|
|
Oprichtingsperikelen |
|
Als
gevolg van de aanhechting bij Duitsland van de verloren
Franse gebieden was een jonge Zustergemeenschap “ Les
Servantes du Coeur de Jésus “ zich komen vestigen in
St.Quentin.
Hun religieuze doel was de heiliging van de clerus en het
“eerherstel” voor het kwaad in de wereld. De stichteres,
Marie Ulrich, hoopte ooit een priestergemeenschap te zien
ontstaan met een gelijkaardige bezieling. Dehon werd hun
aalmoezenier. Zo werd het verlangen naar het religieuze
leven bij Dehon weer levendig. Langzamerhand meende Leo
Dehon in een dergelijke gemeenschap zijn roeping te kunnen
volgen.Tijdens een onderhoud met de bisschop, die te
St.Quentin een college verlangde mocht Leo Dehon een
religieuze gemeenschap beginnen die echter als lerarenkorps
voor dit college zou doorgaan. Op 31 juli begint hij zijn
noviciaat. Zo ontstond op 11 augustus 1877 het “College St.
Jean”.
Van die nieuwe gemeenschap, die aanvankelijk de naam zal
dragen van “Oblats du Sacré-Coeur" is hij het eerste en
enige lid door zijn professie op 28 juni 1878, feest van het
H.Hart.
Een zuster van “les Servantes du Coeur de Jésus” zegt
openbaringen ontvangen te hebben die door een andere zuster
in het Frans vertaald worden. Zo ontstaat er een sfeer van
religieuze oververhitting. Men is in deze kleine gesloten
gemeenschap overtuigd volop in het bovennatuurlijke te
leven. Mgr.Thibaudier waarschuwt nu P.Dehon. Maar deze
blijft overtuigd van het bovennatuurlijke van deze
“openbaringen”. Dit zal leiden met nog andere gelijkaardige
problemen tot wederzijds onbegrip. Het wordt nog moeilijker
als één van de eerste leden van de congregatie ingaat op
allerlei religieuze hersenspinsels zodat de bisschop
genoodzaakt wordt Rome in deze zaak te betrekken. Dit heeft
tot gevolg de “Oblats du Sacré Coeur”ontbonden wordt. Pater
Dehon’s levenswerk schijnt hierdoor vernietigd. Maar door
die ontbinding dreigt Mgr.Thibaudier zijn zo verlangd en
gewaardeerd college te verliezen. Deze ziet ook dat men in
Rome te ver gegaan is en zal er door zijn bemiddeling in
lukken te verkrijgen dat de congregatie onder bepaalde
voorwaarden, zij het onder de nieuwe benaming: “Priesters
van het H.Hart”, mag voortbestaan. Het is 28 maart 1884..De
congregatie kan herleven en het bestuur van het door hem
gestichte college vraagt nu zijn aandacht.
|

 |
| |
|
|
|
|
|