Skip Navigation Linkshome > nieuws > vanuit het provincialaat  
Vanuit het provincialaat  6 september 2010 


    Beste Medebroeders,

8 September! Voor velen van ons, SCJ’ers, een gedenkwaardige dag. Het is de dag van onze religieuze professie. Dit jaar kijken er vier medebroeders terug op 65 jaar kloosterleven, twee op 60 jaar en zeven op 50 jaar. Deze jubilarissen wens ik van harte geluk met dit jubileum. Trouwens alle medebroeders die op deze 8e september hun professie gedenken feliciteer ik ook van harte. Het is goed zo’n jubileum te vieren. We hebben ons zoveel jaren terug verplicht om binnen onze SCJ Congregatie te leven volgens de evangelische raden. We werden geroepen en gezonden om trouw de weg van Christus te gaan en antwoord te geven op die roep met ons “Ecce venio”. Hier ben ik, Heer! We mogen dankbaar zijn voor alles wat we als lid van SCJ mochten doen in dienst van God en de mensen. Ondanks de fouten die we gemaakt hebben onderweg, hebben we geprobeerd trouw te blijven aan onze roeping en hebben we de liefde van het Heilig Hart met anderen gedeeld.

In het evangelie van voorbije zondag, een fragment uit het Lukas-evangelie (14,25-33), lazen we over de weg van Jezus gaan. Jezus wil bewuste volgelingen, mensen die weten waaraan ze beginnen. Wie volgeling van Jezus wil worden moet de verantwoordelijkheid dragen die van een volgeling verwacht mag worden. Er worden eisen gesteld die er niet om liegen. “Wie naar mij toekomt moet zijn vader en moeder, zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zussen, ja zelfs zijn eigen leven verfoeien; anders kan hij geen leerling van mij zijn!” (14.26) Jezus spreekt daar ook over het kruis opnemen, van keuzes maken, van loslaten. En hij heeft het dan niet over krachtpatsers! Ik zie dit kruis meer als het kruis van het leerling, van het volgeling zijn. Het gaat om een levensstijl, om het kiezen voor het welzijn van elke medemens, ook als dat sociale, maatschappelijke en religieuze consequenties heeft. Zo’n levensstijl kan een mens namelijk tot een zonderling maken die door weinigen begrepen wordt. En toch zegt Jezus: Je kunt geen leerling van mij zijn als je je niet losmaakt van wat je bezit

Toen ik dit fragment uit het evangelie volgens Lukas in verband bracht met onze professie, vroeg ik me af of ik bij het afleggen van mijn geloften, 56 jaar geleden, die radicaliteit, dat alles of niets, kon beseffen. Is het tijdens mijn opleiding tot mij doorgedrongen wat van mij verwacht werd, wat Jezus van zijn volgelingen eist? Is er ooit tegen mij gezegd: “ Als je je niet losmaakt van al wat je bezit en van alles wat je lief is dan komt er nooit in jou de gesteldheid van de leerling van Jezus. Als je steeds maar aan alles blijft vasthouden en als je blijft steken in een soort bezittermentaliteit, als je meent dat je alles in pacht hebt en alles maar moet vasthouden, dan groeit in jou nooit de openheid, de vrijheid van de leerling van Jezus. Als de woorden
“ ik” en “ mijn” zo belangrijk zijn voor jou dan komt er nooit openheid voor andere waarden en komt er geen plek vrij voor onbevangen en liefdevolle aandacht voor mensen om je heen”.

Het is ons echter wel degelijk vele malen voorgehouden! Was ik toen doof of wilde ik het niet begrijpen? Ik heb er onze leefregel nog eens op nageslagen. In het hoofdstuk: in de voetsporen van Jezus, lees ik: “ Als leerlingen van Pater Dehon zullen we de verbondenheid met Christus in zijn liefde voor de Vader en de mensen tot uitgangspunt en centraal gegeven van ons leven maken” . Er wordt gesproken over “ Beschikbaarheid en liefde voor allen, in het bijzonder voor de geringen en voor hen die lijden.” Ergens anders klinkt weer: “Als Jezus volgelingen moeten wij leven in waarachtige solidariteit met mensen”. En eerlijk gezegd kun je die solidariteit nooit opbrengen als je niet kunt loslaten, als “ ik” en “ mijn” de hoogste waarden blijven.

We zijn heel zeker voorbereid, uitgedaagd om als consequente leerlingen van Jezus te leven en te werken. We werden niet buiten de wereld, buiten de realiteit geplaatst, maar steeds weer werd ons voorgehouden geen ongezonde binding met de wereld aan te gaan. Dus loslaten! Natuurlijk hebben wij fouten gemaakt en zullen die ook in de toekomst maken. Steeds weer zullen we bekering nodig hebben, want wie van ons is volmaakt? Onze religieuze professie maakt ons niet beter dan wie dan ook. Ze maakt ons dienstbaar en vraagt ons verantwoording af te leggen van de gave die we hebben ontvangen en waarvan wij slechts bedienaars zijn.

Ieder van ons kan zijn eigen geschiedenis schrijven, over de ups en downs in zijn religieuze leven, over zijn worsteling met de gestelde idealen van dat leven. Maar ik hoop dat wij op de dag waarop wij onze religieuze professie gedenken vooral dankbaar kunnen zijn voor de kracht die we gekregen hebben om dienaars van mensen te zijn in het spoor van Jezus.

Alle jubilarissen, nogmaals van harte gefeliciteerd!

Nog even een herinnering! Over enkele dagen krijgen wij bezoek, zoals u weet, uit Rome. Pater Generaal José Ornelas Carvalho en pater John van den Hengel zullen dan onze gasten zijn. Het bezoekschema is bekend. Dit keer zal de nadruk liggen op de ontmoeting met de communiteiten. Vooral met p. John v.d. Hengel zullen wij te maken hebben. Pater Generaal brengt namelijk in september ook een bezoek aan onze medebroeders van de Franse Provincie. Het motto van het generaal bestuur voor de lopende bestuursperiode is: Gemeenschap in Christus ten dienste van een nieuwe wereld. Laat dit ook het motto zijn van het komende bezoek. Ik hoop dat deze ”visitatie” vruchtbaar is voor de SCJ wereldwijd en voor onze Confederatie.


Harry Peels scj

 ===========================================================ENGAGEMENT

Het kan u onmogelijk ontgaan zijn wat er in de media geschreven is over het misbruik van kinderen in katholieke internaten, ook in Nederland. U hebt wellicht gehoord of gelezen dat ook in onze klein seminaries, Bergen op Zoom en Helmond, en in Huize St. Jozef in Cadier en Keer (Heer) jonge mensen, vaak kinderen nog, te lijden gehad hebben van fysiek, seksueel en psychisch geweld. Enkele slachtoffers hebben met ons contact gehad via brieven, e-mails, telefoon, persoonlijk gesprekken. Anderen hebben hun verhaal gedaan op radio of TV.

Op geen enkele manier willen wij ons ontrekken aan onze verantwoordelijkheid voor het geen in de vijftiger en zestiger jaren gebeurd is. Dit misbruik had niet mogen gebeuren. Jonge mensen waren aan de zorg van religieuzen toevertrouwd en dat vertrouwen is in sommige gevallen geschonden door dit geweld, door machtsmisbruik.
Als een kind door een medebroeder is misbruikt en daardoor voor zijn hele leven is getekend dan vind ik dat verbijsterend. Ik heb daar geen woorden voor. Ik betuig dan ook mijn oprechte spijt tegenover diegenen die door dit optreden slachtoffer zijn geworden. Ik hoop dat het onderzoek door de commissie Deetman zo grondig en onafhankelijk mogelijk wordt uitgevoerd, opdat de hele waarheid zo spoedig mogelijk boven tafel komt en de slachtoffers recht gedaan kan worden. Wij zullen in ieder geval al onze medewerking geven aan dit onderzoek. Wij pleiten voor een open en transparante houding.     Harry Peels scj

 
44