|
|
Informatie betreffende de zaligverklaring van Léon Dehon |
|
HET
UITSTEL « SINE DIE » VAN DE ZALIGVERKLARING
VAN PATER DEHON |
|
Alles
was alles klaar om de zaligverklaring te laten doorgaan :
het “decreet over de heroïciteit van de deugden” , de
bekrachtiging van het mirakel , en bijgevolg het vaststellen
van de datum van de zaligverklaring.
Oorspronkelijk had het Vatikaan oktober 2004 voorgesteld.
Ons generalaat vroeg echter dat die datum zou verschoven
worden tot 24 april 2005 ten einde de Congregatie toe te
laten het evenement degelijk voor te bereiden.
Het decreet van de zaligverklaring lag klaar om ondertekend
te worden. Traditiegetrouw zou paus Johannes-Paulus II het
decreet persoonlijk ondertekenen op de vooravond van de
viering.
Hij overleed echter op 2 april 2005 … en dat heeft het
uitstel van de zaligverklaring meegebracht.
Want intussen was in joodse kringen in de V.S. en in Israël
beroering ontstaan over zogenaamd antisemitische uitlatingen
van pater Dehon.
Alles begon met een artikel op internet op 25 maart 2005 van
een joods agentschap “Metula News Agency”, geschreven door
Luc Rosenzweig.
Daarin haalde hij enkele uitspraken aan van pater Dehon uit
zijn “Catéchisme social”(1898). Hij sprak zijn bezorgheid
uit i.v.m. de zaligverklaring van pater Dehon , “chanoine
social et antisémite”, en onder meer de weerslag dat dit zou
hebben op de franse publieke opinie.Tegelijk wees hij erop
dat in Frankrijk het antisemitisme opnieuw de kop opstak.
( De bron van Luc Rozenzweig was vermoedelijk een studie van
de hand van de franse historicus Paul Airiau. In 2002
publiceerde hij “L’antisémitisme catholique aux XIXème et
XXème siècles”.
Na een korte inleiding presenteert de auteur een anthologie
van antisemitische teksten , aangehaald uit 24 schrijvers.
In de chronologische volgorde van de presentatie staat pater
Dehon op de 12e plaats met enkele citaten uit zijn «
Catéchisme social » (1898). Zonder verwijzing naar hun
sociale en literaire context.
Nadien verwonderde Paul Airiau zich over de negatieve
reacties die zijn boek uitlokten.)
Toen de franse bisschoppen inzage kregen van wat voorafgaat
reageerden zij op een onbegrijpelijke wijze. Uitdrukkelijk
verwijzend naar het hogergenoemde artikel op internet en op
de daarin aangehaalde citaten van pater Dehon richtte een
groep van franse kardinalen zich in naam van de franse
bisschoppenconferentie op 9 mei 2005 tot paus Benedictus XVI
met de vraag de zaligverklaring te herzien. Zonder zich af
te vragen of het niet wenselijk was de teksten eerst te
onderwerpen aan een ernstig historisch onderzoek.
Paus Benedictus XVI besloot de zaligverklaring uit te
stellen. Een commissie van experten zou een historisch
onderzoek instellen. Die commissie blijkt één maal
samengekomen te zijn. Pater Yves Ledure moest er deel van
uit maken maar kreeg de uitnodiging te laat in zijn bus.
Alles wat we van deze commissie weten is dat zij tot de
constatatie kwam dat de zaligverklaring niet opportuun was.
Een politiek getint resultaat?
Ten slotte besloot het Vatikaan de zaligverklaring “sine
die” uit te stellen.
Binnen de Congregatie werd met ontsteltenis gereageerd op de
beslissing.
In zijn brief van 13 november 2006 aan de Congregatie en aan
de Dehoniaanse familie betreurde pater Generaal ten zeerste
de genomen beslissing maar vroeg om ze in alle sereniteit en
in een geest van geloof te aanvaarden. Hij benadrukte dat
het uitstel niets afdoet aan de persoonlijkheid van pater
Dehon en aan de waarde van de Congregatie die hij stichtte.
Waar het nu opaan komt, vervolgde pater Generaal, is dat
door middel van een ernstig historisch onderzoek de waarheid
achterhaald wordt over de zogenaamde antisemitische
uitlatingen van pater Dehon.
Pater Umberto Chiarello scj zaliger publicerde reeds in 2005
een goed gedocumenteerd dossier « Le chanoine Léon Dehon et
la question juive ».
Op 21 en 22 september 2007 organiseerde pater Yves Ledure
scj te Parijs een colloquim op universitair niveau met als
thema « Le catholicisme social et la question juive. Autour
de Léon Dehon ».
De sprekers waren universiteitsprofessoren uit Frankrijk,
België en Italië. In wetenschappelijk hoogstaande
interventies en debatten werd de relatie bestudeerd tussen
de katholieke kerk en de Joden , meer bepaald in de tweede
helft van de XIXe eeuw.
Wat pater Dehon betreft was men het erover eens dat zijn
zogenaamd antisemitisme van sociale en economische aard was
en geenszins van raciale of religieuze aard. In verband met
zijn uitspraken zou men beter spreken van antijudaisme of
judeofobie in plaats van antisemitisme.
Als « abbé démocrate » was hij met vele anderen bekommerd om
het lot van de arbeiders , die de uitbuiting moesten
ondergaan van de grootmachten van het kapitaal, grootmachten
waarin de Joden een invloedrijke rol speelden. De
uitlatingen van pater Dehon t.o.v. de Joden hadden alles te
maken met zijn passie om voor de arbeiders een rechtvaardig
bestaan te bekomen in de samenleving.
Onder diegenen van zijn tijd , die in het vuur van de
sociale strijd de Joden met de vinger wezen, was pater Dehon
nog een gematigde figuur.
|
|
|
Albert Van der Elst scj |
|
|
|
|