|
Beste Medebroeders,
8 September! Voor velen van ons, SCJ’ers, een gedenkwaardige
dag. Het is de dag van onze religieuze professie. Dit jaar
kijken er vier medebroeders terug op 65 jaar kloosterleven,
twee op 60 jaar en zeven op 50 jaar. Deze jubilarissen wens
ik van harte geluk met dit jubileum. Trouwens alle
medebroeders die op deze 8e september hun professie gedenken
feliciteer ik ook van harte. Het is goed zo’n jubileum te
vieren. We hebben ons zoveel jaren terug verplicht om binnen
onze SCJ Congregatie te leven volgens de evangelische raden.
We werden geroepen en gezonden om trouw de weg van Christus
te gaan en antwoord te geven op die roep met ons “Ecce venio”.
Hier ben ik, Heer! We mogen dankbaar zijn voor alles wat we
als lid van SCJ mochten doen in dienst van God en de mensen.
Ondanks de fouten die we gemaakt hebben onderweg, hebben we
geprobeerd trouw te blijven aan onze roeping en hebben we de
liefde van het Heilig Hart met anderen gedeeld.
In het evangelie van voorbije zondag, een fragment uit het
Lukas-evangelie (14,25-33), lazen we over de weg van Jezus
gaan. Jezus wil bewuste volgelingen, mensen die weten
waaraan ze beginnen. Wie volgeling van Jezus wil worden moet
de verantwoordelijkheid dragen die van een volgeling
verwacht mag worden. Er worden eisen gesteld die er niet om
liegen. “Wie naar mij toekomt moet zijn vader en moeder,
zijn vrouw en kinderen, zijn broers en zussen, ja zelfs zijn
eigen leven verfoeien; anders kan hij geen leerling van mij
zijn!” (14.26) Jezus spreekt daar ook over het kruis
opnemen, van keuzes maken, van loslaten. En hij heeft het
dan niet over krachtpatsers! Ik zie dit kruis meer als het
kruis van het leerling, van het volgeling zijn. Het gaat om
een levensstijl, om het kiezen voor het welzijn van elke
medemens, ook als dat sociale, maatschappelijke en
religieuze consequenties heeft. Zo’n levensstijl kan een
mens namelijk tot een zonderling maken die door weinigen
begrepen wordt. En toch zegt Jezus: Je kunt geen leerling
van mij zijn als je je niet losmaakt van wat je bezit
Toen ik dit fragment uit het evangelie volgens Lukas in
verband bracht met onze professie, vroeg ik me af of ik bij
het afleggen van mijn geloften, 56 jaar geleden, die
radicaliteit, dat alles of niets, kon beseffen. Is het
tijdens mijn opleiding tot mij doorgedrongen wat van mij
verwacht werd, wat Jezus van zijn volgelingen eist? Is er
ooit tegen mij gezegd: “ Als je je niet losmaakt van al wat
je bezit en van alles wat je lief is dan komt er nooit in
jou de gesteldheid van de leerling van Jezus. Als je steeds
maar aan alles blijft vasthouden en als je blijft steken in
een soort bezittermentaliteit, als je meent dat je alles in
pacht hebt en alles maar moet vasthouden, dan groeit in jou
nooit de openheid, de vrijheid van de leerling van Jezus.
Als de woorden
“ ik” en “ mijn” zo belangrijk zijn voor jou dan komt er
nooit openheid voor andere waarden en komt er geen plek vrij
voor onbevangen en liefdevolle aandacht voor mensen om je
heen”.
Het is ons echter wel degelijk vele malen voorgehouden! Was
ik toen doof of wilde ik het niet begrijpen? Ik heb er onze
leefregel nog eens op nageslagen. In het hoofdstuk: in de
voetsporen van Jezus, lees ik: “ Als leerlingen van Pater
Dehon zullen we de verbondenheid met Christus in zijn liefde
voor de Vader en de mensen tot uitgangspunt en centraal
gegeven van ons leven maken” . Er wordt gesproken over “
Beschikbaarheid en liefde voor allen, in het bijzonder voor
de geringen en voor hen die lijden.” Ergens anders klinkt
weer: “Als Jezus volgelingen moeten wij leven in waarachtige
solidariteit met mensen”. En eerlijk gezegd kun je die
solidariteit nooit opbrengen als je niet kunt loslaten, als
“ ik” en “ mijn” de hoogste waarden blijven.
We zijn heel zeker voorbereid, uitgedaagd om als consequente
leerlingen van Jezus te leven en te werken. We werden niet
buiten de wereld, buiten de realiteit geplaatst, maar steeds
weer werd ons voorgehouden geen ongezonde binding met de
wereld aan te gaan. Dus loslaten! Natuurlijk hebben wij
fouten gemaakt en zullen die ook in de toekomst maken.
Steeds weer zullen we bekering nodig hebben, want wie van
ons is volmaakt? Onze religieuze professie maakt ons niet
beter dan wie dan ook. Ze maakt ons dienstbaar en vraagt ons
verantwoording af te leggen van de gave die we hebben
ontvangen en waarvan wij slechts bedienaars zijn.
Ieder van ons kan zijn eigen geschiedenis schrijven, over de
ups en downs in zijn religieuze leven, over zijn worsteling
met de gestelde idealen van dat leven. Maar ik hoop dat wij
op de dag waarop wij onze religieuze professie gedenken
vooral dankbaar kunnen zijn voor de kracht die we gekregen
hebben om dienaars van mensen te zijn in het spoor van
Jezus.
Alle jubilarissen, nogmaals van harte gefeliciteerd!
Nog even een herinnering! Over enkele dagen krijgen wij
bezoek, zoals u weet, uit Rome. Pater Generaal José Ornelas
Carvalho en pater John van den Hengel zullen dan onze gasten
zijn. Het bezoekschema is bekend. Dit keer zal de nadruk
liggen op de ontmoeting met de communiteiten. Vooral met p.
John v.d. Hengel zullen wij te maken hebben. Pater Generaal
brengt namelijk in september ook een bezoek aan onze
medebroeders van de Franse Provincie. Het motto van het
generaal bestuur voor de lopende bestuursperiode is:
Gemeenschap in Christus ten dienste van een nieuwe wereld.
Laat dit ook het motto zijn van het komende bezoek. Ik hoop
dat deze ”visitatie” vruchtbaar is voor de SCJ wereldwijd en
voor onze Confederatie.
Harry Peels scj
===========================================================ENGAGEMENT
Het kan u onmogelijk ontgaan zijn wat er in de media
geschreven is over het misbruik van kinderen in katholieke
internaten, ook in Nederland. U hebt wellicht gehoord of
gelezen dat ook in onze klein seminaries, Bergen op Zoom en
Helmond, en in Huize St. Jozef in Cadier en Keer (Heer)
jonge mensen, vaak kinderen nog, te lijden gehad hebben van
fysiek, seksueel en psychisch geweld. Enkele slachtoffers
hebben met ons contact gehad via brieven, e-mails, telefoon,
persoonlijk gesprekken. Anderen hebben hun verhaal gedaan op
radio of TV.
Op geen enkele manier willen wij ons ontrekken aan onze
verantwoordelijkheid voor het geen in de vijftiger en
zestiger jaren gebeurd is. Dit misbruik had niet mogen
gebeuren. Jonge mensen waren aan de zorg van religieuzen
toevertrouwd en dat vertrouwen is in sommige gevallen
geschonden door dit geweld, door machtsmisbruik.
Als een kind door een medebroeder is misbruikt en daardoor
voor zijn hele leven is getekend dan vind ik dat
verbijsterend. Ik heb daar geen woorden voor. Ik betuig dan
ook mijn oprechte spijt tegenover diegenen die door dit
optreden slachtoffer zijn geworden. Ik hoop dat het
onderzoek door de commissie Deetman zo grondig en
onafhankelijk mogelijk wordt uitgevoerd, opdat de hele
waarheid zo spoedig mogelijk boven tafel komt en de
slachtoffers recht gedaan kan worden. Wij zullen in ieder
geval al onze medewerking geven aan dit onderzoek. Wij
pleiten voor een open en transparante houding.
Harry Peels scj
|