixtel heeft tot september het kinderwerk
waargenomen te Breda, gaf tot juli elke veertien dagen een
les op Bouvigne, hield twee spreekbeurten voor de R.K.V.U.
te Rotterdam en gaf met twee Redemptoristen een
volksretraite in ons rectoraat te Maastricht.
Bovendien speelden onder het collegium doctum nog
verschillende markante initiatieven:
Zo bekwaamde P. Knirim zich in het Hebreeuwsch, doceerde
Esperanto aan P. Coenderman, in welke taal hij bovendien nog
meerdere gedichten schreef. De laatste tijd doet hij ook nog
plantaardige opvoedkunde in de serre.
P. Smeehuyzen en P. van Rixtel volgen sinds enkele maanden
een spreekcursus.
Naast de Paters staan de Broeders, die door hun opofferende
arbeid dag in, dag uit, niet weinig kracht bijzetten aan de
priesterlijke vorming, die hier in dit huis wordt verricht.
Voorop Br. Willibrordus, een allround werker,
assistent-econoom en stoker van de verwarming, terwijl hij
bovendien met onze Br. Jacobus het huiswerk verricht; dan
Br. Angelus, de kok; Br. Suitbertus, kleermaker; Br.
Paschalis, de veeteelt; Br. Isodorus de landbouw samen met
Br. Theobaldus ; Br. Albertinus, bakker en schilder; Br.
Salesius, schilder en huiswerker.
Conferenties. Elke veertien dagen gaf P. Rector een
conferentie aan de fraters en de broeders om hen te vormen
en te verdiepen in de eigen geest van onze roeping. Terwijl
in de tussenliggende weken de paters om de beurt een
conferentie verzorgden.
De scholastieken.
Er waren 22 eerste jaars en 19 tweede jaars filosofen.
De nieuwbouw.
Al spoedig bleek in 1930 dat er werkelijk nog eens opnieuw
moest worden begonnen. Het oude “Kasteel” werd zo
bouwvallig, dat het levensgevaarlijk werd hier nog langer
blijven te wonen. Al deed zich de economische crisis in alle
opzichten gevoelen, met de stroom van jonge kloosterlingen,
die hun filosofische studies moesten maken, was dat
geenszins het geval. Dat werd een zware beproeving. De bouw
van het huis in Nijmegen had zo´n zware last meegebracht en
de onderhoudskosten van het groeiend aantal studenten namen
voortdurend toe. Ook de giften van de weldoeners liepen
terug naarmate de economische toestand slechter werd. Maar
de nood drong en met vertrouwen op de Goddelijke
Voorzienigheid werden plannen ontworpen voor een eenvoudige
maar stijlvolle nieuwbouw door Architect Ir. G. Deur, die
ook het Studiehuis St. Jozef ontworpen had.
Op woensdag 22 februari 1932 kwam de lang verwachte
goedkeuring van Rome. De aanbesteding had plaats op 7 april.
De loods die als refter gediend had werd afgebroken en ook
de oude hotelresten van het “Kasteel”.
Zo verrees in 1933 een nieuw hoofdgebouw, waarin zich de
hoofdingang, spreekkamers en conversatiezaal van de
professoren bevinden, als ook hun werk en slaapvertrekken en
kamers voor de broeders. De gehele voorgevel wordt beheerst
door het statig oprijzende trappenhuis, dat het geheel een
massaal aanzien geeft. In aansluiting met dit hoofdgebouw en
parallel met de vleugel van 1922 werd verder een lage
zijvleugel gebouwd, die eetzaal, keuken, bureau, economaat
en vertrekken voor de studenten omvat.
Ook was het niet overbodig een nieuwe kapel te bouwen, maar
alles wat men nu kon doen was de bestaande kapel te
vernieuwen.
Overzicht over het jaar 1934.
Voor beter inzicht is het goed te vermelden dat vanaf
september 1934 de eerste jaars studenten Theologie samen met
enkele professoren van Nijmegen teruggekomen waren naar
Liesbosch. Door de verbouwing was er eindelijk voldoende
plaatsruimte beschikbaar en kon er een definitieve regeling
worden getroffen met betrekking tot de hogere opleiding van
de priesterstudenten.
Personeelstaat.
- P. J. Hovers, Rector.
- P. J. v. d. Kooy, 1e raadslid, professor Filosofie.
- P. A. Barth, 2e raadslid, professor Filosofie.
- P. Ph. Collignon, professor Moraal.
- P. G. Knirim, econoom, professor Exegese.
- P. H. Muller , professor Dogma.
- P. J. Smeehuyzen, bureau, professor Liturgie en
Gregoriaans.
- P. A. Coendermans, provisor.
- P. Th. Kappers, professor Kerkgeschiedenis.
Studenten.
Theologanten: eerste jaars Theologie 29.
Tweede jaars filosofen: 19.
Eerste jaars filosofen: 25.
Verder 2 studenten werkzaam op het bureau.
Broeders.
Willibrordus, Aloysius , Jacobus, Angelus, Ludovicus ,
Suitbertus, Theobaldus, Paschalis, Thaddeus , Romuladus ,
Isodorus, en Bruno .
Assistentie.
P. J. v. d. Kooy trok trouw iedere Zondag naar Breda om voor
de “Zonnekinderen” in het E.K. Huis de Mis te lezen; daarbij
catechismusles. Ook hield hij een paar opvoedkundige
voordrachten voor de catechisten aldaar.
P. Barth celebreerde iedere Zondag bij de Broeders op de
Kweekschool.
P. Smeehuyzen verleende assistentie in Amsterdam, Rotterdam,
op Het Schijf, in Etten, in Leur en was gedurende 4 weken
plaatsvervangend pastoor van Liesbosch. Daarnaast gaf hij
nog vier retraites voor meisjes te Nijmegen en een in ons
Juvenaat te Bergen op Zoom.
P. Coendermans maakte zich eveneens zeer verdienstelijk door
herhaalde assistentie.
Pater Kappers was gedurende de Kerstvakantie de trouwe
assistent van de pastoor van zijn geboorteplaats.
P. van Rixtel preekte begin januari een retraite voor de
Middelbare Technische School (M.T.S.) in hun kamphut in de
Groesbeekse bossen. Verder offerde hij veel vrije tijd aan
het werk voor de R.K.V.U te Rotterdam.
Rondgang door het jaar.
6 Maart: Vooravond van St. Thomas, die een waardige hulde
ontving in een lezing over “De verhouding van Albertus
Magnus tot St. Thomas”, opgeluisterd door muziek, o.a.
“Les Soldats de Gédéon”.
21 Maart: Bezoek van P. Generaal met P. Loh.
22 Maart: P. Generaal hield een prachtige causerie over de
diverse werken van de Congregatie.
8 April: Bezoek van Mgr. Cobben aan ons seminarie. Omdat de
nieuwe kapel nog niet in gebruik genomen was, kon hij niet
pontificeren.
11 April: Inwijdingsfeest van de nieuwbouw. De plechtigheid
van de inzegening werd gedaan door P. Finke, Provinciaal.
Aanwezig was de burgemeester van Princenhage, die erg blij
was met de nieuwbouw aan de grens van zijn gemeente. Verder
Pater Smith, Rector van de Paters van de H. Familie van
Oudenbosch en studiegenoot van P. J. Hovers, Rector, in
Freiburg. Daarnaast waren nog aanwezig de oud-rectoren, de
PP. Schulte en Neyzen, de Deken van Etten etc.
Rond half zes schoof het gordijn in de toneelzaal open en
zagen de aanwezigen “De heilige die geen heilige wilde zijn”
van Ghéon.
5 Juni: Zilveren priesterfeest van P. Barth. De
feestpredikatie werd gehouden door P. Slangen. In de
namiddag was en een revue, waarin het leven van P. Barth
werd uitgetekend in zes taferelen.
18 Juli: werden hier de neomisten gehuldigd. Het feest droeg
een speciaal karakter in zover, dat P. Rector het geluk had
de eerste studenten van zijn rectoraat als priester terug te
zien. Op de vooravond bracht het orkest “San Francesco” van
de kweekschool te Breda een serenade aan de feestelingen.
21 Juli: Liesbosch zet zijn auladeuren wijd open voor de R.
K. Staatspartij. Paters en fraters waren bij de twee
vergaderingen aanwezig en deden hun voordeel met de
magnifieke rede van Mr. Aalberse.
23 Juli: Een groots opgezette zelatricendag, wat de
apostolaatijver ten goede kwam. Met veel succes werd “De
roman van een krantenjongen” opgevoerd.
29 Juli: Tegen de avond kwam Mgr. Verfaillie heel
onverwachts aan. Een buitenkansje. Missievoetbalwedstrijd
met pontificale assistentie.
15 September: Begrafenis van fr. A. de Rooy , acht dagen na
zijn eeuwige geloften. Een droevig ongeluk maakte een einde
aan dit jonge leven. Hij verdronk 13 september 1934 in de
Aa.
17 September: Lectio brevis. De PP. Collignon, Muller en
Kappers houden hun inaugurale rede.
28 September: Zilveren professiefeest van P. Collignon. ´s
Avonds werd “Elckerlijc” met
succes opgevoerd, waarna P. Schwering de film “Volgens de
Wet” draaide met “Hare majesteit baby” als toegift.
16 Oktober: vierden we het feest van P. Rector, dat ons met
veel gezelligheid de reis “Naar China” bezorgde.
30 Oktober: P. de Jaeger hield een zeer gewaardeerde en
geapplaudisseerde causerie over zijn missiewerk in Congo.
30 December: werd een algemeen uitstapje gemaakt naar Bergen
op Zoom.
Bijzondere werkzaamheden
Met medewerking van alle fraters werd er een nieuw
voetbalveld aangelegd. Ook in de serre werd verdienstelijk
werk geleverd door een algehele vernieuwing en uitbreiding
van de bergplaatsen. De fratertimmerlui maakten 60 tafeltjes
voor de theologanten en zorgden voor de installatie van het
nieuwe bureau en de nieuwe linnenkamer.
Overzicht van het jaar 1935.
Veranderingen in het personeel
Vooral sinds de tweede helft van het jaar is de
personeelsstaat in voortdurende beroering gebleven.
19 Maart kwamen de pas geprofeste Broeders Cleophas ,
Timotheus en Richard .
Door de ziekte van Pater Bentvelzen moest Pater Collignon
Liesbosch weer verlaten en werd zijn plaats als
moraalprofessor ingenomen door Pater Schildkamp, die
teruggeroepen werd uit Freiburg.
Op het bureau volgde Pater v. d. Wiele Pater Smeehuyzen op.
Pater Karskens werd provisor in de plaats van Pater
Coenderman. Een kleurig gebruikte “stoomfiets” is voorlopig
zijn trouw medepuffende gezel geworden. Pater Knirim deed
afstand als econoom. Pater Coenderman volgde hem op.
In augustus werd ook P. Muller naar Nijmegen verplaatst.
Pater H. Dorresteijn kwam hem als professor van dogma
vervangen maar werd 20 oktober al Rector benoemd in Bergen
op Zoom. Een week daarna konden de theologanten hun klassen
hervatten met de komst van Pater Puts.
Ook bij de Broeders kwamen er verschillende veranderingen.
Br. Theobald en Br. Richard werden verplaatst naar Heer. Br.
Venantius Koppes kwam naar Liesbosch.
Asssistentie en retraites.
Verschillende van de geregelde assistenties in de omgeving
zijn ons in de loop van het jaar wegens omstandigheden
ontvallen: zo raakten we de wekelijkse Misassistentie kwijt
voor de E. K. kinderen in Breda. Ook in de kerk van
Liesbosch zal het assisteren wel minder worden, omdat de
pastoor voortaan hulp zal krijgen van een kapelaan; om de
zelfde reden ontvalt ons ook de assistentie bij de zusters
hier in de parochie.
Assistentie werd verleend in Schiebroek, Honselersdijk,
Wageningen, Assendelft, Schagen, Koog-Zaandam, Lonneker en
veelvuldig in Rotterdam. Bovendien de voortdurende
assistentie in de buurtplaatsen: Leur, Liesbosch (kerk),
Etten en Breda.
Pater Kappes preekte de vastenmeditaties bij de zusters in
Etten en in Leur; Pater v. de Kooy hield de retraite voor de
diakens in Nijmegen, de jaarlijkse retraite in Asten en
onder de Kerstvakantie een retraite voor de Zusters van
Moerdijk. In dat zelfde klooster hield ook P. Karskens een
retraite voor pensionaires.
De voornaamste gebeurtenissen.
21-25 Januari: canonieke visitatie.
25 Februari: Mgr. Cobben bracht zijn officieel bezoek aan
Liesbosch. In 1934 was de nieuwe kapel nog niet klaar; om
deze reden moest toen afgezien worden van een Pontificale
Mis. Het orkest San Francesco zorgde ´s avonds voor een
keurig program.
6 Maart: Vooravond van St. Thomas. Fr. Borrenbergs gaf een
interessante en leerzame lezing over “De verhouding van
geloof en weten”. Muziek luisterde de pauze op.
14 Juli: Naast het bezoek van Mgr. Cobben en de herhaalde
aanloopjes van Mgr. Mekkelholt mocht men op deze dag Mgr.
Hopmans, de oude bisschop van Breda, na 5 jaar weer in ons
grootseminarie zien. Hij diende de tonsuur toe aan 26
fraters.
25-26 Augustus: werden in de recreatiezaal de katholieke
sociale studiedagen gehouden van het bisdom Breda, die eerst
gehouden werden te Seppe. Behandeld werden actuele
katholieke vraagstukken.Het waren drukke en leerzame dagen.
De deelname bleef ver beneden het geraamde getal.
7 Oktober: Zilveren professiefeest van de Br. Willibrord en
Br. Stanislaus. Een revue schilderde de levensloop van beide
jubilarissen.
16 Oktober: werd voor de laatste keer het naamfeest gevierd
van Pater Rector. Er was ditmaal bijzonder werk van gemaakt:
de “Puer-Mis” van Winnubst klonk als een klok, een eigen
orkest van 25 man sterk streek en blies de zaal vol blije
geluiden en het toneelstuk van Calderon “Het grote
schouwtoneel” was een gelukkige, zeer in de smaakvallende
keuze.
Lezingen over de Missies.
Begin maart kwam Mgr. Cobben een lezing geven over de
mogelijkheden en de moeilijkheden van de missie in Finland.
In mei hield Pater Graaff een causerie in het Duits over het
moeilijke begin van onze Braziliaanse missies.
Ook Pater Buys S.V.D. droeg door zijn film “Rio Rago” het
zijne bij om de missieliefde bij de fraters op te wekken.
Pater W. Jansen gaf een lezing met lichtbeelden over de
Congo.
Op 27 december sprak Mgr. Mekkelholt uitvoerig over het
begin, de groei en de tegenwoordige bloei van zijn
Prefectuur van Benkoelen, Indonesië.
7. DE JAREN 1936-1942 (Het Rectoraat van P. J. Bentvelzen).
Over deze jaren hebben we minder gegevens omdat “Eigen
Reeks” ophield te bestaan.
Op 1 juli 1936 werd P. Hovers als Rector opgevolgd door P.
Bentvelzen.
In het zelfde jaar nam de nieuwe Provinciaal Overste, Pater
C. Hoffmann , zijn intrek in het z.g. rectoraat van
Liesbosch.
De aanleg van een zwembad in Liesbosch 1936-1939.
Onder de fraters van Liesbosch bestond al in de twintiger
jaren de behoefte aan een zwemgelegenheid. Soms werden er
clandestiene zwempartijtjes georganiseerd. Een daarvan had
een dodelijke afloop. Op 13 september 1934 verdronk frater
A. de Rooij in de revier de Aa. Maar het zou duren tot het
rectoraat van P. Bentvelzen voordat er serieuze plannen
gemaakt zouden worden voor een eigen zwembad. P. Bentvelzen
was, destijds als frater, zelf op de hoogte geweest van die
clandestiene zwempartijtjes. Hij stond niet afwijzend
tegenover een zwembad. Integendeel. Hij wilde het zelfs
dicht bij huis hebben. Mogelijk niet alleen om het zwemmen
gemakkelijker te maken, maar waarschijnlijk ook om door
beter toezicht in de toekomst ongelukken te voorkomen.
Onderzocht werd of het soms mogelijk zou zijn om op eigen
terrein een zwembad te realiseren. En werkelijk, op eigen
terrein achter de boerderij bleek voldoende bronwater
aanwezig te zijn om daar een zwemvijver aan te leggen. En zo
begon men dan heel spoedig onder het rectoraat van P.
Bentvelzen met het graafwerk voor de zwemvijver.
Het huis was in die dagen zeer arm; er moest zuinig met
alles omgesprongen worden. Het begin werd gemaakt; schoppen,
laarzen, overalls werden aangeschaft. Een stuk land werd
uitgezocht, achter in de tuin. Op wandelmiddagen, op vrije
dagen, in de vakantie gingen in het begin veel fraters “aan
de vijver werken”. Later bekoelde de geestdrift wel; er
bleef een bepaalde groep over, die altijd, als een vaste
kern, naar de vijver trok.
Er werd in het midden begonnen, en aan de zijkanten
opgehoopt. Van een buurtmaatschappij kwamen lorries,
draaischijven en andere technische hulpmiddelen. Frater Jan
van Rut , uit Lierop, wist van een Boerenbond een
elektrische pomp te kopen met een lange kabel, genoeg om een
verbinding van het huis naar de vijver aan te leggen. Deze
kabel werd dwars door de velden op één dag gelegd en
ingegraven. We hadden toen de indruk dat Pater Bentvelzen
wel eens een extra vrije dag gaf om het werk aan de vijver
te begunstigen.
Eerst werd eenvoudig samengewerkt,spoedig ontwikkelde zich
een leidende figuur, Piet Renders, Aan zijn voorzichtige en
bekwame leiding is het zeker te danken dat er nooit ernstige
ongelukken zijn gebeurd bij dit zware werk.
De eerste helft was klaar in 1937, men begon met de tweede
helft. Er kwamen nog meer rails om de groeiende dijken te
kunnen bereiken. In die tijd werden ook de eerste
kleedkamers gebouwd. De eerste helft van de vijver kon
gebruikt worden.
Laatste loodjes.
Het hoogte punt van de activiteit was de zomervakantie 1938.
Er werd met twee lorries gewerkt; het ideaal was 100 lorries
zand uitgraven per dag. Hier het program van deze vakantie:
4.00 uur opstaan, Piet Renders klopte;
4.30 H. Mis en meditatie, Pater Barth was present;
5.30 ontbijt;
6.00 begin van het werk aan de vijver;
9.00 tweede ontbijt aan de vijver;
11,30 100 lorries weggereden. Het werk werd gestopt en allen
gingen zwemmen in het eerste stuk.
Later werd het tweede stuk met het eerste verbonden, de
vijver was klaar. In het volgende jaar 1938-1939 werd alles
nog afgewerkt, maar toen Piet Renders weg was, was ook de
geestdrift voor het afwerken voorbij. Alles tezamen een
mooie prestatie van de toenmalige fraters van Liesbosch.
Vooral de fraters van de Rips en Lanaeken waren trouwe
medearbeiders. Aart Buynsters, de knecht van Liesbosch,
zorgde altijd dat hij met het paard, Roos geheten, aanwezig
was. De “machinist “ van de kiepwagentjes getrokken door
Roos was Br. Boudewijn. In 1939 werd met de beplanting van
de dijken begonnen.
25 Jaar grootseminarie Liesbosch.
Dit werd gevierd op 7 oktober 1937. Mgr. Hopmans droeg een
Pontificale Hoogmis op. Na deze plechtigheid die tot half
twaalf duurde, was het koffietafel voor de gasten. Om één
uur begon het diner. Mgr. Hopmans uitte in zijn toespraak
zijn vreugde dat in het seminarie niet alleen de opleiding
tot het priesterschap werd gegeven, maar ook de
eerherstellende aanbidding werd beoefend. Ook uitte hij zijn
dank voor de hulp bij het invoeren van de eeuwigdurende
aanbidding in zijn bisdom. Om drie uur vertrok Monseigneur.
Na het Lof gaven de fraters een toneelstuk te zien: “Kamp
32”, een oorlog stuk.
Op het moment van het zilveren feest van het grootseminarie
Liesbosch telde de communiteit 90 fraterstudenten.
Het aantal fraterstudenten, die in het grootseminarie de
eerste drie jaren van hun opleiding ontvingen en zich nu in
het Studiehuis “St. Jozef” te Nijmegen of elders op het
priesterschap voorbereiden was 56.
Het aantal priesters die in het grootseminarie hun opleiding
ontvingen gedurende de jaren 1912-1937 was 236.
Andere gegevens over 1937- 1939.
Na hun 4e jaar theologie werden in 1937 voor Liesbosch
benoemd de PP. W. Boeren
en L. Jamar . P. Boeren werd de nieuwe provisor.
In oktober verliet Br. Celsus het grootseminarie om plaats
te maken voor Br. Martialis, wiens plaats hij ging innemen
in het voogdijgesticht te Heer.
19 Januari 1938: Op deze dag werd het 12 ½ jarig
priesterfeest gevierd van P. G. Knirim.
In Januari hield frater G. Steffens voor de Studiekring St.
Thomas een lezing over “Filosofie van het Bolschewisme”.
20 Februari werd in de recreatiezaal een zangconcours
gehouden van 8 zangkoren van enkele parochies uit de buurt.
Als leden van de vereniging Sint Gregorius in het bisdom
Breda moest ieder koor 2 nummers uitvoeren, 1 verplicht en 1
vrij.
Vastenavond bracht de opvoering van het meesterwerk van
Calderon “Het leven is een droom”.
Op de herdenkingsdag van St. Thomas in de maand maart hield
Dr. Th. v. d. Bom, professor van het Bisschoppelijk
Seminarie in Hoeven een lezing over “De nieuwe richting van
de wetenschap en het Thomisme”.
Op het eind van de maand maart, juist na het bericht dat
Noord-Brazilië een zelfstandige Provincie geworden was, kwam
er een brief uit Rome, waarin P. Generaal acht fraters vroeg
om in en voor die Provincie hun studie voort te zetten; vier
voor het eerste jaar theologie en vier voor het eerste jaar
Filosofie.
14 Mei werd de jaarlijkse bedevaart gehouden naar
Meerseldreef.
24 Juni: Naamfeest van P. Rector. Het geheel was ingesteld
op het “Vijverwerk”. Grote muurschilderingen waren
aangebracht, voorstellend de werkzaamheden in de
verschillende stadiën.
28 juni: 60 jarig bestaan van de Congregatie. ´s Morgens
Hoogmis en voor de rest vrij af.
Voor die herdenkingszitting had de nieuw opgerichte Pater
Dehonclub al enige weken tevoren gezorgd. Op 12 juni hield
frater J. Scholte een lezing over “Pater Dehon, apostel van
vele volkeren” en frater C. Bentvelzen over “Pater Dehon te
St. Quentin”.
3 Augustus: Het laatste karretje zand werd omhoog gehaald
bij het graafwerk van de zwemvijver, die 60 meter lang is en
30 meter breed.
7 September: Afscheid van P. W. Boeren die voor de missie
van Sumatra werd benoemd. Zijn plaats wordt ingenomen door
P. J. Jacobs , die ook Eloquentia Sacra gaat geven aan de
fraters.
29 September: Afscheid van de fraters, benoemd voor
Noord-Brazilië:
A. Beuman , G. Beck , H. Spaan , H. Raaymakers , H. Bexkens
en L. van Kraay . Ze vertrokken met P. v. d. Crommenacker en
enkele andere priesters van de Nederlandse Provincie benoemd
voor Noord-Brazilië.
In September ging Br. Stanislaus naar Den Haag, Br.
Martialis naar Engeland en Br. Hermanus naar de Rips.
Daarvoor kwamen de nieuw geprofeste Broeders Mauritius en
Pacificus.
23 Oktober: hield frater L van der Wee een lezing over het
Evolutionisme voor de Studiekring St. Thomas.
22 November: Br. Athanasius, directeur van de Kweekschool in
Breda, hield een buitengewoon mooie lezing over het
Jodendom.
27 December: Uitstapje naar het Juvenaat in Bergen op Zoom.
P. Rector verraste allen met een deel van de grote speelfilm
“Les misérables” van Victor Hugo.
28 December: Het welbekende orkest San Francesco uit Breda
speelde in de recreatiezaal enkele marsen en symfonieën.
30 December: Het R.K. Werkliedenverbond gaf een film over de
wijdvertakte en goed georganiseerde arbeidersbeweging van
Nederland. Men zag de eerste toepassingen van Rerum Novarum
en Quadragesimo Anno.
Verder werden er in het eerste trimester 1938-1939
verschillende sporttoernooien gehouden: biljarten,
tafeltennis en volleybal.
Ook werd er op aansporen van Mgr. Mekkelholt een
etnologenclub opgericht, die o.l.v. Pater J. Jak, die
daarvoor iedere drie weken uit Bergen op Zoom kwam,
verschillende kwesties bestudeerde.
Zaterdag 21 januari 1939: Op initiatief van de etnologenclub
werd er een missieweekend georganiseerd, dat samenviel met
de Internationale bidweek. Men begon met een plechtig Lof,
waarna P. Rector het weekend opende met een inleidend woord.
Daarna was er een lezing over de Magie in de missielanden.
De volgende dag Missiezondag. Na de plechtige Hoogmis werd
het onderwerp behandeld: Wat is Missieologie. In de
middagvergadering werd besproken de theorie en praktijk van
het godsdienstonderricht in de Missie.
In de loop van de dag arriveerde ook nog Mgr. Cobben, die
door een pontificaal Lof en enkele hartelijke woorden het
missieweekend een feestelijk cachet gaf.
´s Avonds sprak P. Jak op zijn eigen prettige wijze over
volksvermaken in Zuid-Sumatra.
Een serie lichtbeelden op beide avonden eveneens door P. Jak
over Congo en Zuid-Sumatra maakte alles tot een mooi geheel.
Op vastenavond was er een prachtige film over P. Damiaan, de
apostel van de naastenliefde, gegeven door 2 Paters van de
H. Harten.
12 Maart: Frater Guus Steffens hield voor de Pater Dehon
Studiekring een lezing over “Opkomst en groei van de sociale
verenigingen in Frankrijk in de 19e eeuw”.
En deze zelfde dag sprak frater J. Scholte over “Pater Dehon
en de Franse Kerkvervolging.
20 Maart: Pater Dehondag. Lezing van frater W. Vernooy over
“P. Dehon en de Derde Orde”
24 Juni: St. Gulielmus, Patroon van P. Rector. Nadat P.
Rector een hartelijke gelukwens was aangeboden en hij een
plechtig Lof had gecelebreerd, werden allen naar een Chinese
tempeltuin geleid. Daar werd hij als “Oppermandarijn”
opgenomen in de “Hoge-Ping-Pong”.Enkele delegaties van
verschillende landen brachten P. Rector hun hulde in woord
en zang.
In Juli werd P. G. Gasseling benoemd als professor
Kerkgeschiedenis te Liesbosch.
1 September: Duitsland valt Polen binnen en op 3 september
verklaren Engeland en Frankrijk de oorlog aan Duitsland.
Hiermee begon de Tweede Wereldoorlog. Nederland riep op tot
mobilisatie. Een gevolg van de mobilisatie en de oorlog was
dat het dak van het grootseminarie bedekt werd, zowel aan de
voorkant als aan de achterkant met een grote Nederlandse
vlag, om de vliegtuigen ervan opmerkzaam te maken, dat zij
hier op Nederlands gebied waren.
23 September: 25 jarig professiefeest van Br. Aloysius
Indrisie. Een plechtig Lof met een zeer mooie feestcantate
opende de feestelijkheden. Op het feest waren ook aanwezig
de Broeders Pancratius Koek en Michael Smith, die ook hun
zilveren professiefeest vierden.
In November hield fr. B. Mulling een lezing over “De
gebeurtenissen in Ecuador”.
De jaren 1940-1942.
Fr. J. Stockmann hield in april 1940 een lezing voor de
Studiekring P. Dehon over “Pater Dehon en de sociale
toestand op het einde van de 19e eeuw”.
5 Mei 1940: Dehon avond. Frater L. Kwanten hield een lezing
over “Pater Dehon´s laatste levenswerk”
Op 10 mei 1940 begon de Duitse invasie in Nederland. Op 11
mei kreeg het huis grote schade vanwege een bombardement op
de Franse troepen die over de weg Roosendaal-Breda oprukten.
De bevolking van Breda moest inderhaast de stad ontruimen.
Ook de communiteit van Liesbosch kreeg de dringende raad te
vertrekken. Zo gingen op de eerste Pinksterdag veel bewoners
van het seminarie op de vlucht naar België, sommigen kwamen
tot diep in Frankrijk, anderen zochten een schuilplaats in
de omgeving en kwamen spoedig terug. Het heeft geduurd tot
half augustus eer dat de laatste vluchtelingen terug waren.
Allen keerden behouden weer.
Van toen af is alles betrekkelijk normaal kunnen verlopen
tot Oudejaarsdag 1943.
Op 19 oktober 1940 hield frater J. v. d. Nieuwenhof een
lezing over “Friedrich Nietzsche. Zijn leven en zijn werk”
voor de Studiekring St. Thomas.
Frater B. Theunissen deed dit 9 november 1940 voor de
Studieclub P. Dehon over
“P. Prévot´s intrede in de Congregatie” en P. Th. van Hauwe
die zelfde dag over “De persoonlijkheid van P. Anderas
Prévot”. Beide lezingen werden gehouden bij gelegenheid van
de herdenking van zijn 100ste geboortedag.
14 Maart 1941: Pater Dehondag. Lezing van frater G. Steffens
over “Pater Dehon en het Jodenvraagstuk”.
In maart 1942 hield fr. W. Roovers een lezing over “Laatste
levensdagen en dood van Pater Dehon”.
Met ingang van 1 juli 1942 werd P. Ph. Collignon tot Rector
benoemd van het grootseminarie Liesbosch.
8. DE JAREN 1942-1948 (Rectoraat van P. Ph. Collignon).
De jaren 1942-1945 (eerste triennium).
Dit waren jaren waarin men voortdurend leefde in onrust,
omdat men aan alle wisselvalligheden van de oorlog
onderhevig was.
Sinds 1936 was het Provincialaat gevestigd in het z.g.
rectoraat van Liesbosch. In de zomer 1942 werd het
Provinciaal archief in veiligheid gebracht op de pastorie te
Liesbosch. Er werden soms kloosters in beslag genomen,
waarbij men alles moest achterlaten; dit was het geval met
ons huis in Heer. De pastoor stelde een kamer in zijn
pastorie beschikbaar als werkkamer voor Pater Provinciaal.
Op Oudejaarsdag 1943 werd het grootseminarie door de Duitse
marine om “strategische redenen” opgeëist. Bezwaren en
verzet mochten niet baten. 20 Januari 1944 moesten we ons
huis overdragen aan de Duitsers. De ballingschap van
Liesbosch is, in vergelijking met die van andere huizen,
kort geweest maar bijzonder zwaar. De communiteit week uit
naar Oosterhout. De fraters hadden hun lessen in een
suikerwerkfabriek; hun maaltijden namen ze in een
sigarenfabriek. De slaapzaal was aanvankelijk ondergebracht
in een patronaat. In het Vincentiushuis huisde een deel van
de Paters. Men vond echter geen ruimte voor een kapel en
moest “kerken” in de kapel van het Gasthuis.
Toen het scholastikaat eenmaal een beetje ingesteld was met
zo´n verspreide huisvestiging kwamen telkens nieuwe
moeilijkheden: het ene lokaal na het andere – het betrof
vooral de slaapzalen – werd door de Duitsers gevorderd.
Telkens opnieuw werd men opgejaagd, één keer zelfs midden in
de nacht. Men vond echter veel hulp van de Paters
Benedictijnen en de Zusters Norbertinessen, die hun
gastkwartieren, en later nog meer ruimte, ter beschikking
stelden.
Wat het Provincialaat betreft:
Toen in januari 1944 ook het Provincialaat in beslag genomen
werd, ging P. Provinciaal op de pastorie wonen. Andere
Paters van het Provincialaat en van het Bureau, als ook
enige Broeders (we mochten de tuin behouden) werden in de
omgeving ondergebracht. Gedeeltelijk ook in een houten
gebouwtje, “Ons Blokhuis” geheten, achter de kerk van
Liesbosch. Dat Blokhuis was het centrale punt van de groep
die in Liesbosch bleef: daar waren de maaltijden en de
recreaties. De oefeningen werden gehouden óf in de kerk, óf
in de kapel van de Zusters. Heel onaangenaam werd de
situatie, toen in de zomer ook de nabijgelegen jongensschool
in beslag genomen werd en men het Blokhuis slechts kon
bereiken over vijandig terrein, na het passeren van de
Duitse schildwacht.
In de loop van september 1944 werd het seminarie door de
Duitsers verlaten en gingen enkelen ons eigen huis weer
betrekken. Toen kort voor de bevrijding ook het Blokhuis
gevorderd werd (men kreeg een halve dag om het te
ontruimen), keerde de hele groep die in Liesbosch gebleven
was, in het eigen huis terug.
Op 30 oktober 1944 werden Liesbosch en Oosterhout bevrijd.
In Oosterhout, waar het 1e jaar Theologie en het 2e jaar
Filosofie waren ( het 1e jaar Filosofie was in september
1944 in Asten gebleven en later in Helmond ondergebracht),
lag men nog een week onder granaatvuur en heeft men menig
angstig uur beleefd. Verschillende voltreffers kwamen in de
door ons bewoonde gebouwen; maar alle confraters bleven
ongedeerd.
Na de bevrijding is het scholastikaat spoedig naar Liesbosch
teruggekeerd: half november was de verhuizing achter de rug.
Maar ongeveer de helft van het gebouw bleef nog bezet door
de geallieerden (eerst Canadezen, daarna Polen en toen
Nederlanders).
Eind januari 1945 kwam het eerste jaar Filosofie uit Helmond
naar Liesbosch. Het werd erg behelpen: een normale bevolking
in een half huis, want de bezetting duurde nog steeds voort.
Maar het ging en ondanks alles verliep het studiejaar
betrekkelijk normaal.
4 Mei was de capitulatie van Duitsland en werd overal de
bevrijding gevierd.
Op 15 juli kwam Mgr. P. Hopmans, Bisschop van Breda de
tonsuur toedienen aan 16 fraters theologanten van het 1e
jaar.
Met ingang van 1 juli werd P. Collignon benoemd voor een
tweede triennium als Rector
met als raadsleden P. J. van der Kooy en P. C. Veringmeier ;
econoom P. J. van Herel .
De jaren 1945-1948 ( tweede triennium).
15 Juli 1945 diende Mgr. P. Hopmans in de kapel van het
grootseminarie de tonsuur toe aan 16 fraters van de
Nederlandse Provincie en aan 1 frater van de Belgische
Provincie.
Met ingang van 1 september werd P. A. Steijns 2e raadslid
benoemd van Liesbosch en P. G. van Iersel spirituaal.
Gedurende de retraite van 1 – 8 september was P. Generaal
enkele malen in Liesbosch, van waaruit hij enige andere
huizen bezocht.
Op 10 september kwamen de nieuwe fraters uit Asten en 11
september begon het nieuwe studiejaar met 76 fraters
(Filosofie en 1e jaar Theologie).
Ter gelegenheid van het Zilveren Professiefeest van de PP.
J. v. d. Kooy en G. v. Iersel werd op 15 september Vondels
“Adam in Ballingschap” op zeer verdienstelijke wijze
opgevoerd.
Ondanks vele pogingen tot vrijmaking van het huis was de
linkervleugel (Groenendaal) nog steeds bezet. Veertien dagen
stond de bouw leeg, maar is toen in september opnieuw
betrokken door een groep Engelse soldaten. Het enige wat men
kon doen is het maken van een nieuw bruggenhoofd, want de
bovenverdieping van de linkervleugel was nu zelf in gebruik.
8 November werd het klooster te Liesbosch eindelijk
definitief en geheel vrij gegeven. Daarna volgde een
grondige schoonmaak en de nodige restauratie.
Met ingang van 26 november werd P. Gasseling 2e Raadslid
benoemd van Liesbosch. P. Steijns werd benoemd voor Rome.
Br. Jacobus Oonk ging van Westerbeek naar Liesboch.
In november hield P. J. Vernooy een lezing over Finland en
de Finse missie.
Op 5 december speelden de Broeders met veel succes de klucht
“De reiziger in delicate kwesties”. Met Kerstmis werd door
de fraters “Kermisvolk op Kerstmis” opgevoerd van Henri
Ghéon. En onder de Kerstvakantie werd door de K.A.J. van
Liesbosch een speciale uitvoering voor het scholasticaat
gegeven van “De Nieuwe Kerstmis”, toneelstuk van Br.
Gummaris. Bovendien werd in de Kerstvakantie een oude
traditie in ere hersteld: een bezoek van de fraters aan
Bergen op Zoom. Deze keer duurde het uitstapje zelfs een dag
langer, omdat de filmavond de eerste keer mislukte en toch
niet achterwege mocht blijven.
Personeelstaat per 30 april 1946:
Paters:
P. Ph. Collignon, Rector, Professor Kerkelijk Recht.
P. J. v. d. Kooy, Professor Filosofie.
P. G. Gasseling, Professor Kerkgeschiedenis en Spirituaal
van de Broeders.
P. Richters, rustend te Dongen.
P. Barth, Professor Ethica.
P. Reese, assistent van het Gesticht “In de Dennen”.
P. Knirim, Professor Exegese.
P. G. van Iersel, Professor Moraal en Spirituaal van de
fraters.
P. Geers , Bureau en assistent van “De Krabbenbossen”.
P. van Herel, Econoom.
P. Ponsioen , Professor Sociologie.
P. Ooms , Professor Dogma.
P. Mekkelholt : ziek te Wijk aan Zee.
P. Konijn, Propagandist.
P. Mes , Professor Filosofie.
Fraters:
1e jaar Theologie: 19
2e jaar Filosofie: 27
1e jaar Filosofie: 30.
Broeders:
Br. Willibrordus, huiswerk.
Br. Jacobus , huiswerk.
Br. Dominicus, verwarming, elektricien.
Br. Paulinus, tuin, boerderij.
Br. Yvo , portier, broodkamer.
Br. Cleophas, kok.
Br. Leopoldus, bakker, tuinwerk.
Br. Maternus, bijkok.
Br. Arnulfus, huiswerk.
Br. Fredericus, boerderij.
Br. Gaudentius, huiswerk.
Br. Pius, huiswerk.
Br. Pancratius huiswerk.
Op 5 januari 1946 gaf de harmonie “Apollo” van Etten voor de
communiteit een uitvoering. Enige dagen later, op het 12 1/2
jaar jarig priesterfeest van Pater Provinciaal weer een
concert, dit maal van het bekende orkest San Francesco uit
Breda.
2 Februari: Missiedag. ´s Avonds een drietal lezingen door
de fraters over Sumatra, waarin een kijk gegeven werd op
land, volk en godsdienst van het Vicariaat Palembang. Tot
opluistering nog enkele declamaties, wat inheemse muziek en
een kleine missietentoonstelling.
Pater J. v. d. Kooy gaf in februari voor de studenten te
Leiden een spreekbeurt.
P. H. van Wahnem leidde eind maart de schoolretraite in de
parochie Liesbosch.
17 Maart: Uitreiking van het Missiekruis in de kapel van het
grootseminarie door P. Provinciaal aan 5 Paters bestemd voor
Cameroun en 1 voor Congo.
3 Mei overleed plotseling frater Hubertus Theelen.
5 Juni hield Mgr. Cobben een causerie en op tweede
Pinksterdag, missiedag, hield P.
Neilen een boeiende lezing over Sumatra. De PP. J. Ponsioen
en H. van Wahnem vervulden in juni spreekbeurten voor de
Katholieke Actie in de omgeving; de laatste houdt de
maandelijkse recollectie voor het onderwijzend personeel in
de parochie Liesbosch .
Het triduüm ter voorbereiding op het H. Hartfeest werd
gegeven door P. J. Bos , die dit ook deed in de parochiekerk
van Etten.
Met ingang van 1 juli werd P. Steijns benoemd vanuit Rome
voor Liesbosch en P. J. Ruyter kwam van Amsterdam (Keizersgracht)
naar Liesbosch.
13 Juli diende Mgr. J. Baeten, Bisschop-Coadjutor van Breda
de tonsuur toe aan 18 fraters in de kapel van het
grootseminarie. Het was zijn eerste bezoek aan Liesbosch.
In juli hield fr. A. Boelrijk een lezing over “Pater Dehon,
kapelaan te St. Quentin” en in augustus fr. H. Theeunissen
over “Aantekeningen bij “Mois de Marie”.
In augustus werden P. M. van Woerkum en P. C. van Haperen
verplaatst van Sittard naar Liesbosch. In Sittard was
tijdelijk een groep theologanten van Nijmegen ondergebracht
vanwege de bezetting van het seminarie.
In september werd P. Pt. van Leeuwen verplaatst van Nijmegen
naar Liesbosch en Br. Suitbertus kwam van Amsterdam (Keizersgracht)
naar Liesbosch. Br. Yvo ging van Liesbosch naar Delft.
13 September reikte P. Provinciaal te Liesbosch het
Missiekruis uit aan de Broeders Paulinus (bestemd voor Congo)
en Maternus (bestemd voor Argentinië).
Nadat op 10 augustus te Dongen in intieme kring het gouden
priesterfeest van P. G. Richters gevierd was, werd de
jubilaris op 17 september te Liesbosch gehuldigd, het
klooster waartoe hij als adscriptus behoorde.
Daar het Studiehuis Sint Jozef vanwege de gevolgen van de
oorlog plaatsgebrek had en Liesbosch nog wat plaats over
had, bleef voor het studiejaar 1946-1947 het nieuwe tweede
jaar Theologie te Liesbosch, zodat in Nijmegen alleen het 4e
en 3e jaar Theologie waren.
Vanaf 1 Oktober werd P. Reese verplaatst van Liesbosch naar
Amsterdam (Keizersgracht) en P. Mes van Liesbosch naar Rome.
De eigenlijke Missiedag van het trimester was de
Missiezondag van 20 oktober. Na de plechtige Hoogmis,
waaronder de “Missa in honorem Angelorum” van Jan Nieland
gezongen werd, vond de opening plaats van de
Boekententoonstelling “Helpt Sumatra´s heropbouw”. In de
namiddag was er een bijeenkomst met causerie over Sumatra en
´s avonds sprak P. E. Loffeld C.S.Sp. over “De noodzaak van
het middelbaar en hoger onderwijs in de missie” en over
“Eucharistie en missie”.
Een extra missieavond bezorgde P. D´Hossche op 23 oktober.
In oktober gaven de PP. van Wahnem en Mes de retraites aan
de Bisschoppelijke Nijverheidsshool te Voorhout.
Op 5 december, Sinterklaasavond, traden de Broeders weer op
met een blijspel.
1 Januari 1947 werd de Hoogmis te Liesbosch per Radio
uitgezonden.
23 Janari begon P. J. v. d. Sangen, Generaal Visitaror, te
Liesbosch met de Generale Visitatie van de Nederladse
Provincie.
In januari werd Br. Arnulfus van Liesbosch verplaatst naar
Heer en kwam Br. Liborius van Helmond naar Liesbosch.
Ook kwamen deze maand duizenden boeken binnen voor Sumatra
dank zij de boekenactie begonnen op 20 oktober.
In februari werd P. H. Mekkelholt, die weer hersteld was van
zijn ziekte, verplaatst van Liesbosch naar Amsterdam I. (kamp-aalmoezenier
te Beverwijk).
Op 2 Februari, de dag van zijn ambtsaanvaarding, hield de
nieuwe P. Provinciaal, P. Leblanc, ´s avonds een plechtig
Lof.
De Missiedag van dit trimester werd gehouden op 9 februari.
P. H. Raaijmakers droeg de plechtige Hoogmis op, waaronder
P. A. Ooms de missiepreek hield. ´s Avonds gaf Pater
Raaijmakers een interesante causerie over land en volk van
Brazilië, bijzonder over ons werk in het opvoedingsgesticht
te Pindobal.
In maart werd de traditie hervat om St. Thomas te vieren met
een academische zitting. Door fr. J. Dijkman werd en lezing
gehouden over “De drie wijsheden van St. Thomas”.
Ook werden op de binnencour van het seminarie, die het vorig
jaar opnieuw beplant werd (de bezetters hadden er een kale
vlakte van gemaakt). tegelpaden gelegd. Het H. Hartbeeld
werd verplaatst voor het bos, tegenover de kapelvleugel. In
verband hiermee moest de bekende volière, door oorlogsgeweld
toch al beschadigd, worden afgebroken.
14 Maart, Pater Dehondag, was de avond gewijd aan de
geschiedenis van de Associatio “Adveniat Regnum Tuum” en de
voorlopers daarvan. Een historische overzicht werd gegeven
door fr. A. Vogelers.
Ook P. Sloekers belast mert het A.R.T. in de Nederlandse
Provincie gaf een overzicht van zijn werk en de plannen in
de naaste toekomst.
In het grote Liesbosch werd vorig jaar door enige fraters
een echt hertje gevangen, meegenomen en grootgebracht. Van
het een kwam het ander en nu is er nog een hert bijgekomen
en een hertenkamp in aanbouw.
Het beschermfeest van Sint Jozef bracht 23 april een zeer
mooie zangavond van het koor van de Sacramentskerk te Breda,
onder leiding van de Heer L. Toebosch.
Personeelstaat van 30 april 1947:
Paters:
P. Collignon, Rector, Professor Kerkelijk Recht.
P. J. v. de Kooy, Professor Filosofie.
P. Gasseling, Professor Kerkgeschiedenis en Spirituaal van
de Broeders.
P. Richters, rustend te Dongen.
P. Barth, Professor Ethica.
P. G. Knirim, Professor Exegese.
P. G. van Iersel, Professor Moraal (1e jr.) en Spirituaal
van de Fraters.
P. Geers, Bureau.
P. Steijns, Professor Filosofie.
P. van Herel, Econoom.
P. Ponsioen, Professor Sociologie.
P. van Woerkum, Professor Dogma (2e jr.).
P. W. Vernooy, Professor Exegese.
P. Ruyter, Eloquentia.
P. Pt. van Leeuwen, Professor Moraal (2e jr.).
P. Ooms, Professor Dogma (1e jr.).
P. Konijn, Propagandist.
P. van Haperen, leiding van de muziek.
Fraters:
2e jaar Theologie: 11 fraters.
1e jaar Theologie: 23 fraters.
2e jaar Filosofie: 27 fraters.
1e jaar Filosofie: 10 fraters
op het bureau. 2 fraters.
Broeders:
Br. Willibrordus, huiswerk.
Br. Jacobus, huiswerk.
Br. Suitbertus, kleermaker.
Br. Dominicus, verwarming, elektricien.
Br. Eligius, portier, broodkamer.
Br. Cleophas, kok.
Br. Leopoldus, bakker, tuinwerk.
Br. Fredericus boerderij.
Br. Gaudentius huiswerk.
Br. Liborius huiswerk
Br. Pius huiswerk
Br. Pancratius, huiswerk.
Br. Ignatius, bijkok.
28 Mei hield fr. M. Wetzelaer een lezing over “De
Missiegedachte bij P. Dehon” . ´s Avonds hield P. Karskens
een interesante causerie over Argentinië.
Het feest van Pater Rector werd gevierd op eerste
Pinksterdag. Aangezien de Ordo aangaf “de S. Philippo Nerio
nihil hoc anno” droeg het feest als motto: “´t hoeft niet”!
Gezongen werd de tweede door P. C. van Haperen gecomponeerde
Mis. ´s Avonds werd opgevoerd het toneelstuk van Carrol
“Schijn en Werkelijkheid”. De aanwezigheid van enkele
kapelaans uit de omgeving leidde tot de afspraak om op de
derde Pinksterdag een volleywedstrijd tegen de fraters te
houden. Zes fraters speelden tegen zes kapelaans.
3 Juni gaf de Heer Imel een voordracht over de Limburgse
kolenmijnen. Hij was een gepensionneerd mijnwerker en wilde
nu in bredere kringen belangstelling wekken voor de mijnbouw
en de mijnwerkers.
5 Juni stierf frater Cornelis Andreas Bos.
22 Juni werd voor het eerst na vele jaren weer een
zelatricendag gehouden. De deelname overtrof alle
verwachtingen.
Mgr. J. Baeten, Bisschop-Coadjutor van Breda diende 20 juli
in de kapel de tonsuur toe aan 16 fraters en aan 8 fraters
gaf hij de vier Mindere Orden.
Het zilveren professiefeest van P. W. Geers, dat op 8
september viel, werd verschoven naar10 september. De
jubilaris, die al jaren lang de leiding van het bureau had,
werd flink befeest. ´s Avonds was er een filmprogram, o.a.
een film over Toscanini.
Met ingang van het nieuwe studiejaar in september onderging
het studieprogram enige wijzingen: op de Filosofie wordt nu
ook Experimentele Psychologie en Wijsgerige Biologie
gegeven.
In september werden P. W. Vernooy en P. Pt van Leeuwen van
Liesbosch verplaatst naar Nijmegen.
22 September verhuisde het provincialaat van Liesbosch naar
Breda.
Het 12e Generaal Kapittel gehouden van 2-14 oktober te
Bologna bepaalde dat op de scholasticaten voortaan niet
alleen de dogmatische theologie en de moraal gedoceerd
moeten worden, maar ook ascese en mystiek. Het Kapittel
drong er op aan, dat er ook les gegeven wordt in de
paedagogie volgens de richtlijnen van de Congregatie van de
Studiën, vooral op de cursus van de filosofie. Ook de
dogmatische en historische bestudering van de H.
Hartverering moet ten zeerste aangemoedigd worden.
19 Oktober, Missiezondag, reikte P. Nolten, Missieprocurator
te Liesbosch het Missiekruis uit aan drie Paters die
vertrokken naar Argentinië. s´Avonds hield P. v. d. Wiele
een interessante causerie over “De moderne problemen in
Congo”.
Om de boekenschad, die door de fraters van Liesbosch
bijeengebracht werd voor de missie van Zuid-Sumatra, te
completeren, werd een Katholieke Encyclopedie aangekocht.
In de avond van 28 november kwamen een aantal Paters te
Liesbosch bijeen, die de volgende dag vanuit Antwerpen naar
Zuid-Amerika zouden vertrekken; met hen gingen ook 3 fraters
van Liesbosch naar Brazilië.
Op 5 december hebben de Broeders weer goed hun best gedaan
door voor de communiteit het toneelstuk “Huntings-end” op te
voeren.
De Kerstvakantie bracht het traditionele uitstapje naar
Bergen op Zoom en enige dagen daarna een filmavaond met als
hoofdfilm “De Sleutels van het Koninkrijk”
14 Januari 1948 werd bij het koperen priesterfeest van de
PP. Steijns en van Herel door de fraters het toneelstuk “Uit
de andere wereld” van R.H. Benson opgevoerd.
8 Februari werd de missiedag gehouden ter herdenking van het
gouden Congo-jubileum. Zo goed als alle Congomissionarissen,
die in het land waren, waren daarbij aanwezig. Er was met
medewerking van de Missieprocuur een mooie tentoonstelling
opgebouwd, waarvan een aparte stand gewijd was aan onze
overleden Congomissionarissen. Onder de plechtige Hoogmis
hield P. Balleur een gloedvolle missiepreek. Vervolgens was
er een bijeenkomst in de grote zaal, waar twee fraters
lezingen hielden respectivelijk over de geschiedenis en over
de missiemetoden van de Congomissie. Daar tussendoor werden
enkele tafereeltjes van de Congo voorgedragen, ontleed aan
de werkjes van P. J. Slangen en P. Smeets. De avond werd
geheel gevuld met een grote Congo-revue.
25 Februari bracht P. Generaal een kort bezoek aan Liesbosch.
7 Maart kwamen enkele neomisten van Nijmegen die hun
priesterfeest vierden.
14 Maart werd de Pater Dehon-dag gehouden en tevens het
tweede lustrum gevierd van de Pater Dehonstudiekring. ´s
Morgens was er een plechtige Hoogmis en ´s avonds twee
lezingen. De eerste, gehouden door fr. H. Theeunissen, had
als onderwerp “Het goddelijk zegel van de Congregatie (“le
caractère divin”, zoals P. Dehon het zelf noemde) en was
gebouwd op de mededelingen van P. Stichter in zijn
“Souvenirs” en zijn dagboek. In de tweede lezing behandelde
fr. J. van Woerkum het onderwerp “Pater Dehon, slachtoffer
van Godsliefde”, waarbij hij eerst de kern van zijn
slachtoffer ideaal behandelde en vervolgens door feiten
aangetoond werd, hoe P. Dehon dit ideaal practisch beleefd
heeft.
1 April stierf P. L. Richters te Dongen. Hij werd 3 april te
Liesbosch begraven in tegenwoordigheid van veel
medebroeders.
De Paasvakantie werd besteed aan allerlei nuttig werk in
eigen omgeving en ook in andere huizen. Ook de sport kreeg
haar deel: de fraters speelden een voetbalwedstijd tegen de
broeders van de Kweekschool en een tegen de kapelaans uit de
omgeving; ze verloren de eerste, maar wonnen van de
kapelaans. Een schaakspeler uit Breda speelde met bewoners
van het seminarie een simultaanwedstrijd aan 14 borden: hij
verloor 4 partijen en won de rest.
In mei werd P. Ruyter van Liesbosch verplaatst naar Bergen
op Zoom. Deze dag bracht ook de hervatting van een oude
traditie: de gehele communiteit ging op bedevaart naar
Meerseldreef.
Het naamfeest van P. Rector werd 25 mei gevierd en droeg
reeds het karakter van een naderend afscheid. Het koor zong
de Mis “Regina Coeli” van J. de Kerle en heeft deze feestdag
ook verder in kapel en refter opgeluisterd. ´s Avonds
speelden de fraters het bekende toneelstuk van Edm. Rostand
“Het Adelaarsjong”.
Het triduüm van voorbereiding op het H. Hartfeest werd
geleid door P. J. v. d. Kooy. Op de avond van de feestdag
hield P. Verhoeven een zeer interessante causerie over
Brazilië.
12 Juni: werd de Hoogmis van Liesbosch per radio uitgezonden
Deze dag was bovendien de missiedag van het derde trimester.
In de voormiddag hield een frater een lezing over de
Pygmeeën. ´s Avonds hield de Nationaal Directeur van het
Apostolaat der Hereniging, P. F. Wijnhoven, een mooie
causerie over de situatie, de methode en de vooruitzichten
van het Herenigingswerk.
1 Juli: Installatie van P. G. Gasseling als Rector van
Liesbosch en P. G. van Iersel als Rector van Asten.
De Annalen van 1955 plaatste een In Memoriam over P.
Collignon na zijn dood op 25 november 1954. Over zijn
rectoraat te Liesbosch lezen we:
“Zijn rectoraat is niet gemakkelijk geweest. Het altijd
dreigende oorlogsgeweld, de moeilijke voedsel voorziening,
en allelei maatregelen door de bezetters brachten hem in
duizend zorgen. Bovendien dreigde aanhoudend het gevaar, dat
het huis ontruimd zou moeten worden. Begin 1944 was er niet
meer aan te ontkomen. Pater Collignon wilde nu tot elke
prijs voorkomen dat het scholasticat over twee of meer
plaatsen verdeeld zou worden. Maar ook toen het geheel in
Oosterhout was ondergebracht, bleef hij het erg bezwaarlijk
vinden, dat de localiteiten daar zo ver uit elkaar lagen.
Hij kon geen toezicht houden, zoals hij dat meende te moeten
doen.
De terugkeer in Liesbosch bracht nieuwe moeilijkheden mee.
Een deel van het huis bleef een jaar lang door militairen
bezet zodat de communiteit zich moest behelpen. Dit was niet
bevorderlijk voor de kloosterlijke regelmaat, waaraan hij
zoveel waarde hechtte en hij heeft dan ook alles in het werk
gesteld om het huis weer vrij te krijgen.
In de spannende laatste oorlogsjaren werd zijn gezondheids
toestand steeds slechter. Hij had dikwijks pijn en soms ging
hij plat op de grond liggen om wat verlichting te vinden.
Na Pasen werd de toestand zo enrstig dat hij moest worden
opgenomen in het Sint Ignatiusziekenhuis te Breda. Door een
streng dieet kon hij aan een operatie ontkomen en in het
tweede triennium van zijn rectoraat ging het met zijn
gezondheid vrij goed.
De last van zijn ambt heeft hij altijd zwaar gevoeld en het
viel dan ook op, dat hij herhaaldelijk berekende hoe lang
het nog zou duren eer zijn ambtsperiode verstreken was.
9. DE JAREN 1948-1954 (Rectoraat van P. G. Gasseling).
De jaren 1948-1951 (eerste triennium)
El P. Collignon ging na zijn rectoraat van Liesbosch naar
Nijmegen.
28 Juli 1948 diende Mgr. J. Baeten, Bisschop-Coadjutor van
Breda in de kapel van het seminarie de tonsuur toe aan 19
fraters.
30 Juli: kwamen twee nieuwgewijde priesters uit Nijmegen hun
eerste H. Mis opdragen. Het feest werd opgeluisterd door een
mooi concert van het San Francesco orkest.
9 September, dag van de jaarlijkse verplaatsingen, kwam P.
Reese van Amsterdam (Keizersgracht) weer terug naar
Liesbosch en P. Schildkamp kwam van Nijmegen naar Liesbosch.
Ook P. S. Bastiaanse werd verplaatst naar Liesbosch. Hij
kwam van de communiteit van Rotterdam I.
Ook waren er verplaatsingen bij de Broeders: Br. Andreas
ging van Brouwhuis naar Liesbosch; Br. Pancratius van
Liesbosch naar Nijmegen en Br. Wilfridus van Heer II
(noviciaat) naar Liesbosch.
Met ingang ook van 9 september werd P. Schildkamp spirituaal
benoemd van de fraters en P. Ooms van de broeders.
De Missiedag van 23 oktober plaatste de Missie van
Zuid-Sumatra weer eens in het middelpunt van de
belangstelling. Niet weinig droeg daartoe bij het bezoek van
Mgr. Mekkelholt, die een pontificale Hoogmis opdroeg en´s
avonds besloot de boeiende causerie over “De Missie van
Sumatra sinds 1945”, gehouden door P. Elling, met een
ernstig woord over mogelijke tekortkomingen in het verleden
en over de eisen die de missionering ons heden stelt.
8 December: Uitreiking van het Missiekruis te Liesbosch door
P. Missieprocurator aan
H. Sistermans , bestemd voor Brazilië en die ruim een jaar
als propagandist in Liesbosch werkzaam was.
Het bekende Kesrtverhaal uit “Jezus” van Cyriel Verschaeve,
gedeclameerd door de fraters en afgewisseld door
toepasselijke Kerstliederen, gaf wijding aan de Kerstavond.
3 Januari 1949: Uitreiking van het Missiekruis door P.
Nolten, Missieprocurator, aan 4 Paters bestemd voor
Argentinië en Uruguay.
In februari werd P. Reese benoemd voor Amsterdam I
(Purmerend).
De Missiedag van het tweede trimester werd gehouden op 20
februari. Prof. Dr. B. Vroklage S.V.D. hield een lezing over
“De structuur van het godsbegrip bij de primitieven”.
27 Februari werd de Hoogmis te Liesbosch per radio
uitgezonden. Die zelfde avond hield P. G. Koevoets een
causerie over chinese gewoonten en gebruiken.
De P. Dehondag werd dit jaar op 13 maart gevierd. In de
voormiddag sprak P. Rector over de H. Hartdevotie en het
eerherstel tijdens de 19e eeuw in Frankrijk. ´s Avonds hield
fr. M. Wetzelaer een lezing over P. Dehon en de kleine H.
Theresia.
Van 14 tot 21 maart hield P. Provinciaal de canonieke
visitatie.
Het feest van Sint Jozef, 19 maart, was dit jaar tevens
priesterfeest: de drie neomisten, op 12 maart gewijd, kwamen
in de kapel hun eerste H. Mis opdragen. Op de vooravond werd
een Passie-avond gehouden: de declamator O. v. d. Velden uit
Delft declameerde het passieverhaal van Cyriel Verschaeve in
de omlijsting van passiegezangen, die door het koor van de
fraters werd uitgevoerd.
In Maart kwam de pas geprofeste Broeder Athanasius Witkamp
van Heer naar Liesbosch.
27 April was het naamfeest van P. Rector. De fraters voerden
op “De moord in de kathedraal”, het beroemde stuk van de
Nobelprijswinnaar T. S. Eliot.
Op 5 juni was het 40 jaar geleden dat P. Barth in Rome
priester werd gewijd. Omdat het 5 juni Pinksteren was, werd
de feestviering verplaatst naar 7 juni. Bij de plechtige
Hoogmis had Mgr. Cobben plaats genomen op het priesterkoor.
Tijdens de maaltijd werden in een mooie revue de voornaamste
gebeurtenissen uit het leven van de feesteling uitgebeeld en
bezongen. Tot slot van het feest werd door de fraters
opgevoerd het blijspel van Molière “De schurkenstreken van
Scapin”.In het imkersblad St. Ambrosius werd P. Barth als
een eerste klas imker geroemd.
Het triduüm van het H. Hartfeest werd dit jaar gegeven door
P. A. Ooms, die ook op het feest zelf de predikatie hield
onder de Hoogmis, uitgezonden door de K.R.O.
Op het feest van Petrus en Paulus gaf P. Dr. Zacharias een
zeer interessante voordracht over de Kerk in Rusland.
12 Juli bracht Mgr. Wittebols een kort bezoek aan Liesbosch.
17 Juli diende Mgr. Baeten de tonsuur toe aan 10 fraters in
de kapel van Liesbosch.
Een twintigtal seminaristen van het Oekraïnische seminarie
te Culemborg bracht op 30 augustus een bezoek aan Liesbosch.
Met ingang van 1 oktober werden P. J. Belt van Rotterdam III
en P. F. Mes van Rome verplaatst naar Liesbosch. Broeder
Rutgerus Verbeet , pas geprofest, kwam van het noviciaat te
Heer naar Liesbosch.
1 oktober werd het feit herdacht dat Arn. Buynsters (
gewoonlijk kortweg “Aart” genoemd) 25 jaar geleden bij het
seminarie in dienst trad.
25 oktober telde de communiteit 16 paters, 12 theologanten,
17 studenten Filosofie 2e jaar, 17 studenten Filosofie 1e
jaar e 12 broedres.
8 november gaven 30 leden van de communiteit in Etten een
halve liter bloed ten behoeve van de bloedplasma actie van
het Nederlandse Rode Kruis.
In november werd P. J. Rohof van Zwitzerland, waar hij
studeerde, verplaatst naar Liesbosch
Onder de Kerstvakantie speelden de fraters “Kermisvolk op
Kerstmis” van Ghéon. Een dertigtal Paters en Broeders uit
Bergen op Zoom kwamen hun belangstelling tonen.
Op de Missiedag van 12 februari 1950 hield P. Dr. Freitag
S.V.D. een interessante lezing over moderne missieproblemen.
Eind februari heerste er in huis een lichte griepepidemie:
ongeveer het derde deel van de communiteit moest enkele
dagen in bed blijven.
De traditionele Thomasavond bracht dit jaar een lezing over
Sören Kierkegaard.
Op de Pater Dehondag werd in de voormiddag door fr. Jos
Peters een lezing gehouden over “Pater Dehon en Nederland”.
s´Avonds gaf P. J. v. d. Kooy een duidelijke theoretische
uiteenzetting over “Christus, Priester-Slachtoffer” met
daarop aansluitend de verwezelijking daarvan in onze
Congregatie en onze praktijk van het slachtofferleven. Voor
het eerste gedeelte baseerde hij zich op de Encycliek
“Mediator Dei”.
Twee Paters neomisten die op 19 maart te Nijmegen priester
werden gewijd, droegen 25 maart hun eerste H. Mis op.
Onder de Paasvakantie werd P. A. Ooms verplaatst naar Delft
en benoemd tot assistent-moderator aldaar. Als
Dogma-professor werd hij opgevolgd door P. H. Dorresteijn.
Op 14 april gaf P. M. Hendrickx de film “Kleine mensen op de
grote weg”
Onder leiding van P. C. van Haperen werd door het koor van
de fraters een zanguitvoering gegeven voor de leden van de
vereniging van koren “St. Lambertus” in het dekenaat Etten.
De zaal was goed bezet en meerdere geestelijken uit de
omtrek gaven blijk van hun belangstelling.
Het naamfeest van P. Rector, 27 april, werd op de
gebruikelijke wijze gevierd.
´s Avonds speelden de fraters het stuk van Paul de Mont:
“Willem de Zwijger”.
Bij gelegenheid van het 50 jarig bestaan van de Abdij kregen
de PP. Trapisten te Zundert een orgel. Hun groot
tweeklaviers harmonium met pedaal verhuisde naar Liesbosch.
16 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 11 fraters
te Liesbosch.
19 Juli: zilveren priesterjubileum van P. G. Knirim en
neomistendag.
23-25 Augustus waren er studiedagen georganiseerd door het
Apostolaat van Eerherstel over onze eigen spiritualiteit.
17 September: Herdenking van het 12 ½ jarig bestaan van “Pater-Dehon-Studiekring”.
De eigenlijke dag was 20 augustus, maar viel in de
zomervakantie.
Bij de opening van het nieuwe studiejaar 1950-1951 bedroeg
het aantal fraters precies 50. Ze konden het studiejaar
beginnen met het vooruitzicht van een feest. Want op 7
oktober was het 40 jaar geleden dat Broeder Willibrordus
geprofest werd. ´s Avonds hielden fraters en broeders de
communiteit en de gasten enige uren in spanning met het
sensationeel detective-stuk “Zoeklichten”.
8 Oktober: inwijding van de pasgebouwde Lourdesgrot, die
staat op het vroegere volleyveld, dicht bij het kerkhof. Het
terrein naast de tennisbaan werd tot volleyveld ingericht.
Op de helft van het eerste trimester had er een
personeelswisseling plaats: P. J. Ponsioen vertrok op 10
november naar Parijs om aan de Sorbonne de colleges te
volgen van Prof. Gurvitch. Zijn lessen werden overgenomen
door P. F. Mes.
Op de boerderij werd een nieuwe varkensschuur en een nieuw
kippenhok gebouwd.
De traditionele Cecilia-avond was verplaatst naar 2
december. Uitgevoerd werd o.a. het “Stabat Mater” van
Pergolese, waarbij 8 leden van het orkest San Francesco hun
medewerking verleenden. De Sinterklaasavond werd
opgevrolijkt door het kluchtige spel “Bloed en Liefde” van
Godfried Bomans.
Gedurende de Kerstvakantie bood een toneelvereniging uit
Leur zich aan om in de toneelzaal “Het vierde gebod” op te
voeren. Ook de harmonie “Apollo” uit Etten gaf een
concertavond.
17 Januari 1951 werd het 12 ½ jarig priesterfeest gevierd
van P. Rector. De heer Henk Zoutendijk trad op met zijn
poppenspel. De poppen speelden het bekende spel “Marieken
van Nimwegen” en daarna een sappige vlaamse klucht.
De Missiedag van 25 februari droeg een bijzonder karakter.
Het was meteen een herdenking van het feit, dat de
Nederlandse SCJ nu 50 jaar in Nederland werkzaam was. Een
keurig ingerichte tentoonstelling maakte duidelijk, wat er
in die 50 jaar door onze mensen in binnen- en buitenland
voor de missie is gedaan. ´s Avonds werd door een van de
fraters een lezing gegeven, waarin de missiewerkzaamheid van
Pater Stichter werd belicht om vervolgens het missiewerk van
de Nederlandse Provincie te doorlopen.
Op 4 maart werd de Pater Dehondag gehouden. In de voormiddag
sprak P. H.
Winkeler over het St. Franciscus Liefdewerk en ´s avonds
hield een van de fraters een lezing over “P. Dehon en de
Vrijmetselarij”.
De St. Thomasavond van 6 maart was gewijd aan een studie
over Bergson.
Tot grote voldoening en stichting van de gehele communiteit
werd de Paasvigilie gevierd volgens de nieuwe voorschriften.
Onder de Paasvacantie gaf een Pater Lazarist de mooie film
“Monsieur Vincent”.
Het naamfeest van P. Rector op 27 april was opmerkelijk door
de grootse versiering van de refter. Er was een compleet
rotstuintje aangelegd met allerlei soorten bloemen. Zelfs
een miniatuur waterval en fonteinen ontbraken niet. ´s
Avonds werd het toneelstuk “Voor altijd Pilatus” van Jef
Heydendael opgevoerd.
Op 11 mei keerde P. J. Ponsioen terug uit Parijs, waar hij
gedurende een half jaar colleges gevold had aan de Sorbonne
ter voorbereiding van zijn proefschrift.
P. C. van Haperen slaagde te Amersfoort op 12 mei voor het
examen spraakleraar.
Het triduüm voor het H. Hartfeest werd door P. Rector
gegeven. Daags na het feest werd de film “De derde man”
vertoond.
In juni werd P. A. Duindam van Nijmegen verplaatst naar
Liesbosch
De jaren 1951-1954 ( tweede triennium van P. G. Gasseling).
15 Juli 1951 diende Mgr. Baeten, na de dood van Mgr. Hopmans
op 18 februari Bisschop van Breda, de tonsuur toe aan 16
fraters.
Toen op de avond van 17 juli de neomisten op de
gebruikelijke wijze werden ingehaald, was daarmee ook meteen
het zilveren priesterfeest van Pater Dorresteijn ingezet.
Vanwege hun klein aantal moesten de zelfde jonge priesters
de volgende dag naar Bergen op Zoom om ook daar nog eens een
priesterfeest te vieren. Toen ze waren vertrokken was de
zilveren jubilaris het enige middelpunt van de verdere
festiviteiten. Na een plechtig Lof werd de jubilaris een
prachtige feestavond aangeboden. Het eerste deel was een
hulde aan het priesterschap, het tweede een geestige
operette: de “remedie van de manchetten”. De volgende dag
had de communiteit weer een andere jubilaris in haar midden:
Pater J. Vernooy uit Finland, die ook zijn zilveren
priesterfeest vierde.
Begin september werd P. J. Rohof van Liesbosch verplaatst
naar Nijmegen en kwam P. H. Hanssen van Nijmegen naar
Liesbosch.
Het nieuwe studiejaar begon in september met precies 50
studenten.
De fraters A. van Roy en F. Haasen kwamen 4 oktober nog even
in Liesbosch terug om afscheid te nemen. De volgende morgen
vertrokken ze naar Brazilië, benijd door velen die graag hun
plaats hadden ingenomen.
Op Missiezondag 21 oktober kwam P. Jak een en ander meedelen
uit zijn rijke kennis over de bevolking van Belgisch Congo.
Het feest van Maria Onbevlekt Ontvangen, 8 december, was
tevens een priesterfeest: de PP. Lankreijer, Werter en
Stolker, die enkele jaren geleden vanuit Liesbosch als
frater naar Brazilië vertrokken, keerden nu als priester
terug.
Op Kerstavond speelden de fraters eerst een fragment uit
Vondels “Adam in ballingschap” en daarna een kerstspel van
Dorothy Sayers.
Op verzoek van de K.R.O. werd op 20 januari 1952 werd de
Hoogmis uitgezonden. Kort daarop kwam het verzoek om op 16
maart de Vespers voor de radio te zingen.
Van 25 januari tot 1 februari hield P. Generaal de canonieke
visitatie te Liesbosch.
Op vastenavond voerden de fraters een poppenspel op met
zelfgeboetseerde en aangeklede poppen.
De Missiedag van het tweede trimester werd besloten met een
interessante lezing van Dr. Houben SJ over de Islam.
23 Februari hield frater S. Nederpelt een lezing over “Wij
en de jeugd in de wereld”
Op 16 maart werd de Pater Dehondag gehouden. In een lezing
van
fr. H. Falke werden P. Dehon en Don Bosco en hun beider
opvoedingsmethoden met elkaar vergeleken en sprak P. Weusten
over de jeugdzorg en in het bijzonder over het Tehuis voor
werkende jongens te Rotterdam.
19 Maart, feest van Sint Jozef, deed Br. Athanasius Witkamp
zijn eeuwige geloften en bovendien vierde Br. Suitbertus
zijn zilveren professiefeest. ´s Avonds werd de film “Louise-Lotte”
gedraaid. Zondag daarna kwam de familie van de jubilaris en
speelde de Broeders het toneelstuk “Gezworen kameraden”.
Het Rectorsfeest, waarmee de Paasvakantie besloten werd,
bracht een zeer gewardeerde toneelavond. Opgevoerd werd het
spel van Anton van de Velde “Hansworst”
Begin september kwam P. M. Rasenberg van Rotterdam I naar
Liesbosch.
24 September: viering van het 40-jarig bestaan van het
grootseminarie. Fr. M. Konings hield deze dag een lezing
over dit gebeuren naar een manuscript van P. Jos Slangen.
In november hield fr. A. Bontje een lezing over het werk van
onze Franse Paters in Canada.
22 Februari 1953: Vanuit de kapel van het grootseminarie
werd de Vespers per radio uitgezonden; eveneens 3 mei.
6 Maart verliet P. S. Bastiaanse het grootseminarie en
vertrok vanuit Brussel naar Congo.
In maart werd Br. Cyrillus van Liesbosch verplaatst naar
Rotterdam I; Br. Wilfridus ging naar Helmond en Br.
Marcellus naar Bergen op Zoom. Br. Aloysius kwam naar
Liesbosch.
19 Juli diende Mgr. J. Baeten in de kapel de tonsuur toe aan
9 fraters.
Begin september werd P. H. Hanssen van Liesbosch verplaatst
naar Helmond;
P. F. Adriaansen kwam van Nijmegen naar Liesbosch en P. A.
Verpaalen vanuit Fribourg, Zwitserland. Verder kwam Br. Erik
van Finland naar Liesbosch.
In het begin van het nieuwe studiejaar waren er 9 studenten
1e jaar Theologie, 28 2e jaar Filosofie en 20 1e jaar
Filosofie.
23 September werd het gouden professiefeest van P. Barth,
emeritus Ethica-professor grotelijks en het zilveren van P.
Schildkamp (dunnentjes over-) gevierd.
18 Oktober: Missiedag. P. J. van Wezel gaf een enthousiaste
lezing over Canada.
29 December: De communiteit bracht een bezoek aan het
Juvenaat te Bergen op Zoom en genoot van een tentoonstelling
van Vincent van Gogh en van een typische film van Charly
Chaplin.
In december werd P. F. Mes benoemd om opnieuw Studiedagen te
organiseren te Liesbosch voor geestelijk leven, vorming en
zielzorg.
Nota:
Vanaf 1953 hebben we minder gegevens over het grootseminarie
in Liesbosch in “Annalen”, omdat P. G. Raaymakers, redacteur
daarvan, gedurende het Generaal Kapittel, gehouden, begin
januari 1954, gekozen werd tot Generaal Raadslid en Generaal
Secretaris.
20 Januari 1954 werd het 12 ½ jaar professiefeest gevierd
van P. C. van Haperen. De vrije dag daarna werd besloten met
een zeer boeiend stuk: “Droom der gevangenen” van
Christopher Fry.
2 Februari zong het koor van de fraters gedurrende de
avondmis in de parochiekerk
In Maart werd Br. Albertus verplaatst van Liesbosch naar
Rotterdam III en kwam Br. Ewaldus van Helmond naar Liesbosch.
In verband met het Mariajaar was er in het grootseminarie
van 23 tot 30 mei een tentoonstelling van Mariale Kunst:
werken van een aantal Nederlandse kunstenaars en een groot
aantal reproducties, die een kunsthistorisch overzicht gaven
van de Maria-figuur in de beeldende kunst.
Met ingang van 1 juli werd P. E. Schildkamp benoemd als
Rector te Liesbosch.
10 DE JAREN 1954-1960 (Rectoraat P. E. Schildkamp).
De jaren 1954-1957 (eerste triennium)
Begin juli 1954 werd P. A. Duindam verplaatst van Liesbosch
naar Nijmegen en kwam P. L. de Jong van Nijmegen naar
Liesbosch.
11 Juli: uitzending door de K.R.O. van de Vespers in de
kapel.
18 Juli gaf Mgr. J. Baeten in de kapel de tonsuur aan 9
fraters.
Begin september werd Br. Cleophas van Liesbosch verplaatst
naar Helmond en kwam Br. Wilfridus van Helmond naar
Liesbosch.
De “Groenendaalbouw” werd voorzien van stromend water op de
kamers; Br. Dominicus had een groot aandeel in de
werkzaamheden.
10 September bezoekt P. A. M. Lellig, nieuw Generaal
Overste, het grootseminarie.
23 September werd het zilveren professiefeest gevierd van
Pater Steijns en Br. Erik.
26 September: uitzending door de K.R.O. van de Vespers in de
kapel.
2 November: uitzending door de K.R.O. van de plechtige
Requiemmis in de kapel. P. Steijns hield de predicatie.
25 November: eerste uitvoering van voorstellingen met een
poppenkast om het missievuur aan te wakkeren bij de
schoolgaande jeugd.
In november gaf frater H. Hoffmann een lezing over “De
Maria-devotie bij P. Prévot”.
25 December: De Kerstavond werd gevuld met “Koning van Juda”
van Dorothy L. Sayer en “Ons is gheboren een kindekeijn” van
A. v. d. Velde.
Begin januari 1955 werd Br. Fridolinus verplaatst van
Maastricht naar Liesbosch.
16 Januari zond de K.R.O. de Hoogmis en Vespers uit van het
grootseminarie. Celebrant en predikant was P. F. Mes.
29 Januari: Naamfeest van P. Econoom. De Broeders speelden
“De klok sloeg acht”.
30 Januari zond de K.R:O. de Vespers uit van het
grootseminarie.
In april werd Br. Cyprianus van Heer I verplaatst naar
Liesbosch; Br. Aloysius ging van Liesbosch naar Helmond en
Br. Vernantius naar Heer I. De pas geprofeste Br. Guido van
Zeeland kwam van Helmond naar Liesbosch.
De kamers en gangen van de oude zusterbouw (beter bekend als
“Schellinkje”) vertoonden een dusdanige bouwvalligheid dat
een restauratie van de beide gangen boven de kapel
noodzakelijk werd, waarmee dan ook begonnen werd. De eerste
en de tweede verdieping langs de straatweg werden geheel
vernieuwd.
8 Mei hield fr. C. Wijfjes een lezing over “Het wezen van
eerherstel en de plicht van slachtoffering”.
17 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 19 fraters.
Deze dag werd ook de Vespers uitgezonden door de K.R.O.
In augustus werd P. M. Giesbers verplaatst van Nijmegen naar
Liesbosch.
25 September werd opnieuw de Vespers uitgezonden per radio;
eveneens op zondag 20 november en de eerste Kerstdag.
25 September hield fr. C. Wijfjes een lezing over “Dehon-Ariëns-
Hun persoonlijkheid" en 17 Oktober over “Dehon-Ariëns-Hun
sociale activiteit”.
Broeder Rosario werd op het eind van het jaar verplaatst van
Amsterdam II naar Liesbosch
De actie poppenkast vierde in november haar eerste
verjaardag. Ruin 15 opvoeringen werden er in het afgelopen
jaar op vrije middagen en geheel vrije dagen in de omstreken
van het seminarie gegeven. Drie dingen wilden de fraters met
hun poppenspel berijken: allereerst méér of opnieuw
missie-interesse aanbrengen onder de schoolgaande jeugd;
vervolgens wat meer “missie-spaarlust” aankweken; en
tenslotte misschien hier en daar een toekomstige missionaris
aantreffen.
4 November stierf P. J. Slangen te Heer. Hij had als econoom
en professor een grote bijdrage geleverd aan het
grootseminarie.
18 Januari 1956 ging de première van “Gijsbrecht van Aemstel”
door Joost van den Vondel
22 Januari zond de K.R.O. de Vespers uit van het
grootseminarie.
18 Februari hield fr. A. de Winter een lezing over “De
liefde in de H. Hartdevotie en in onze spiritualiteit”.
22 April werd de Vespers opnieuw uitgezonden door de K.R.O.
15 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 17 fraters
in de kapel van het grootseminarie.
In juli kreeg het grootseminarie in de kapel een orgel. In
deze maand kwam ook het beeld van O.L. Vrouw van Fatima, dat
een tocht maakt langs alle parochies van het bisdom Breda,
ook enkele dagen naar de parochie van Liesbosch-Princenhage.
De fraters van het seminarie gingen het natuurlijk ook
afhalen, de erewacht houden bij het beeld in de kerk en mee
op boetetocht langs de zandwegen.
8 September vierde P. Gasseling, professor in de
Kerkgeschiedenis, zijn zilveren professiefeest. De refter
hing vol met goedhartige karikaturen van grote figuaren uit
de historie; zelfs ontbrak niet het schilderij waar het
optreden van de jubilaris op het Concilie te Nicea was
afgebeeld. ´s Avonds draaide de film “Wien bleibt Wien”.
In september hield P. J. van Hommerich een lezing over
“Ontstaan van de missie in Zweden”.
Missiezondag 21 oktober stond in het teken van de Congo en
de Philippijnen. De Paters Beutener en Manders spraken over
enkele urgente problemen in de Congo: het gedrag van de
“kolonialisten”, de kwestie van de industralisatie en
mechanisatie, de schoolpolitiek van de huidige
liberaal-socialistische regering van Van Acker. ´s Avonds
celebreerde Mgr. Chr. v. d. Ouwelant M.S.C., bisschop te
Suriago, een plechtig Lof. Daarna sprak hij over de kansen
van het katholicisme op de Philippijnen.
25 December: Het koor brak met de traditie door in de
nachtmis meerstemmig te zingen.
19 Februari 1957: Missiedag. Werd begonnen met een Hoogmis
in Benedictijnse gewaden. In de loop van de morgen vertelde
P. Neilen over Zuid Sumatra. De avond werd gevuld met een
lezing van de nationale voorzitter van de K.A.J. Gerard van
Bakel. Hij sprak over “Missieaktiviteit van de K.A.J. in
Tanganyka.
4 Maart hield fr. G. Hommels van de St. Thomasstudiekring
een lezing over “Op zoek naar het juiste mensbeeld”. Samen
met F. Voss had hij maandenlang gewerkt aan deze wijsgerige
beschouwing. Juist die dag was het grootseminarie Liesbosch
ook gastheer van de contact-dag ter bevordering van de
eenheid van de seminaries, “Vindicamus” geheten. Zo had de
spreker ook studenten van Hoeven, Teteringen (S.V.D.) en
Oudenbosch (M.S.F.) onder zijn gehoor.
17 Maart: Dehondag. P. J. Karskens sprak over het probleem
van de emigratie.
In maart werd Br. Ewaldus verplaatst van Liesbosch naar Heer
I, terwijl de pas geprofeste Brs. Innocentius Berns en Br.
Silverius Verwegen van het noviciaat te Helmond naar
Liesbosch kwamen.
De Missiestudiekring hield 2 uitstekende beschouwingen naar
aanleiding van het boek “Christentum und Atomzeitalter” van
Brockmüller door B. van Dijk.
22 Mei stierf te Liesbosch Br. Gerardus Cortselius en werd
daar 25 mei op het kerkhof begraven.
In juni werd P. Steijns van Liesbosch verplaatst naar Den
Haag, waar hij vanaf 1 juli benoemd was als Rector.
2 Juni hield fr. J. P. Oudenhuyzen een lezing over “De
ontwikkeling van de Poolse Provincie S.C.J.”
Nota:
De St. Tomasstudiekring werd voor de 1e en 2e jaars apart
geleid en wel om de week door P. A. Verpaalen. Terwijl P. J.
Dijkman een levendige discussiegroep begonnen was over
eigentijdse problemen.
De jaren 1957-1960 (tweede triennium van P. E. Schildkamp)
1 Juli 1957: P. Schildkamp begint zijn tweede triennium als
Rector met P. J. v. d. Kooy als eerste Raadslid en P. G.
Gasseling tweede.
21 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 25 fraters.
In augustus werd P. A. van der Voort verplaatst van Nijmegen
I naar Liesbosch.
2 September begon het nieuwe studiejaar. Hierover lezen we
in “Oogstvreugd”:
“De gebruikelijke wisseling van studenten had tot resultaat,
dat er nu zeven man minder zijn dan het vorig jaar: 25 op
het eerste jaar Theologie, plus 22 tweede jaar- en 18
eerstejaars Filosofie; in totaal 65 studenten.
Ook het lerarenkorps veranderde enigszins. Pater Knirim
geeft nu nog alleen Oude Testament op het tweede jaar.
Verder maakt hij zich verdienstelijk op de boekbinderij.
Pater van der Voort verzorgt de rest van de exegese. De
benoeming van P. Steijns tot Rector van Den Haag
veroorzaakte een psychologische leegte, die Pater Verpaalen
opvulde op wijsgerig terrein en Pater Jac. de Groot uit
Rotterdam experimenteel. Hij is nu de enige reiziger van
buiten”.
17 September stierf P. J. van der Kooy. “Oogstvreugd”
schreef hier over: “Hier past wel een kort woord ter
nagedachtenis. Dinsdags gaf hij tegenwoordig de gehele dag
les in de Logica en beroepsmoraal aan de kunstacademie “St.
Joost” in Breda. Daar werd hij om tien uur ´s morgens
onwel…en was meteen dood. De consternatie in huis, na een
telefoontje uit de stad was enorm. Midden in zijn werk is P.
v. d. Kooy opgeroepen: hij is gestorven zoals hij geleefd
heeft. De schat aan wijsgerige kenis, die hij zich in die
bijna dertig jaren heeft eigen gemaakt is overvangbaar. Niet
alleen de kennis van Pater v. d. Kooy, maar ook zijn
persoonlijkheid, het voorbeeld en de kostbare raadgevingen,
waarvan velen hebben genoten, zullen sterk gemist worden.De
overweldigende belangstelling op de begrafenis, zowel van
medebroeders, als van anderen, tekende precies welk verlies
de Nederlandse Provincie en de werkkringen van Pater v. d.
Kooy geleden hebben.
In korte tijd heeft ons huis dus samen met Pater Steijns
twee ervaren docenten verloren en de weerslag daarvan zal
nog lange tijd merkbaar zijn. Pater Mes geeft nu Logica aan
de eerste-jaars. Momenteel genieten de tweede-jaars van een
betrekkelijke rust, nu Pater Verpaalen naar Asssisi is, om
daar het wereldcongres voor emigratie bij te wonen en zelfs
toe te spreken. Dit jaar is hij ook les gaan geven op het
grootseminarie te Hoeven, wat echter van voorlopige aard
is”.
20 Oktober: Missiedag. Was gewijd aan Zuid-Sumatra. Pater
Koevoets gaf een lezing over zijn werk onder de chinezen van
Palembang. Dr. Griffioen, perschef van de “Ostpriesterhilfe”
sprak over het werk van deze instelling.
Met ingang van 22 oktober zijn benoemd tot 1e Raadslid P. G.
Gasseling en 2e Raadslid P. A. van der Voort.
28-30 December: “Vindicamus” dagen of wel ontmoetingsdagen
van seminaristen van verschillende seminaries (interseminariaal
contact). Er waren 36 deelnemers. De zittingen bewogen zich
ron het onderwerp: “Dechristianisatie”. De inleidingen
werden gegeven door G. Hommels en W. Blok.
De poppenkast werkte dit jaar rustig verder. Er was een
nieuw missiestuk bijgekomen. Ook nam men 9 dagen deel aan de
Missietentoonstelling “Amate” te Nijmegen met een echte
kermistent met een spandoek erboven “Poppen-theater, aktie
Pop”.
In Januari 1958 verscheen het eerste nummer van “Unanimes”,
een contact tijdschrift tussen scholastieken van heel de
Congregatie.
1 Februari : Een gezelschap van toneel-spelende onderwijzers
uit Prinsenbeek gaf die dag een opvoering van het stuk
“Gaslicht”.
20 Februari werd de twintigste verjaardag gevierd van de
Pater Dehon Studiekring.
Stef Dijkman, de toenmalige secretaris, gaf over die jaren
het volgende overzicht:
De PP. van Bohemen en G. Raaymakers zijn in 1930 begonnen
met de later naar Nijmegen verhuisde CB en dit was de aanzet
van de de huidige Studiekring. Ook P. Govaart oefende steeds
een stimulerende invloed uit onder het motto: “Filius
sapiens honorat patrem”. Na veel discussies, en vooral
o.l.v. de fraters Kockmann en Steffens is de kring
aanvankelijk begonnen als een historische en sociologische
sectie (1938).
Onder de oorlog was de kring langzamerhand op een diepte
punt aangeland, maar de toenmalige moderator, P. Bos, heeft
opheffing kunnen voorkomen. Overigens zorgde de
moeilijkheden van die tijd er wel voor dat de kring een
kwijnend bestaan leidde. Pas in 1948 ging het weer full
speed voorwaarts. Toen zijn tevens de secties vervallen. Het
aannemen van de statuten in 1953 heeft de Studiekring een
geheel eigen,vast karakter gegeven.
Wat het innerlijk leven beteft van doel en werkwijze valt de
evolutie op van de studies. Was het eerst P. Dehon als
socioloog, die in de belangstelling stond, later verbreedde
deze zich tot zijn gehele persoon en werken. Dit mondde uit
in het binnenhalen van de gehele congregatie met haar
geschiedenis en spiritualiteit, in de laatste tijd zien we
zelfs dat het gehele terrein van de H. Hart devotie in
verband wordt gebracht met de studie van Pater Dehon.
P. C. van Lierop hield deze dag een lezing over de H. Hart
devotie in onze tijd.
Op de missiedag van 1 en 2 maart werd op de eerste dag ´s
avonds aandacht geschonken aan het Boeddhisme, omdat men er
in geslaagd was de beschikking te krijgen over een film van
de Pakistaanse Ambassade die het leven van Boeddha
behandelde. Daags daarnaa deed P. A. de Leest de Hoogmis met
predikatie en vervolgens begon men met een nieuw experiment:
een discussie over enkele actuele interessante vraagstukken
over Afrika. Het geheel werd een daverend succes onder de
uitstekende leiding van P. Gasseling. ´s Avonds bracht Actie
Pop “De zonen van Landu”.
6 Maart hield fr. J. van Meer op de vooravond van het feest
van St. Thomas een lezing over “Tussen zekerheid en
onzekerheid – Situatie-Ethiek”.
In maart 1958 werden de Broeders Thaddeus en Innocentius van
Liesbosch verplaatst naar Heer en kwamen de pas geprofeste
Broeders Boudewijn en Xaverius van het novicaat te Helmond
naar Liesbosch.
18 Mei hield fr. J. de Jong een lezing over “Missie en
Liturgie”.
20 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 18 fraters
in de kapel van het grootseminarie.
Van juli 1957- juli 1958 voorzag de nieuwe actie “Regina
Caeli” onze missiegebieden
van 2.625 grote en 11.500 kleine platen van het H. Hart.
30 Augustus werd P. A. Santegoeds van Nijmegen verplaatst
naar Liesbosch.
Gedurende de zomervakantie gingen de fraters van Liesbosch
helpen bij het jeugdwerk van de Belgische confraters in
Coq-sur-mer (den Haan), bij Ostende
In oktober werden de fraters L. Theuws en L. Cloostermans
van Liesboch verplaatst naar Noord Brazilië.
27 December: Kerstmuziek-avond in het grootseminarie met
medewerking van de parochie o.l.v. P. C. van Haperen. 3
Koren, brachten verschillende kerstliederen naar
voren,afgewisseld met declamatie.
In december werd P. A. Duindam van Amsterdam I verplaatst
naar Liesbosch.
De missiedag op 15 februari 1959 stond in het teken van de
twee zuidelijke werelddelen: Zuid Amerika en Zuid Afrika. P.
Wolterink , Rector van het grootseminarie “Cristo Rei” te
Camaragibe gaf ´s morgens na de hoogmis een beeld van het
heersende tekort aan priesterroepingen in Zuid Amerika.
Pater Suasso W.P. sprak over “Worstelend Afrika” dat streeft
naar zelfstandigheid, naar totale erkenning ook van zijn
zwart-zijn, eisen, die naar zijn zeggen binnen niet al te
lange tijd zeker verwezelijkt zullen worden met of zonder
hulp van het Westen.
“Actie Pop” in zijn vijfde jaar na stichting hield zijn
honderste voorstelling.
7 Maart: St. Thomasviering. Pater Santegoets, professor
Filosofie, gaf een lezing over “Het belang van St. Thomas
ook in de moderne tijd”. En fr. Jan de Jong sprak over het
humanisme.
Met ingang van 15 maart werd P. G. Gasseling rector benoemd
van het grootseminarie te Nijmegen. Daarom kwam er ook
verandering in de Huisraad. P. A. van der Voort werd 1e
Raadslid en P. M. van Woerkum 2e.
Deze dag hield fr. Cloin een lezing over “Liturgisch
Paasfeest in de practijk van de nieuwe Orde”.
Op de derde Paasdag kwamen de fraters van Leuven samen met
hun Rector een bezoek brengen aan Liesbosch.
24 April: viering door de Redactie van het eerste lustrum
van Diasporientje, opgericht door de fraters J. van Opbergen
en W. van Gennip . De eigenlijke jubileumdag was 29
september.
5 Juni: P. Bart 50 jaar priester.
2 Juli: laatste college van P. Santegoeds als professor van
het grootseminarie. 6 November vertrok hij naar Canada.
19 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 13 fraters
in de kapel van het grootseminarie.
In juli werd Br. Landoaldus van Liesbosch verplaatst naar
Warnsveld en Br. Victor kwam van Heer naar Liesbosch.
In september werd P. A. van der Voort Magister spiritus
benoemd van de fraters van het grootseminarie, en P. W. Valk
werd verplaatst van Engeland naar Liesbosch.
8 November: Missiedag. Stond in het teken van Brazilië. De
vurigheid, waarmee de Paters Werter, Stolker en Weterman het
debat voerden met de debatleider en de fraters, maakte de
morgen zeer interessant en leerzaam. De avond werd verzorgd
door Pater Dr. Houben sj, professor in Nijmegen en Beiroet
onder de titel “Contactmogelijkheden met de Islam”.
Onder de stuwende leiding van Fr. C. van den Berg ging ook
de “Actie Pop” weer van start. Het eerste lustrum werd
gevierd met een humoristisch gelegenheidsstuk en een goed
opgezette tentoonstelling. Vanaf september gaf “Actie Popp”
18 voorstellingen
Onder de naam “Pomisa” is de postzegelactie o.l.v. Ruud
Hogervorst nu voor goed gaan draaien.
15 November hield fr. R. van Langen een lezing voor de Pater
Dehon Studiekring over “Waarom stichtte P. Dehon een eigen
Congregatie?”.
Deze zelfde dag hield fr. P. Neervens een lezing voor de
Liturgie-Studiekring over “De Advent, een tijd van hoopvolle
verwachting”.
19 November gaf fr. W. v. d. Heuvel voor de Studiekring P.
Dehon een lezing over “De geest van P. Dehon en zijn
Congregatie”.
10 Januari 1960 hield fr. J. Wiggerman voor de Studiekring
Pater Dehon een lezing over de “Drie-eene God van liefde”,
een bezinning op het trinitarisch aspect in de Heilig
Hartverering.
2 Februari overleed Br. Willibrordus van de Knaap in het
ziekenhuis te Breda en werd 5 februari begraven te Liesbosch.
4 Februari overleed frater H. Oomens te Liesbosch en werd 8
februari aldaar begraven.
14 Februari waren de ouders van de Nederlandse fraters in
Brazilië te gast in Liesbosch op de Braziliëndag. Het was de
pas overleden frater H. Oomens, secretaris van de
Missieclub, die met het idee was gekomen om een Braziliëndag
te organizeren.
21 Februari hield fr. J. Aarts een lezing over “De
Gemeenschapsmis” voor de Studiekring Liturgie.
In het voorjaar kwam er een nieuw program: alle lessen
worden ´s morgens gegeven, ´s middags is er voortaan
“practicum”; de werk en zangtijd zijn naar de avond
verschoven.
Van 3 tot 10 juni organizeerde de Pater Dehon Studiekring in
huis een tentoonstelling “Hart van de wereld” – een
historische ontwikkeling van de uitbeelding van de
zijdewonde van Christus en een kijk op de hedendaagse
situatie van de H. Hartafbeelding.
Hiervoor had men contakt opgenomen met de Paters MSC te
Tilburg, met het Apostolaat van het Gebed in Nijmegen en met
ons eigen A.R.T. Ook de C.B. van Nijmegen zond een
interessante verzameling.
Ter gelegenheid van de opening van de Heilig Hart
tentoonstelling hield P. dr.M. van Woerkum een lezing over
“De Christusbeleving in de christelijke oudheid en in de
Middeleeuwen tot bij Sint Lutgardis van Tongeren, de eerste
H. Hartdevote”.
16 Juni hield fr. J. Wiggerman het tweede gedeelte van zijn
bezinning op het trinitarisch aspect in de H. Hart devotie:
“De Kerk van Jezus Hart”.
Met ingang van 1 juli werd P. C. Veringmeier benoemd als
Rector te Liesbosch met P. A. van der Voort als 1e Raadslid
en P. J. Dijkman 2e; econoom P. Th. Weterman.
P. E. Schildkamp werd benoemd voor Nijmegen en P. A. Steijns
kwam van Den Haag terug naar Liesbosch.
11 DE JAREN 1960-1964 (Rectoraat van P. C. Veringmeier).
17 Juli diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 17 fraters
in de kapel van het grootseminarie.
In september werd P. M. van Woerkum verplaatst van Liesbosch
naar Rome en
P. J. van der Straten van Liesbosch naar Den Haag. Br.
Suitbertus werd verplaatst van Liesbsoch naar Helmond; Br.
Victor en Br. Boudewijn gingen van Liesbosch naar Sittard.
en Br. Richardus naar Den Haag. Vanuit het noviciaat te
Helmond gingen de pas
geprofeste Broeders Casimirus, Tarcisius, Josaphat en Edward
naar Liesbosch.
Het contactblad “Oogstvreugd” werd opgeheven; het plan is
ieder trimester een brief te sturen naar de missionarissen
met mededelingen.
28 September: Leuvendag. De communiteit van Leuven kwam naar
Liesbosch. Na het diner gingen allen naar Etten en daar op
een mooie grasmat de ontmoeting België-Holland plaats, die
in een bevredigend 2-2 gelijkspel eindigde.
6 November werd Missiedag gevierd. Dit keer een Afrikadag.
Die werd in de prille ochtend geopend (7.15) door de
Hoogmis, opgedragen door Pater Jonk tot intentie van de
missie van Congo.
Om 10 uur begon reeds het vraaggesprek over het rumoerige
Congo. Pater Jonk, Pater Schouten …en Pater Ponsioen wisten
de vragen met opvallende kennis van zaken en met grote
openhartigheid te behandelen.
In de namiddag sprak Pater van Zijl over de zwaargetroffen
missie van Cameroun.
“Actie-Pop” kon dit trimester,dank zij het nieuwe stuk van
Toon Toebes : “De duistere machten van het oerwoud”, opnieuw
beginnen met een tounee door West Brabant.
Het sorteerwerk in de missiebak kwam te vervallen, omdat
alles voortaan onuitgezocht verkocht wordt.
26 November: Rectorsfeest. ´s Avonds werd het stuk “De
Aartsbisschop van Gromsk” opgevoerd, dat een goede kijk gaf
op de situatie in de landen achter het ijzeren gordijn.
In dit jaar werd het stoken met kolen vervangen door
oliestook.
2 Januari 1961 speelde het Toneelensemble van Leur voor de
communiteit het blijspel “Welterusten” onder de regie van
oudstudent J. v. d. Smissen.
19 Februari was het Missiedag met de missionarissen de
Jaeger , Kokke ,
Commandeur en Snijders .
In de ochtend sprak P. Bouritius over “Missie, randgebied of
bestaansvoorwaarde voor de Kerk”; interessant en moeilijk.
Vooral zijn gedachtegang over aanpassing kostte veel
hoofdbrekens, die men echter er graag voor over had. Het
debat lukte niet zo goed.
´s Middags was er in intieme kring nog een vraaggesprek met
Pater Bouritius, boeiend van begin tot einde. Om zes uur
draaide de bekende film “Come back, Africa” over het
rassenprobleem in Zuid-Africa.
De Missiestudiekring heeft verder ook dit trimester in een
serie van twee lezingen het lekenapostolaat belicht. De
Missie bibliotheek werd verrijkt met o. a. de onmisbare
“Atlas Missionum”. Men wil ook gaan beginnen met
missievoorlichting op de hoogste klassen van de lagere
school en eventueel op de middelbare school door middel van
uitgelegde dia´s.
26 Februari: Henk Schaer van de toneelgroep “Theater” droeg
het passieverhaal op van Cyriel Verschaeve, boeiend van het
begin tot het eind.
6 Maart: Thomaslezing: “Ontwaarding en herwaardering van het
zijn. Pleidooi voor de hoop, naar gedachten van Gabriël
Marcel” door fr. J. Aarts en fr. Jacques van de Hoeven .
12 Maart: Pater Dehondag: lezing van Pater Vernooy over
Pater Dehon en een causerie van Pater van Kampenhout over
“Het werk onder de daklozen van Antwerpen”.
1 April organiseerde de Missieactie een Byzantijnse dag. De
fraters Passionisten uit Mook kwamen zingen; Mgr. Perridon
en Pater Montfoort (A. SS.) droegen de H. Mis op. ´s Avonds
gaf Pater Dr. Zacharias O.F.M.Cap. een lezing over
“Perspectieven voor hereniging in de Oosterse Kerk”.
8 April: Gouden Jubileum van de Nederlandse Provincie. De
viering van deze belangrijke gebeurtenis werd uitgesteld tot
16 mei.
16 Mei: Viering van het gouden jubileum van de Nederlandse
Provicie.
Op maandag 15 mei kwamen te Breda bijeen het Provinciaal
Bestuur, Pater G. Raaymakers als vertegenwoordiger van Pater
Generaaal, Pater Finke, oud-provinciaal en eerst geprofeste
frater in de pas gestichte Provincie.
Pater Finke deed het Lof met assistentie van de Paters
Leblanc en J. Janssen. Op de eigenlijke dag had een meer
uitgebreide en plechtige viering plaats in het
grootseminarie van Liesbosch. Hier was ook Broeder
Laurentius Vink aanwezig, die als eerst geprofeste Broeder
van de Provincie door Pater G. Bakker, Provinciaal, was
uitgenodigd.
Pater Raaymakers celebreerde de plechtige Hoogmis,
geassisteerd door P. Provinciaal en Pater Veringmeier, die
ook de feestpredikatie hield. De fraters zongen onder
leiding van P. van Haperen de “Missa in honorem Sancti Pii
X” van Coos van Overbeek. Na deze Mis zong het koor het “Jubilate
Deo” van Algra.
Tijdens het feestmaal sprak P. Raaymakers de gelukwensen uit
namens Pater Generaal. Pater Provinciaal deed het Lof, met
assistentie van de PP. J. Janssen en F. Borrenbergs. Daarna
vond in de recreatiezaal van de fraters een forum-gesprek
plaats. Ook de PP. Jak en van Bohemen waren hiervoor
uitgenodigd als ter zake kundigen in de geschiedenis van de
Nederlandse Provincie.
Het forum, waaraan door de gehele aanwezige communiteit werd
deelgenomen, beoogde niet alleen het in-discussie-stellen
van een aantal vragen, maar het wilde tevens een
manifestatie zijn van piëteit namens onze Stichter en al
degenen, die naar zijn voorbeeld – in welke functie dan ook
– hetzij als pater, hetzij als broeder, hun beste krachten
gaven aan het welzijn van de Provincie.
16 Juli: diende Mgr. J. Baeten de tonsuur toe aan 16 fraters
in de kapel van het grootseminarie.
1 September: Pater J. Smeehuyzen werd verplaatst van
Dordrecht naar Liesbosch en P. G. Peeters vanuit Helmond. P.
P. Verschuren werd verplaatst van Liesbosch naar Rome
vanwege dat hij rector benoemd was van het Internatioinaal
College van de Congregatie.
P. Smeehuyzen werd assistent benoemd in de parochie
Liesbosch en P. Peeters godsdienstleraar en moderator van de
katholieke H.B.S. te Breda.
Br. Marinus werd verplaatst van Liesbosch naar Frans Canada
en Br. Engelbertus naar Amsterdam III. De pas geprofeste
broeders Lodewijk van Laarhoven en David Huijbregts kwamen
van het noviciaat te Helmond naar Liesbosch.
5 December werd “De Huistyran” van Godfried Bomans opgevoerd
onder de regie van
fr. H. Leemrijse.
In december kwam er voor het eerst een T. V. in Liesbosch.
4 Februari 1962 hield fr. J. de Jager een lezing voor de
Studiekring P. Dehon over “Bedrijfsapostolaat”. Voor het
samenstellen van zijn lezing had hij nauw contact gehad met
P. van Giesbergen.
9 Maart hield fr. J. Laan bij gelegenheid van de Thomasdag
een uiteenzetting over “Historische Crisis en Menselijke
Roeping” naar de gedachten van José Ortega y Gasset.
18 Maart gaf fr. L. Le Large een lezing over “Gedachten over
het eerherstel in onze spiritualiteit” bij gelegenheid van
de herdenking van de geboortedag van P. Dehon. Volgens het
verslagboek van de Studiekring maakte deze lezing veel
indruk op allen.
De avond werd verzorgd door drie van onze Paters van het
S.F.L. te Rotterdam:
P. Kwanten , Presidentdirecteur, P. Duyvesteyn , regionaal
directeur, Pater Klarenbeek , regionaal directeur, en de
Heren van Thienen, doctor in de Sociologie en Bakker,
pedagoog. Elk van hen hield een korte causerie.
A. König, secretaris van de Studiekring, beklaagde zich in
het verslag dat de lezing van fr. Le Large zowat de laatste
lezing zou zijn van dit studiejaar 1961-1962. Wat was de
oorzaak?
Volgens hem de pas geinstaleerde televisie die enkele
middagen voor zich opeiste. Verder de ontwikkeling van
andere studiekringen: Missiestudiekring, Liturgiegroep, St.
Thomas Studiekring. Maar ondanks alles waren er op de
normale vergaderingen toch altijd 30 leden.
Een van de stille activiteiten van dit jaar van de P. Dehon
Studiekring was de H. Hartstudie groep.
20 April, Goede Vrijdag, lezing gehouden door fr. H. Meeuws
over de “Liturgie van de Goede Week.
15 Juli diende de nieuwe Bisschop van Breda, Mgr. G. de Vet,
de tonsuur toe aan 14 fraters in de kapel van het
grootseminarie.
In Juli werd P. F. Nolten van Liesbosch verplaatst naar
Martental (Duitsland) en P. Wijtenburg kwam van Congo naar
Liesbosch.
Begin september werd P. C. van Paasen verplaatst van Rome
naar Liesbosch; Br. Rosario Adriaens ging van Liesbosch naar
Rotterdam II en Br. Casimirus van Kemenade naar Bergen op
Zoom.
Br. Celsus kwam van Maastricht naar Liesbosch en Br.
Nicodemus vanuit Nijmegen. Eveneens kwamen de pas geprofeste
Broeders Koenraad van ´t Westende en Maurits Veul vanuit het
noviciaat te Helmond naar Liesbosch.
24 September: Liesbosch in het goud.
Reeds na Pasen was men begonnen met de bespreking niet
alleen van het wanneer en hoe de feestviering maar ook met
de planning van andere activiteiten. Wat het bureau betreft
besloot men uit financiële overwegingen niet over te gaan
tot de uitgave van een gedenkboek – dit in tegenstelling met
het zilveren feest – maar zich te beperken tot een klein
foto-foldertje, dat er bij zijn verschijnen smaakvol uitzag.
Daarnaast had Pater administrator het initiatief genomen van
de uitgave van een charmant gedenklepeltje, waarvan er 4.000
werden verkocht. De nodige aandacht werd ook besteed aan een
mogelijke inschakeling van de hedendaagse
communicatiemiddelen. Ondanks grootse plannen bleef deze
activiteit beperkt tot een langer of korter artikel in de
dagbladen.
Na de grote vakantie begon men in huis aan de onmiddelijke
voorbereidingen. Met het oog op een rustige voorbereiding
had men het feest naar later verplaatst en uitgestreken over
drie verspreid liggende dagen. De eerste dag, hoofdzakelijk
bedoeld voor intieme viering in de eigen communiteit, was op
17 oktober, het feest van de Heilige Margareta María. Onder
de slechts weinige gasten van die dag bevonden zich naast de
adscipti o.a. Pater Figee uit Chili, de professoren van
buiten: prof. Aerden van Seminarie Hoeven en Pater
Vincentius uit de abdij van Zundert, alsook velen van de
Broeders die ooit in Liesbosch op een of andere manier
werkzaam waren geweest. Dit feest waarop alleen Pater Rector
op de vooravond speechte, werd gekenmerkt door een gezellige
sfeer, slechts onderbroken door een grandiose receptie in de
recreatiezaal van de fraters, kort geleden geheel
gemoderniseerd naar een plan van onze binnenhuisarchitect,
frater Eugène Quanjel.
Practisch alle geestelijke en burgerlijke autoriteiten
waarmee het seminarie betrekking had waren aanwezig. Onder
de gasten waren de beide Vicarissen van het bisdom Breda, de
burgemeesters van Breda en Etten-Leur.
´s Morgens werd de Hoogmis opgedragen door P. Rector en P.
Steijns hield de feestpredikatie. Als waardig slot van dit
gezellige feest ging ´s avonds de première van de opvoering
van Shakespeares Hamlet.
13 en 14 November waren gereserveerd voor de leden van de
Provincie. Aanwezig waren Pater Walzer, Generaal Raadslid,
die juist met de visitatie bezig was en het Generaal Bestuur
vertegenwoordigde; Pater Provinciaal met het voltallige
Provinciaal Bestuur; de Paters Rectoren en Directeuren van
de Nederlandse huizen en scholen etc, alsmede de eerste
student die in Liesbosch zijn volledige studies maakte,
Pater van der Horst, en de eerste kok, Broeder Dionisius
Sparidans.
Het feest werd 13 november ingezet met opvoering van “Hamlet”
van Shakespeares. Na een voor velen waarschijnlijk
betrekkelijke nachtrust was de Hoogmis, opgedragen door P.
Walzer. Pater Valk hield de feestpredikatie.
Na de Hoogmis weer gezellig samenzijn, daarna diner met
muziek en veel toespraken. Allereeerst sprak P. Walzer
namens het Generaal Bestuur in perfect Nederlands zijn
gelukwensen uit. Daarna kwam P. Provinciaal, G. Bakker, met
de aanbieding van een rijke gave in geld voor de sanering
van de zwemvijver. Verder namen het woord de PP. Finke, van
der Horst en Th. van der Peet. Broeder Leopoldus Veldhuis
verraste allen op 20 minuten spannende goochelarij.
Eindelijk brak dan de laatste en tevens meest officiële dag
aan, 17 december. Mgr. De Vet, Bisschop van Breda, juist
terug van het Concilie, deed de pontificale Hoogmis. De
predikatie werd gedaan door Dom Emmanuel Schuurmans, Abt van
Zundert. Het koor zong de Mis Pius X van Overbeek.
Na een gezellig aperatief gingen allen naar de refter. Op
het welkomswoord van Pater Rector C. Veringmeier, die zijn
dank uitte dat het bisdom Breda ons vijftig jaar geleden zo
gastvrij had opgenomen en dat de verhouding met het bisdom
in die tijd zo prettig was uitgegroeid, ging Mgr. de Vet
dieper in. Hij beschouwde het als een zegen voor het bisdom,
Kerkprovincie en Kerk, zo´n rijk vruchtdragend seminarie te
hebben en het verheugde hem dat Liesbosch zoveel goed, echt
pastoreel ingestelde priesters had voortgebracht.
Het vertrek van de gasten na het diner betekende niet alleen
het einde van deze dag, maar ook het einde van de gehele
feestviering.
Bij gelegenheid van het gouden jubileum van het
grootseminarie bood de Studiekring Pater Dehon een brochure
aan de ouders van alle Nederlandse confraters.
26 November: Sint Ceciliadag en naamfeest van P. Rector. De
Harmonie St. Cecilia uit Princenhage gaf een prachtig
concert, door het bestuur van de Harmonie gratis aangeboden
op de receptie van het gouden jubileum van het seminarie op
17 oktober.
In december werden de Paters W. van den Boogaard en A.
Bastiaanse van Rome verplaatst naar Liesbosch.
Dit jaar had “Actie-Pop” van Liesbosch jammer genoeg
definitief haar gordijntjes moeten sluiten.
20 Januari 1963 hield fr. H. van Berkel voor de Pater Dehon
Studiekring een lezing over het H. Uur.
2 – 3 Maart vierde de Pater Dehon Studiekring haar 25 jaar
bestaan, opgericht in 1938 dor P. Kockman. Voor de
feestvergadering ´s avonds op 2 maart waren niet alleen alle
leden van de Studiekring aanwezig maar ook bijna alle leden
van de communiteit. Voorzitter fr. W. de Jong hield de
toespraak. Daarna hield fr. J. Broeders een lezing over “Het
wel en wee van de Studiekring”.
Op 3 maart werd de plechtige Hoogmis opgedragen door P. A.
Steffens, Rector van Sittard en eerste voorzitter van de
Studiekring, geassisteerd door P. Verpaalen en P. J.
Peeters.
Tijdens de vergadering hield fr. P. Brinkman een lezing over
de H. Hartverering. Gedurende enige jaren waren enkele leden
van de Studiekring bezig met het samenstellen van een H.
Hartbrochure. De lezing was een gedeelte uit deze brochure.
Daarna werd er een felicitatiebrief voorgelezen van P. G.
Raaymakers te Rome en nam P. Veringmeier, Rector van
Liesbosch, het woord.
Ook was er een tentoonstelling over het werk van de
Nederlandse Provincie. ´s Avonds speelde men de revue
“Wierook en Kaarsvet” van fr. Nico Tydeman.
6 Maart hield fr. H. Meeuws een lezing over “De geest van de
mens: een licht van deze wereld” aan de hand van de “Intellectus
Agens-Leer” van Sint Thomas van Aquino.
17 Maart: P. Dehondag. Fr. Koos de Rooy hield een lezing
over de H. Hartdevotie in deze tijd”.
Met ingang van 1 juli werden benoemd tot Rector P. C.
Veringmeier (2e triennium);
1e Raadslid P. A. van der Voort, 2e Raadslid P. J. Dijkman,
Econoom P. Th. Weterman.
Op 21 juli gaf Mgr. G. de Vet, Bisschop van Breda de tonsuur
aan 14 fraters in de kapel van het grootseminarie.
In september werd P. W. de Pater verplaatst van Fribourg
naar Liesbosch. P. C. van Paassen vertrok van Liesbosch naar
Rome om zijn studies te gaan voltooien. Br. Koenraad van ´t
Westende werd verplaatst van Liesbosch naar Bergen op Zoom
en Br. Arnoud van Zeeland kwam van Bergen op Zoom naar
Liesbosch. Br. Xaverius Schijven vertrok 15 november van
Liesbosch naar Congo.
9 Januari 1964 vestigde Mgr. H. Mekkelholt zich in het
voormalige provincialaat, annex seminarie Liesbosch.
In februari werd Br. Nazarius van Herten verplaatst van
Liesbosch naar Nijmegen.
16 Februari hield fr. P. Albers een lezing over “Poging tot
een objectieve benadering van de verhouding: Eucharistie –
Jeugd.
1 Maart, P. Dehondag, sprak fr. N. Tydeman over “Spanwijdte
en draagkracht van een authentiek H. Hartgebed”.
6 Maart: Bij gelegenheid van het feest van St. Thomas van
Aquino gaf fr. N. Molenaar een lezing over “Ontmoeting der
Gedachte”, een bezinning op de betekenis van het moderne
atheïsme voor de christen-nu.
26 April: Fr. Koos Smits hield voor de Pater Dehon
Studiekring een lezing over “De Franse School”.
3 Juni: Op deze vergadering van de Studiekring P. Dehon
gehouden tijdens het H. Hart triduum hielden de frs. W. van
Zeeland en G. Teeuws een lezing over “Het H. Hartbeeld, een
beeld van de H. Hartverering”. Deze causerie gaf een goede
weergave van de historische ontwikkeling van het H.
Hartbeeld en de H. Hartverering.
In juli werd Br. Silverius Verwegen verplaatst van Liesbosch
naar Warnsveld.
19 Juli diende Mgr. G. de Vet, Bisschop van Breda de tonsuur
toe aan 12 fraters in de kapel van het grootseminarie.
In het derde trimester was er van de zijde van de
Missiestudiekring, die op een doodpunt was
terechtgekomen,een poging om een fusie aan te gaan met de
Pater Dehon Studiekring. Dit werd echter afgewezen.
Met ingang van 1 augustus werden benoemd tot Rector van
Liesbosch P. A. van der Voort; 1e Raadslid P. J. Dijkman, 2e
Raadslid P. A. Verpaalen, Econoom P. Th. Weterman.
Verder werd P. C. Veringmeier met ingang van 1 augustus
Rector benoemd van het Internationaal College te Rome; P. J.
Ponsioen werd verplaatst van Liesbosch naar Den Haag en W.
van den Bogaard naar Nijmegen. Br. Josaphat Berns werd
verplaatst van Liesbosch naar Bergen op Zoom en Br.
Martinianus Schoonus naar Warnsveld. Br. Renatus Joosen en
Br. Protasius Witkamp gingen van Bergen op Zoom naar
Liesbosch.
12. DE JAREN 1964-1970 (Rectoraat van P. van der Voort).
In 1964 werd in Liesbosch het tijdschift uitgegeven “Eidos”.
De ondertitel luidt: “Tijdschrift van het grootseminarie
Liesbosch”; is een intern studie tijdschrift, gestencild.
Bevat artikelen van persoonlijke studies aangaande
Filosofie, Theologie, Sociale en Culturele problemen.
21 Maart 1965: Pater W. Vernooy, directeur van het pastoraal
jaar te Amsterdam, gaf bij gelegenheid van de Pater Dehondag
een lezing over: “Is de H. Hartdevotie een particuliere
aangelegenheid of moet men haar in kerkverband zien? Kan men
nog spreken van een eigen spiritualiteit vanuit ons
hedendaags kerkbesef?
Volgens het verslag van de secretaris van de P. Dehon
Studiekring begon gedurende het studiejaar 1964-1965 de
belangstelling voor dit soort lezingen af te nemen.
In maart werd Br. Eligius van Aar verplaatst van Heer I naar
Liesbosch.
In april werd P. C. van Paassen verplaatst van Rome naar
Liesbosch.
7 Juni: Opening van het zevende provinciaal kapittel
gehouden in het grootseminarie te Liesbosch.
11 Juni: Het provinciaal kapittel wordt verdaagd tot 14
juni.
14 Juni: Voortzetting van het provinciaal kapittel.
18 Juni: Het provinciaal kapittel wordt verdaagd tot 5 juli.
5 Juli: Voortzetting van het provinciaal kapittel en tevens
sluiting.
18 Juli: Mgr. H. Mekkelholt diende de tonsuur toe aan 8
fraters in de kapel van het grootseminarie.
31 Juli overleed plotseling te Liesbosch P. J. Smeehuyzen en
werd 3 augustus aldaar begraven.
In augustus werd P. H. Dorresteijn verplaatst van Liesbosch
naar Heer II en de Paters
J. Touw , P. Kerstjens en G. van Schaik kwamen
respectievelijk van Sittard, Rome, Amsterdam III naar
Liesbosch.
1 September overleed te Brussel Pater Theodorus van der
Peet. Hij werd op 4 september te Liesbosch begraven. Was van
1912-1923 professor in de H. Schrift, Hebreeuws en Liturgie
te Liesbosch.
In september begon men bij wijze van experiment met en
gecombineerde cursus voor priesteropleiding van het
grootseminarie van het bisdom Breda te Hoeven en ons
seminarie te Liesbosch. Als docenten fungeerden de
professoren van beide seminaries en de lessen werden deels
te Liesbosch en deels te Hoeven gegeven. Het betreft het
eerste jaar Filosofie. Blijkbaar is er een grote kentering
begonnen in de roepingen.
Br. Edward van Rossum, Br. Eligius van Aar, Br. Arnoud van
Zeeland, Br. David Huijbregts werden respectievelijk
verplaatst van Liesbosch naar Heer I, Nijmegen I, Bergen op
Zoom en Warnsveld. Br. Arthur Arends kwam van Nijmegen I
naar Liesbosch, als ook de pas geprofeste Broeders
Willibrordus van Capel en Andreas Vermeulen uit het
noviciaat te Helmond.
Daar zowel de P. Dehonstudiekring als de Missiestudiekring
met het zelfde probleem zaten: gebrek aan interes, werden in
september 1965 beiden voorlopig opgeheven. Noodzakelijk was
wel de continuiteit van lezingen en debatten. Daarvoor werd
een commissie opgericht.
Met ingang van 1 april 1966 werd P. Rasenberg benoemd tot
econoom.
Dinsdag 12 april hielden de Congo-missionarissen een reünie
te Liesbosch.
In de rondzendbrief van P. Provinciaal van 21 april lezen
we:
Het noviciaat levert niet minder moeilijkheden op. Omdat het
weinig aangepast was aan de geest van de jongens die uit een
middelbare school kwamen, zijn in het noviciaat al veel
veranderingen doorgevoerd. Omdat anderzijds veel candidaten
nog niet tot die zekerheid en dat evenwicht gekomen bleken
te zijn om de professie tot een levensbeslissing te maken,
wordt voor de candidaten de mogelijkheid geopend om in een
zeker congregatieverband met de hogere studies te beginnen
in Nijmegen. Het aantal candidaten, dat ofwel naar het
noviciaat gaat of direkt met de hogere studie begint, zal
vermoedelijk 17 bedragen.
Vervolgens zijn we vanaf het begin betrokken geweest bij de
pogingen om tot concentratie van grootseminaries te komen.
Ook op dit terrein is er de laatste maanden een grote
activieteit ontplooid door alle orden en congregaties. Vanaf
het begin van dit schooljaar was het eerste jaar van onze
hogere opleiding gecombineerd met het eerste jaar van het
grootseminarie Hoeven. Bovedien namen we deel aan de
concentratie van grootseminaries in en rond Nijmegen door
zitting te nemen in het bestuur en door een docent ter
beschikking te stellen.
Omdat echter gebleken is dat de stichting van een
zelfstandige theologische hogeschool naast de universiteit
van Nijmegen onmogelijk is, zal deze concentratie zeker voor
een deel naar elders worden overgebracht. De universiteit
zelf heeft intussen een zogenaamde candidatencursus geopend,
waar studenten hun theologische studie kunnen beginnen.
Naast de boven vermelde studenten, die onmiddellijk na de
middelbare school hun hogere studie beginnen, zullen ook een
groep fraters van ons zich bij deze cursus aansluiten.
Bovendien wordt overwogen aansluiting te zoeken bij een of
andere concentratie als de combinatie met Hoeven niet langer
mogelijk zou zijn.
16 Juli diende Mgr. H. Mekkelholt de vier Mindere Orden toe
aan fr. H. Nederpelt en daags daarna de tonsuur aan 14
fraters.
16 Augustus overleed te Breda Br. Dominicus Steijns. 38 Jaar
verzorgde hij te Liesbosch de verwarmingskelder en de
watertoren. Zijn grootste werk in de laatste jaren was wel
de overschakeling van de huisverwarming op oliestook, waar
hij eerst hard voor heeft gevochten en vervolgens met veel
genoegen aan heeft gewerkt.
In september werd P. Th. Weterman van Liesbosch verplaatst
naar Kaarst (Duitsland) en P. J. van Meer van Nijmegen I
naar Liesbosch. Br. Celsus Hilkhuyzen werd verplaatst van
Liesbosch naar Bergen op Zoom en Br. Erik van Vonderen naar
Heer II. Vanuit het noviciaat te Heer kwamen naar Liesbosch
de pas geprofester Broeders Martinus Moor, Joannes Bosco en
Josef van den Boogaart.
7 September consacreerde Mgr. H. Mekkelholt het nieuwe
altaar in de kapel van het vernieuwde priesterkoor te
Liesbosch.
De Commissie Religieus Leven hield 22 oktober een contactdag
te Liesbosch. Deze contactdag was een gezamenlijk beraad van
enkele rectoren en meedere afgevaardigden uit de
communiteiten over de vraag op welke wijze een zo groot
mogelijke inbreng te verkrijgen van alle medebroeders als
voorbereiding op de tweede zitting van het Generaal
Kapittel.
Brief Faters van Liesbosch
Inhakend op de brief van Pater Provinciaal d.d. 5 oktober
1966, namen de fraters ons religieus leven en onze
spiritualiteit als belangrijke onderwerpen in gezamenlijk
beraad. Zij behandelden deze gespreksstof met opzet niet
wetenschappelijk, maar van hart tot hart, want dan pas raakt
men de grondtoon die in de toekomst theologisch kan worden
gefundeerd.
Zij erkenden hun scepticisme tegenover het Generaal Kapittel
en betreurden dit tegelijkertijd, omdat alleen warme
belangstelling elkaar zal stimuleren in de opbouw van een
echte religieuze gemeenschap. Reden van hun afgezwakte
belangstelling lag in de geringe conciliaire openheid van
het Generaal Kapittel en het achterblijven van een “waarom”
bij de genomen besluiten. Vervolgens in de feitelijke
behandeleing door dit Kapittel van de onderwerpen: religieus
leven en spiritualiteit.
Ze uitten hun grote behoefte naar een nieuwe, frisse
beleving van het religieus leven en zijn spiritualiteit,
aansluitend op het huidige kerkelijke leven. Algemeen zien
ze de eigenwaarde van het religieus leven in het meer van
nabij volgen van de levensvorm die Christus heeft gekozen in
zijn aards bestaan. Onze levensvorm vindt zijn concrete
houding in de beleving van de geloften en het
gemeenschapsleven, gekaderd in het Sint unum en in het
Adveniat regnum tuum, meer niet.
Onze fraters te Liesbosch vinden de methode van het Generaal
Kapittel zeer zwak, want de vraag naar de inspiratie die
Pater Dehon kan geven, volgt pas op die naar de evangelische
levensvorm en de confrontatie met de huidige wereld en de
deelname aan het kerkelijk leven. Van daaruit worden we
geraakt door twee grote aspecten: gemeenschap en
dienstbaarheid.
Het antwoord op deze kernvragen dient consequent en open te
zijn en aangepast aan de huidige eisen: oorspronkelijk
christelijk, bijbels, inspelend op ons werkelijk bestaan en
echt persoonlijk leefbaar.
De grondbedoeling van onze stichter is voor ons inspirerend
– niet meer en niet minder - inzover het Sint unum en
Adveniat regnum tuum verstaan en beleefd worden als
gemeenschap en diensbaarheid omwille van het Rijk Gods.
In deze richting ligt de grote opdracht van het Generaal
Kapittel. Zij verklaarden alleen gestimuleerd te worden tot
het priester-religieus zijn, waar een gemeenschap zich
aantrekkelijk weet te maken, door bezinning, gemeenschapszin
en apostolische dienstbaarheid. Deze drie facetten vormen nu
de concrete uitwerking van de stichtingsbedoeling van Pater
Dehon, meer niet.
In de Kerstbrief van Pater Provinciaal van 9 december lezen
we:
De ontwikkeling die zich voltrekt, heeft in het afgelopen
jaar al geleid tot belangrijke wijzingen in onze opleiding.
In de scholastikaten van Liesbosch en Nijmegen wordt geen
college meer gegeven. Liesbosch herbergt drie kwart van de
scholastieken. Deze gaan 5 dagen per week naar Tilburg, waar
ze colleges volgen aan het Gemeenschappelijk Instituut voor
Theologie. De scholastieken te Nijmegen volgen de colleges
aan de universiteit.
Zaterdag 17 december diende Mgr. H. Mekkelholt het
subdiaconaat toe aan de fraters H. Nederpelt en W. Rigters.
Eind december behoorden tot de communiteit Liesbosch de
volgende medebroeders:
Paters: A. van der Voort, J. Dijkman, A. Verpaalen, M.
Rasenberg, G. Knirim, J. Touw, L. de Jong, A. Steijns, C.
Konijn, C. van Haperen, F. Mes, M. Giesbers, W. Valk, A.
Duindam, G. Peeters, F. Adriaansen, W. van den Boogaard, A.
Bastiaanse, P. Kerstjens, J. van Meer, G. van Schaik.
Adscripti: W. de Pater, C. van Paassen.
Fraters: 12 fraters eerste jaar Filosofie; 8 fraters tweede
jaar Filosofie; 7 fraters eerste jaar Theologie; 12 fraters
tweede jaar Theologie; 5 fraters derde jaar Theologie; 9
fraters vierde jaar Theologie.
Broeders: Martialis Schoenmaker, Philippus van de IJssel,
Fridolinus van Etten, Leopoldus Veldhuis, Claudius Kaethoven,
Nicodemus van Ham, Olaf Boomkamp, Renatus Joosen, Josuë van
der Vorst, Arthur Arends, Lodewijk Chamuleau, Willibrordus
van Capel, Andreas van den Akker, Martinus Moor, Josef van
den Boogaart, Joannes Bosco van Winden.
Van Indonesië: Mgr. H. Mekkelholt.
V ernieuwing van de hogere priesteropleding in Nederland:
In het studiejaar 1966-1967 zullen 5 centra van hogere
priesteropleiding hun werkzaamheden aanvatten of
voortzetten: Eindhoven, Heerlen, Nijmegen, Tilburg en
Venray. De Priester van het H. Hart zijn betrokken bij de
studiecentrums van Nijmegen en Tilburg.
4 Januari 1967: Reünie van onze Congomissionarissen te
Liesbosch. Verbleven op dat ogenblik in Nederland de PP. H.
Schimmel, R. van der Wiele, H. Balleur, J. van Eijk sr, S.
Bastiaanse, Jan van den Nieuwenhof, J. Geurts, G. Stevelink,
P. Jansen, J. van Oosterhout, A. van Dongen en A. Lardinois.
18 Februari: Mgr. G. de Vet, bisschop van Breda, diende in
de kapel van het grootseminarie het diaconaat toe aan 9
fraters.
In februari werd P. Steijns verplaatst van Liesbosch naar
Delft I en Br. Clemens Briët kwam van Nijmegen I naar
Liesbosch.
17 Maart overleed te Nijmegen P. J. Bentvelzen, die
verschillende jaren docent Kerkelijk Recht was geweest te
Liesbosch.
27 Maart diende Mgr. H. Mekkelholt de vier Mindere Orden toe
aan twee fraters.
In maart werd P. J. Touw verplaatst van Liesbosch naar
Bergen op Zoom.
16 April was er een reünie van oud-leerlingen te Liesbosch.
28 April schreef P. Provinciaal in zijn rondzendbrief:
Omdat de school van Warnsveld gecombineerd wordt met de
Latijnse school te Gemert, zal ons huis aldaar verhuurd of
verkocht worden. Ook is het te voorzien dat wij het
seminarie Liesbosch niet kunnen handhaven. Daarom is in
principe besloten tot verkoop over te gaan, al zullen we het
huis nog wel enkele jaren moeten blijven bewonen.
8 Juli diende Mgr. H. Mekkelholt het subdiaconaat toe in de
kerk Johannes de Doper te Breda aan 2 fraters van Liesbosch.
Met ingang van 1 augustus werden benoemd tot Rector P. A.
van der Voort (2e triennium); 1e Raadslid P. C. van Beek
(Congolese Provincie); 2e Raadslid P. J. Dijkman; Econoom P.
M. Rasenberg.
P. C. van Beek was novicenmeester geweest in Asten.
Verder werden verplaatst van Liesbosch de PP. van den
Boogaard, C. van Paassen, G. van Schaik, G. Kolmschot en H.
Nederpelt. Ze gingen respectievelijk naar Breda I, Rome,
Breda II en Kaarst, Duitsland. Br. Fridolinus van Etten werd
verplaatst van Liesbosch naar Amsterdam III. Br. Gerardus
Majella Vroonland ging van Nijmegen I naar Liesbosch. Ook de
pas geprofeste broeders Lukas van Berlo en Laurentius Lauret
kwamen van het noviciaat te Helmond naar Liesbosch.
9 September diende Mgr. H. Mekkelholt in de kapel van het
grootseminarie de Tonsuur toe aan 6 fraters, de vier Mindere
Orden aan 8 fraters en het diaconaat aan 2 fraters.
4 Oktober overleed te Haarlem P. H. Finke. Na zijn
priesterwijding in 1917 werkte hij allereerst enkele jaren
te Liesbosch, waar hij zowel het bureau oprichtte als
Kerkgeschiedenis doceerde en econoom was.
16 November vertrokken de PP. A. Bastiaanse, Th. Pieterse,
en J. Koenis van de communiteit van Liesbosch naar Chili.
Eind december waren de volgende medebroeders lid van de
communiteit van Liesbosch:
Paters: A. van der Voort, J. Dijkman, M. Rasenberg, G.
Knirim, L. de Jong, C. Konijn, C. van Haperen, F. Mes, M.
Giesbers, W. Valk, A. Verpaalen, A. Duindam, G. Peeters,
F. Adriaansen, A. van der Wel, P. Kerstjens. Adscripti: W.
de Pater en J. van Meer.
Paters pastoraaljaar: A. Commandeur jr, H. van Lierop, C.
van Gorp, W. Rigters,
A. Hermans.
Fraters: 1e jaar: 10 fraters; 2e jaar: 10 fraters; 3e jaar:
9 fraters; 4e jaar: 9 fraters;
5e jaar: 10 fraters; 6e jaar: 5 fraters. Hogere technische
school: 1 frater.
Broeders: Martialis Schoenmaker, Philippus v. d. IJssel,
Leopoldus Veldhuis, Claudius Kaethoven, Nicodemus van Ham,
Olaf Boomkamp, Josuë van der Vorst, Marinus Mollen, Arthur
Arends, Lodewijk Chamuleau, Willibrordus van Capel, Andreas
sr, Josef van den Boogaart, Joannes Bosco van Winden,
Gerardus Majella Vroonland, Andreas Vermeulen.
Nota: In het huis te Tilburg (Poststraat) wonen de PP. J.
Dijkman, P. Kerstjens, 5 fraters en Br. Lodewijk.
In mei 1968 werden de frs. P. Bernardt en Jac. Eijkman van
Liesbosch verplaatst naar Chili.
In juni werd P. H. van Lierop (Liesbosch) benoemd voor
Indonesië, en Br. Josuë van der Vorst (Liesbosch) werd
clubhuisleider benoemd bij het S.F.L. in Amsterdam.
Op 23 juni overleed te Liesbosch Br. Philippus van de
IJssel. Hij was 60 jaar en 35 jaar geprofest.
1 Augustus werd het noviciaat van Asten voor fraters
overgebracht naar Liesbosch; het huis te Asten wordt
aangepast en ingericht voor bejaarde paters en broeders.
Vanaf 1 augustus werd P. A. Verpaalen 2e raadslid benoemd
van Liesbosch en per 1 september werd P. C. van Beek
novicemeester voor de fraters te Liesbosch.
Verder werden verschillende Paters van Liesbosch verplaatst:
P. Fr. Adriaansen naar Helmond I; P. G. Peeters werd
kapelaan benoemd van de H. Hart parochie te Maastricht;
P. J. van Meer ging naar Nijmegen I: studie
pastoraal-theologie en assistent van P. H. Winkeler;
P. C. van Gorp kapelaan van de parochie O. L. Vrouw
Onbevlekt Ontvangen te Delft;
P. W. Rigters naar Heer I: studie muziek en verzorging
liturgie;
P. A. Hermans werd godsdienstleraar op het Nicolaas-college
te Amsterdam;
P. G. Bakker jr. kapelaan parochie Goede Herder te Helmond;
P. Albers, naar Den Haag: studie arbeiders-pastoraat;
P. Fr. van der Hoff naar 2e huis van Liesbosch te Tilburg.
Br. Martialis Schoenmaker ging na met stralende cijfers
geslaagd te zijn voor het diploma bejaardenverzorger van
Liesbosch naar Asten. Br. Eusebius Derks werd verplaatst van
Rotterdam naar het bureau te Liesbosch.
Voor de studenten van Liesbosch en Nijmegen die zich
gegroepeerd hadden in het Zuid-Amerika-team werd een huis te
Tilburg gehuurd op het Korvelplein.
8 September diende Mgr. H. Mekkelholt de tonsuur toe aan 4
fraters in de kapel van het grootseminarie te Liesbosch.
Op 23 september woonden te Liesbosch 32 fraters, waaronder 2
aanstaande novicen en 2 nieuwe candidaten. In Tilburg
woonden 2 groepen, waarvan een met 6 fraters en een met 5
fraters.
1 Oktober begonnen twee candidaten hun noviciaat te
Liesbosch. Ze krijgen een bijzondere persoonlijke
begeleiding.
In oktober werd P. Rijs assistent-econoom te Liesbosch en
Broeder Simon Konijn werd assistent-kok. P. A. Commandeur
werd van Liesbosch verplaatst naar Congo.
Met ingang van 1 februari 1969 werd Pater M. Giesbers
kapelaan te Kaarst (Duitsland).
22 Februari overleed te Davos, Zwitserland P. P. van der
Kooy, die verschillende jaren bijbel-exegese doceerde te
Liesbosch.
Van 12-14 februari vergaderde de Provincieraad te Liesbosch.
Op 7 juni diende Mgr. H. Mekkelholt de vier lagere wijdingen
toe aan 2 fraters in de kapel van Liesbosch.
In juli werd P. Chr. van den Eijnden verplaatst van
Liesbosch naar Den Haag en zal tevens in Rotterdam pastoraal
studeren.
Met ingang van 20 augustus werd P. C. van Beek verplaatst
van Liesbosch naar Amsterdam en werd lid van een team van
ziekenhuispastores.
Met ingang van 11 september werd P. A. van der Wel benoemd
tot novicemeester en magister spiritus van de studenten te
Liesbosch en tevens tot 1e raadslid van de
communiteit.
5 Fraters werden 27 sepember door Mgr. H. Ernst van Breda in
het bisschopshuis aldaar tot subdiaken gewijd en 27
september in de kapel van Liesbosch tot diaken.
In september waren er te Liesbosch 12 theologiestudenten,
waarvan één H.T.S.-er en 3 H.B.S.- leerlingen, die op deze
wijze hun MAVO naar-boven willen afronden.
Op 1 oktober begonnen twee candidaten hun noviciaat te
Liesbosch.
15 November verhuisde Br. A. Arends van Liesbosch naar
Heer-Sint Jozef, vanwaaruit hij in Maastricht het Diploma B
(Psychiatrie) gaat halen.
28 November verhuisde Mgr. H. Mekkelholt van Liesbosch naar
Asten.
30 November gingen twee fraters-novicen te Liesbosch hun
eerste religieuze binding aan met de Congregatie. Ze
verbonden zich met een belofte i.p.v. tijdelijke geloften.
Het Generaal Bestuur had op verzoek van het Provinciaal
Bestuur de afsluiting van het noviciaat in deze vorm
toegestaan.
26 December overleed te Helmond Mgr. H. Mekkelholt. Vanaf
1964 tot kort voor zijn dood woonde hij te Liesbosch en was
naar Asten verhuisd. De welverdiende rust die hij daar zocht
heeft hij niet meer mogen genieten.
In het verslag van de vergadering van het Provinciaal
Bestuur van 17 maart 1970 lezen we: In aansluiting op het
reeds vroeger genomen besluit ons huis te Liesbosch medio
1970 te sluiten werd het aantrekken van nieuwe behuizing in
Tilburg goedgekeurd. Er zullen 3 groepen vanuit Liesbosch
naar Tilburg gaan: Er worden 2 flat-paren bijgehuurd, die
nog moeten worden opgeleverd. De derde groep gaat naar het
Korvelplein, waarvan de huidige bezetting naar Chili
vertrekt.
Op 21 maart wijdde Mgr. H. Ernst, Bisschop van Breda, de
fraters J. van der Hulst en W. van Zeeland tot priester in
de kapel van het grootseminarie. Samen met P. Dielis hoopten
ze 28 mei naar Chili te kunnen vertrekken. In werkelijkheid
vertrokken ze 3 juni.
P. A. van der Voort (rector Liesbosch) werd per 15 april
pastor-deservitor van de parochie Sint Jan Evangelist te
Amsterdam (Buitenveldert).
13. LAATSTE GEBEURTENISSEN: VERHUIZING, SLUITING EN VERKOOP
VAN HET GROOTSEMINARIE LIESBOSCH.
Op 20 mei werden de fraters W. van de Sant (Tilburg) en P.
Schakenraad (Liesbosch) in de huiskapel van de bisschop van
Breda tot subdiaken gewijd en ontvingen 23 mei in de kapel
van Liesbosch het diakonaat.
De PP. A. van der Wel en J. van Meer werden sinds 1 mei
part-time-werkers van het Algemeen Secretariaat. Br.
Laurentius Lauret verhuisde van Liesbosch naar Tilburg
(Poststraat).
21 Mei werd P. A. van der Wel benoemd tot contactpersoon
voor SCJ te Tilburg: tot hem kunnen zich studenten wenden,
die nadere inlichtingen over onze Congregatie wensen.
Per 13 juni werd het bureau van Liesbosch overgeplaatst naar
Asten. Pater Rijs en Br. Eusebius Derks verhuizden mee. Ook
Br. Leopold Veldhuis werd per 13 juni lid van de communiteit
van Asten.
Het nieuwe huis Tilburg/ Korvelplein kreeg per 1 augustus
tot huisbestuur: A. van der Wel (rector), J. Dijkman (1e) en
M. Rasenberg (2e raadslid en econoom). Wegens sluiting
(geen opheffing) van Liesbosch werd de behuizing Tilburg/Korvelplein
tot zelfstandig huis verheven, dat echter 4 adressen omvat
waar onze theologiestudenten en andere candidaten een
onderdak hebben gevonden. Dit nieuwe huis is tegelijk
noviciaat.
De verschillende adressen zijn:
Bestaand: Korvelplein 7b en Poststraat 31; nieuw:
Schubertstraat 660-662 en 548-550 Tilburg.
Er was op dat ogenblik veel belangstelling onder de jonge
fraters om te wonen in kleine leefgemeenschappen. Hierover
en over de groep Zuid-Amerika kan men meer lezen in
“Rotonde” 1968, blz. 70-71, 89-96, 133-136: 1969, blz.
17-19.
Vanaf 1 augustus werd p. Rasenberg ook administrator van
Liesbosch, totdat de tot dit huis behorende en verspreid
wonende confaters een vorm voor hun groep gevonden en
verantwoordelijken aangewezen hebben.
In “Mededelingen” van 5 oktober lezen we dat “de
onderhandelingen over de verkoop van Liesbosch in ver
gevorderd stadium zijn gekomen en dat men binnenkort een
gelukkige afsluiting verwacht”.
Op 14 januari 1971 werd het grootseminarie Liesbosch
verkocht aan de Congregatie van de Kleine Zusters van de H.
Joseph.
|
| |
|
| |
|
|
|