|
| Pater Koos van der Zalm
scj (29 oktober 1926 - 10 september 2009) |
Op
29 oktober 1926 wordt Koos geboren in Den Haag als derde
zoon uit een gezin met tien kinderen, van hen stierven drie
kinderen heel jong. Koos komt uit een oerdegelijk katholiek
gezin. Zijn vader had een slagerij aan het Thomsonplein. Hij
heeft een stevige opvoeding genoten. Motto van zijn vader
was : doorgaan.
Zijn leven lang is Koos een man van grote
plichtsbetrachting. Als kind al is hij een beetje een
eenling. Hij is iemand van alles zelf doen. Een pietje
precies. Een onafhankelijk denker ook. Dat maakt hem soms
eenzaam. Hij is introvert en zo kan men soms moeilijk hoogte
van hem krijgen. Hij is goudeerlijk, kent geen compromissen.
Hij gaat graag zijn eigen weg. Koos heeft een scherp
waarnemingsvermogen en beschikt over grote mensenkennis.
Deze eigenschappen zijn hem in zijn priesterleven goed van
pas gekomen.
Hij neemt, evenals zijn beide priesterbroers, een speciale
plaats in bij zijn familie. Hij slaat zelden een verjaardag
over en schrijft al zijn neven en nichten en hun partners
bij hun verjaardag een kaart met een persoonlijke noot. Bij
familiebijeenkomsten worden soms heftige discussie gevoerd
en Koos leert daarvan.
Koos wil missionaris worden en zo gaat hij in 1939 naar het
Juvenaat. Hij volgt daar zijn broer Joop. Dat zij naar ons,
Priesters van het Heilig Hart, gaan is niet zo vreemd, want
de paters Jak en De Groot kwamen vaak aan huis bij de
familie Van der Zalm.
Zijn jaren op het klein seminarie zijn tijdens de oorlog.
Koos heeft met zijn broer nog even ondergedoken gezeten bij
een boer in Hazerswoude. Ook heeft hij gewoond in Nijnsel in
het noodseminarie. Na zijn humaniora gaat hij naar het
noviciaat in Asten.
Op 8 september 1948 legt hij zijn geloften af en begint
daarna zijn hogere studies in Liesbosch. Dan volgen twee
jaar Heer. Daar probeert hij de internaatsjongens wat
beschaving bij te brengen en doorbreekt op zijn manier de
wat strenge opvoeding. Tot zijn verbazing krijgt hij dan een
benoeming voor Rome. Hij begint opnieuw met zijn theologie
en behaalt zijn baccalaureaat. Maar hij wordt overspannen,
krijgt een burn out zoals wij dat tegenwoordig zouden
zeggen. De dokter schrijft hem minstens een jaar rust voor.
Maar Koos gaat naar Nederland. Hij wordt op 17 juli 1955
priester gewijd te Nijmegen.
Rust zat er echter niet in, want hij krijgt een benoeming
als leraar, eerst twee jaar in Bergen op Zoom en dan nog een
jaar in Helmond. Het motto van zijn vader, “doorgaan”, moet
hem geholpen hebben het vol te houden, waar anderen het
misschien hadden op gegeven.
In september 1959 krijgt Koos een benoeming voor het Sint
Franciscus Liefdewerk te Amsterdam. Hier heeft hij het reuze
naar zijn zin. Hij komt als priester met zijn gaven tot zijn
recht. Hij schrijft later hoe hij zijn pastoraat beleeft –
het citaat is ook opgenomen op zijn rouwannonce - : “je
brengt geen kerk en geen regels, geen moraal en catechismus,
maar de mentaliteit van Christus, een levenshouding, die je
preekt door er te zijn en er naar te leven.”
In een paar jaar zet Koos het wat verlopen clubhuis weer op
de rails. Zijn mensenkennis komt hem daarbij goed van pas.
Hij weet de goede medewerkers aan te trekken en de minder
goede
op een verstandige manier te laten vertrekken.
Hij heeft nauwelijks gelegenheid om van zijn weer goed
lopend SFL –centrum te genieten, want hij krijgt in 1966 een
benoeming voor het zeemanswerk, eveneens in Amsterdam.
Als havenaalmoezenier van Stella Maris heeft hij zijn
mooiste tijd. Hij blijft er tot 2000. Hij heeft contact met
veel mensen uit verschillende culturen. Door bezoeken op de
schepen en door zijn aanwezigheid in het zeemanshuis bij het
Centraal Station kan hij veel zeelieden, die soms maanden
van huis waren, helpen. Mede dankzij vele medewerkenden
zorgt hij voor een hartelijk welkom en biedt de mogelijkheid
feesten, zoals Kerstmis, samen met anderen te vieren. Later
weet hij mooie verhalen over zijn werk onder de zeevarenden
te vertellen.
Op 1 mei 2000 neemt Koos afscheid van het zeemanswerk, maar
hij is er de man niet naar om stil te zitten. Hij wordt
bejaardenpastor in het Kortenhagenhuis. Ook daar is hij
velen als pastor nabij. Hij krijgt daar veel waardering, wat
onder meer blijkt uit de gedenkpenning die hij bij zijn
afscheid ontvangt.
Jammer dat Koos steeds meer last krijgt met zijn gehoor. Dat
hij slecht gaat horen, hindert hem in zijn pastoraat.
Gesprekken één op één gaan goed, maar in een groep kan hij
deze niet meer volgen. Hij gaat echter evenwichtig om met
zijn kwaal. Hij wordt niet wantrouwig en verdraagt zijn
ongemak.
In oktober 2006 besluit Koos naar Den Haag te verhuizen,
naar het Sint Jansklooster. Terug naar zijn geboortestad,
ook om wat dichter bij zijn familie te zijn.
Hij liet zich een keer ontvallen :”Dit is het eerste huis in
mijn leven waar ik zelf voor gekozen heb”.
We vinden het jammer dat hij maar zo kort in Den Haag is
kunnen blijven. Al vlug gaat hij aan het dokteren. Eerst
moet hij de teleurstelling verwerken dat aan zijn doofheid
niets meer te doen is. Dan gaat hij sukkelen met zijn ogen.
Hij heeft nog het tweede deel van de autobiografie van Hans
Küng cadeau gekregen van zijn familie bij zijn zestig jarig
professiefeest, maar moest dit vrijwel ongelezen laten.
Begin dit jaar is hij gevallen op weg naar de kapper en komt
in het ziekenhuis. Sindsdien is het achteruit gegaan. Na
weken verblijf in het Westeinde, verhuist hij op 4 juni naar
het Sint Jozefklooster te Nijmegen. Daar is hij maar kort,
want weer volgt ziekenhuisopname.
Koos beseft dat hij niet meer beter kan worden en komt terug
naar huis. Hij is vaak erg moe en soms is het contact met
hem moeilijk. Dat ervaart ook zijn zus bij haar laatste
bezoek aan haar broer. Koos waardeert dat bezoek wel, maar
kan er moeilijk uiting aan geven, zodat een echt afscheid,
helaas, niet mogelijk is.
Op 10 september gaat Koos rustig heen te midden van zijn
medebroeders en geeft zijn leven terug aan God.
Op dinsdag 15 september hebben we afscheid van hem genomen
in een plechtige Eucharistieviering in de kapel van het Sint
Jozefklooster en daarna hebben we hem begraven op het
kloosterkerkhof.
Met medewerking van anderen,
Nijmegen/ Den haag,
Koos de Rooij scj |
| |
 |
|
| |
|
|
|