|
|
Priestertijd |
|
Tijdens de Frans-Duitse oorlog van die jaren is hij in La
Capelle. Na die oorlog keert hij terug naar Rome om er zijn
studies te voltooien.
Een degelijke en aangepaste opleiding van de franse clerus,
een bekommernis die hem sedert het Concilie is bijgebleven,
doet hem zoeken naar middelen om hieraan te verhelpen. Hij
dacht aan verschillende religieuze gemeenschappen die vooral
aandacht hadden voor de vorming van de clerus en bezoekt
daarbij zelfs ook de universiteit van Leuven.
Daar komt hij tot het inzicht dat een dergelijk werk de
mogelijkheden van een religieuze gemeenschap te boven gaat.
Hij stelt zich dan ter beschikking van de bisschop van
Soissons, Monseigneur Dours,die hem aanduidt als zevende
kapelaan van de basiliek van St.Quentin. Dat was tegen zijn
verwachtingen.
Op 17 november 1871 komt Leo Dehon aan in de textiel stad
St.Quentin.
Al gauw heeft hij zich aangepast aan die nieuwe situatie. Er
heerst een sfeer van gemeenschapsleven in de pastorij. Maar
het apostolaatswerk wordt vanwege de uitgestrektheid van de
parochie beperkt tot begrafenissen, catechismuslessen en
ziekenbezoek. Daar had Dehon een heel andere opvatting over.
Voor hem was een beter kontakt met de bevolking, een betere
religieuze opvoeding van de jeugd, goede lectuur en sociale
organisaties belangrijk.
Mettertijd komen er dan ook door zijn toedoen een soort
jeugdbeweging, een tehuis voor jonge arbeiders, een
studiekring die sociale problemen bestudeert. Dehon is
betrokken bij de lancering van een dagblad dat tegenwicht
moet vormen tegen de anti-kerkelijke pers. Door hem komt er
ook een “diocesaan bureau” dat een betere organisatie en
samenwerking van de verschillende werken zal verzorgen.
Samen met enkele confraters begint hij een “Oratoire
Diocésain” : een gebedsgroep voor priesters. Zijn verlangen
naar communiteitsleven blijft. Zijn sociale inzet wordt
gewaardeerd. De nieuwe bisschop Mgr.Thibaudier verleent hem
de titel van ere-kanunnik. Hij is dan 33 jaar.
|


|
| |
|
|
|
|
|