|
| Pater W. Sistermans scj (
1921 - 2010) |
PATER WILLEM HENDRIK
SISTERMANS SCJ
Geboren te Maastricht op 7 november 1921
Overleden te Sötenich op 21 februari 2010
“Zich geborgen voelen door goede machten, “
wachten wij dapper, wat komen zal.
God is bij ons in de avond en in de morgen
en zeker in elke nieuwe dag”.
Dit gebed, van de om zijn geloof ter dood veroordeelde
Dietrich Bonnhoeffer, past bij het sterven van onze
medebroeder Hendrik Sistermans. Dit gebed van vertrouwen,
van de gelovige verwachting en berusting in de wil van zijn
Schepper kon in de dagen en de uren van zijn sterven ieder
die er bij aanwezig was, onmiddellijk meebeleven. Geen spoor
van verdriet, van onrust of innerlijke weerstand, in stille
afwachting heeft pater Hendrik zijn hand uitgestoken naar de
komende Heer, en zelfs in de dood stond een lach op zijn
gezicht.
Maar niet alleen bij zijn sterven, in de 88 levensjaren van
onze medebroeder past dit gebed, waarin hij aan de boodschap
van zijn wederopstanding geloofd en vastgehouden heeft. Het
afscheidslied van Bonnhoeffer, dat je aangrijpt en pakt, was
de melodie ook van zijn leven als priester en missionaris,
als medebroeder en als herder van vele parochianen, op
heldere maar ook op donkere dagen. Als Bonnhoeffer in zijn
lied spreekt van “donker in de avond”, dan bedoeld hij
daarmee niet alleen de levensavond, de zekere en naderende
dood, maar alles wat een mens aan lasten en beproevingen
meedraagt, wat hen beschadigd en vermoeid maakt.
Ook pater Hendrik voelde de last van de dag en van het leven
in zijn jonge priesterjaren: urenlang in het zadel, ook in
de gloeiende hitte van de dag, vermoeid en dorstig, als
missionaris onderweg naar zijn Braziliaanse gelovigen, ver
weg naar diegene, die zelf in het land geboren waren en
alles beter konden verdragen dan hij. Zij begroetten hem bij
zijn aankomst na zo’n lange tijd stormachtig en fêteerden
hem. Zij toonden trots hun kinderen, die hij moest dopen en
hem hun vee lieten zien, hun hele rijkdom, terwijl hij zo
graag eerst wat uitgerust had. Ze nodigden hem vreugdevol
uit aan hun tafel, om hun karig eten met hem te delen, een
maaltijd, voor hem heel ongebruikelijk en niet altijd licht
te verteren.
Bij deze ontberingen van een rondtrekkende missionaris kwam
nog wat anders, wat in ‘donker in de avond’ van Bonnhoeffers
lied past: verantwoording en zorg voor schoolkinderen en
scholen, voor weeskinderen in een tehuis, waar ze woonden.
Grote opgaven, grote zorgen en daarbij niets anders in
handen dan vertrouwen in God.
Daarbij kwamen ziekten en het overlijden van zijn ouders en
broers en zussen. Hij droeg het dapper en geduldig: “God
geeft en neemt, Zijn naam zij in alles geprezen”. Dat was
zijn antwoord.
De levensweg van onze overledene is duidelijk, een
bescheiden en arbeidsvolle weg. De weg van plicht en trouw
en constante behulpzaamheid.
Door zijn geduld, zijn begrip en zijn goedheid heeft hij in
de duisternis van de wereld zijn licht gebracht. Dankbaar
voor elk goed woord, voor elke helpende hand. Hij had niet
veel nodig voor zichzelf. Hij voelde zich tevreden en blij
als het anderen goed ging: zijn parochianen, zijn
medewerkers, zijn medebroeders. Bij al zijn dagelijkse
zorgen voelde hij precies aan waar andere mensen leden, hun
zorgen en nood hadden. Hij hielp, bracht troost en
bemoedigde. Zo ziet echt geloof en naastenliefde er uit!
Steeds als hij als priester en medebroeder een zware, vaak
delicate zaak moest oplossen, deed hij dat met geduld,
duidelijk in zijn mening, maar voorkomend in toon. Hij kon
geen boze woorden spreken tegen zijn medemensen, eerder
zocht hij naar bemiddeling, bijleggen, sussen en als iemand
hem teleurgesteld had, vond hij altijd nog een excuus voor
zijn gedrag.
Voor ons, zijn medebroeders uit dezelfde communiteit, was
hij een voorbeeld. Een goede verbondenheid, de gemeenschap
met zijn medebroeders was voor hem een groot goed, ook al
waren alle medebroeders ver uit elkaar in de zielzorg
werkzaam.
Niemand heeft zijn medebroeders zo vaak uitgenodigd en om
zich heen verzameld als hij: met elkaar het H. Hartfeest
vieren, een priesterjubileum van de een, het professiefeest
van de ander. Steeds vond hij een reden om de religieuze
band onder elkaar te versterken.
Als voorbeeld onder zijn medebroeders heeft hij, meer als
andere, de vraag van Christus vervult: “Ook ik zal een Licht
zijn in deze wereld, Licht voor zoekende, Licht voor de
vertwijfelden, de hulpeloze van onze tijd”.
De energie voor zijn licht-zijn was Jezus Christus met zijn
hart vol liefde.
Hendrik geloofde vast in Hem, in Zijn liefde, in Zijn blijde
boodschap en in Zijn beloofde opstanding uit de dood. Wij
mogen vandaag erop vertrouwen, dat God deze belofte aan hem
reeds vervult heeft.
Zusters en broeders, onze gedachten zijn in dit uur ook bij
hen die achterblijven, bij de familie Sistermans, bij zijn
vrienden uit de verschillende parochies waar onze
medebroeder werkzaam was. Niet in de laatste plaats bij zijn
trouwe en onvermoeibare medewerkster Mevr. Resi Lenzen. Wat
zij met haar hulpvaardigheid, met haar talenten, met haar
geduld en goede adviezen, met haar bekwaamheid bepaalde
situatie uit te leggen en in te schatten voor pater
Sistermans en zijn werk betekent heeft. Heel bijzonder in de
periode van zijn ziekte of toen hij zich op doktersadvies
uit de zielzorg terug moest trekken. Dat kan alleen iemand
die niet alleen met zijn pastoor werkte maar ook met hem kon
bidden. Uit naam van de Congregatie van de Priesters van het
Heilig Hart van Jezus wil ik bij deze gelegenheid een
hartelijk woord van dank zeggen voor alles wat u voor onze
overleden medebroeder zo vanzelfsprekend en onbaatzuchtig
heeft gedaan.
God, laat elke opdracht, die zij beiden in Zijn naam zijn
begonnen, maar nog niet hebben voltooid, vanzelf leiden tot
voltooiing.
Overweging uitgesproken door pater M. Zwakenberg scj tijdens
de uitvaartdienst op 26 februari 2010.
|
| |
 |
| |
|
|
|