Skip Navigation Links  
  Pater Toon van der Wel scj ( 13 sept. 1933 - 11 juni 2009 ) 
 Toen Toon op 11 mei plotseling in het ziekenhuis moest worden opgenomen kwam het bij niemand op dat dit zijn laatste ziekte zou zijn. Inderdaad mocht hij na enige tijd weer naar huis, maar al gauw bleek dat er meer aan de hand was met zijn gezondheid. Al spoedig werd hij weer opgenomen, maar alle medische zorg mocht niet meer baten en op 11 juni overleed hij in het Canisius – Wilhelmina ziekenhuis in Nijmegen. De verslagenheid was groot, niet alleen in de communiteit, niet alleen in de Nederlandse provincie, maar ook in Rome, waar op de laatste dag van het generaal Kapittel het overlijden van Toon bekend werd. Hij laat een grote leegte achter en velen zullen het als een gemis ervaren dat Toon niet meer onder ons is met zijn eigen karakter, zijn intelligentie, zijn goedheid, zijn optimisme, zijn gevatte opmerkingen, zijn vaak herhaald gezegde: “Weet je wat we doen? We zien wel!”
Nu heeft de Heer van het leven tot Toon gezegd: “Weet je wat we doen, Toon? Ik zal je nu bij me halen en dan zul je, zonder tijdslimiet, zien hoe geweldig het hier is.”

Toon werd geboren op 13 september 1933 in Utrecht als jongste van een groot gezin. Op zijn kamer lagen nog de foto’s van de oude tijd, van de melkzaak van Theodorus van der Wel. Maar Toon wilde priester worden en in 1945 vertrok hij naar het juvenaat van de Priesters van het H. Hart in Bergen op Zoom. Hij was een goed student en sloot zijn humaniora af met het staatsexamen A in 1951. Daarna ging hij naar het noviciaat te Asten, waar hij, samen met nog 31 medenovicen, zijn eerste kloostergeloften aflegde op 8 september 1952.

Na het noviciaat studeerde hij twee jaar filosofie op het groot seminarie te Liesbosch. Zijn theologische studies maakte hij van 1954 tot 1958 in Rome. Hij sloot deze studies af met een Licentiaat in Theologie aan de Gregoriaanse Universiteit begin juli 1958. Op 20 juli 1958 werd hij priester gewijd in het Studiehuis “Sint Jozef” te Nijmegen.

Na zijn priesterwijding ging hij Klassieken studeren aan de Katholieke Universiteit te Nijmegen en deed daar in oktober 1962 met goed gevolg het kandidaatsexamen. Van 1962 tot 1966 studeerde hij Patrologie aan de Universiteit van Fribourg. Zijn kennis van de klassieke talen kwam hem daarbij goed van pas.

Van Fribourg vertrok hij naar Rome waar hij ruim een jaar, van voorjaar 1966 tot september 1967 hielp bij de werkzaamheden van het XV° Generaal Kapittel van de congregatie. Het was een moeizaam kapittel in twee sessies voor de aanpassing van het religieuze leven aan de vernieuwingen van het Tweede Vaticaans Concilie. Mede door zijn ervaringen op dit kapittel heeft hij steeds een grote belangstelling bewaard voor eigentijdse veranderingen in het religieuze leven,kerk en samenleving.

In september 1967 werd hij verplaatst naar Liesbosch en werd assistent - novicemeester. Het noviciaat van Asten was dat jaar overgebracht naar Liesbosch vanwege het kleine aantal novicen. In september 1969 werd hij benoemd tot novicemeester en “magister spiritus” van de studenten te Liesbosch. Op 1 mei 1970 werd hij part-time medewerker van het Algemeen Secretariaat van de Nederlandse Provincie te Breda. Kort daarop, 1 augustus van dit zelfde jaar, werd hij Rector benoemd van de scholastieken te Tilburg, die vanwege de sluiting van het grootseminarie naar Tilburg waren verhuisd en daar leefden in 4 kleine communiteiten met één Rector.

Het was een moeilijke tijd. De denkwereld van de jeugd veranderde in snel tempo. Zijn taak van rector en geestelijk leidsman was geen gemakkelijke opgave. Maar hij was een rustige beminnelijke en wijze man, die wist te luisteren en dialoog aan te gaan. Daarom was het eigenlijk geen verassing dat hij in augustus 1973 benoemd werd tot provinciaal overste, de jongste ooit in de geschiedenis van de Nederlandse provincie. Dat was geen sinecure. Hij moet zich gevoeld hebben als een kapitein op een zinkend schip.Vele gewoonheden van het religieuze en kloosterleven werden in twijfel getrokken. De kracht van Toon lag in zijn vermogen om rustig een dialoog aan te gaan. In een brief van 17 juni 1974 schreef hij o. a.: “Ik kan U verzekeren dat het grootste deel van de mij toegemeten tijd aan gesprekken onder vier ogen is gewijd.”
In een eerste brief aan de provincie stelde hij dat het welzijn van de provincie als geheel verschillende aspecten omvat en dat één daarvan is: de juiste opvang van oudere of uit de missie terugkerende confraters. Om een goede verzorging te garanderen voor bejaarde medebroeders richtte hij in 1974 de “Stichting Dehon” op. In zijn bestuurstijd werd ook het besluit genomen het bejaardenfonds van de provincie uit te bouwen.

Van 1979 tot 1983 was hij Rector van de communiteit van Huize Sint Jozef te Cadier en Keer en van 1983 tot 1986 van Huize Sint Gerlach aldaar. Begin 1986 werd hij Rector van de communiteit van het St. Jansklooster te ´s –Gravenhage.

Eind 1988 ging een lang gekoesterde wens in vervulling; eindelijk mocht hij de bestuurlijke taken in de congregatie achter zich laten en zich wijden aan de basispastoraal. Op 10 en 11 december 1988 werd hij geïnstalleerd als pastor van de parochies O.L. Vrouw van Lourdes (“Fortkerk”) en H. Antonius Abt (Borgvliet) te Bergen op Zoom. Hier voelde hij zich thuis, dicht bij de mensen. Wel is hij nog enkele jaren benoemingsadviseur geweest en lid van verschillende commissies.

In 1998 werd er toch weer een beroep op hem gedaan voor een bestuurlijke functie. Hij werd benoemd tot rector van het Sint Jozefklooster te Nijmegen. Eigenlijk gaat het in dit geval om een dubbelklooster, want naast de SCJ communiteit van paters en broeders woont al sinds 1971 een communiteit van de zusters van St. Carolus Borromeus (Onder de Bogen, Maastricht) in het Jozefklooster. Bij zijn aantrede schreef hij in het maandbulletin: “Ik hoop een bijdrage te mogen leveren aan het welzijn van allen, in de breedste zin van het woord. Vorige functies hebben me geleerd, dat wij dat alleen samen kunnen doen, uit eenzelfde geloofsinspiratie.” Inderdaad het welzijn van ons allen ging hem ter harte. het begon al bij de komst van een nieuwe bewoner. Zijn grote zorg was een goede opvang, zodat de nieuwe bewoner of bewoonster zich al direct thuis kon voelen in zijn of haar nieuwe omgeving. De zorg van Toon als rector ging heel speciaal uit naar diegenen die wegens ziekte of moeilijkheden meer aandacht nodig hadden dan de verzorging van het personeel alleen. Hoe vaak heeft hij niet een bezoek gebracht aan “zijn” mensen in het ziekenhuis, paters, broeders of zusters. Hij was begaan met het lot van de bewoners en van het personeel. Als iemand ’s morgens niet direct aan tafel verscheen merkte hij dat direct op en vroeg zich af of er misschien iets mis was met de gezondheid van de betrokkene.

Zijn taak als rector van het St. Jozefklooster heeft hij met veel zorg en toewijding verricht tot 1 oktober 2004. Tijdens zijn rectoraat zijn er alleen al van de medebroeders SCJ achttien overleden om niet te spreken van overleden zusters, familieleden of vrienden. Zijn toespraak bij de uitvaartliturgie was altijd een treffen en goed gekozen woord, Hij was een goed predikant en kon alles goed verwoorden.

Het spreekt vanzelf, denkend aan het karakter van Toon, dat hij, ook ná zijn rectorstijd, niet alleen tijd had voor de bewoners van het St. Jozefklooster, maar ook voor anderen. Ondanks zijn vele verantwoordelijkheden wist hij ook altijd tijd te vinden voor zijn broers en zussen.
Na zijn rectoraat bleef Toon wonen in het St. Jozefklooster en ondanks dat zijn gezondheid langzamerhand achteruit ging, ondanks het feit dat hij steeds meer moeite had met lopen, bleef hij een steun en toeverlaat voor de zieken in huis. Het koste hem moeite steeds meer te moeten inleveren. Hij sprak daar niet over, maar het was hem aan te zien.

Zijn laatste ziekte is betrekkelijk kort geweest. Na zijn overlijden op 11 juni hebben we op 17 juni 2009 afscheid van hem genomen in een plechtige eucharistieviering in de kapel van het St. Jozefklooster te Nijmegen en hem daarna op het kloosterkerkhof te rusten gelegd. In het evangelie van de uitvaartliturgie hoorden we de woorden van Christus: “Ik kom terug om u op te nemen bij Mij, opdat ook gij zult zijn waar ik ben.” Daarom zijn we uiteindelijk toch niet bedroefd, want nu is Toon daar, waar wij nog moeten komen; hij mag verblijven in de eeuwige liefde van God.

De Communiteit St. Jozefklooster.

=============================================================

Als U wilt kunt U het gesprek met  p. Toon en p. Jan Eijkman  bekijken. Opgenomen  2 dagen na zijn 50 jaar priesterfeest  op 22 juli 2008. U kunt het zien door op de starttoets te klikken.